Recensie ‘Kings of War’ van Toneelgroep Amsterdam (HF)

Na Romeinse Tragedies (2007) maakt regisseur Ivo van Hove met Toneelgroep Amsterdam voor het Holland Festival opnieuw een compilatie van drie Shakespeare-stukken. In Kings of War zien we in vierenhalf uur achtereenvolgens ingekorte versies van Henry V en Henry VI en (na de pauze) een bijna volledige Richard III.

Romeinse Tragedies ging met z’n vrij rondlopende publiek, doorlopende handeling en live twitterstream over hoe onze verhouding met politiek en media is veranderd, en haakte aan op nieuwszenders en tweede schermen. Kings of War ontvouwt zich meer als een televisieserie op DVD: je wordt ondergedompeld in een wereld van macht en intriges met subtiele herhalingen en terugkerende personages.

Van Hove wil er iets mee zeggen over leiderschap: Henry V (een vrij briljante Ramsey Nasr) als inspirerende en op eer beluste legeraanvoerder, Henry VI (een mooi tegen emoties vechtende Eelco Smits) als te jong op de troon terecht gekomen aartstwijfelaar die één beslissing wél neemt en daarmee meteen zijn toekomst en zijn leven vergooid, en Richard III (Hans Kesting; leep maar net niet gevaarlijk genoeg) als de bloeddorstige machtswellusteling.

Vormgever Jan Versweyveld maakte een war room: een bunker waar strategie wordt bepaald en vergaderd, maar waar ook televisieopnames worden gemaakt of kan worden geslapen. Schermen met beelden van drones staan naast kaarten met waarop met gekleurde punaises en touwtjes het front wordt aangegeven. Cryptografische apparatuur contrasteert met rode en groene telefoons.

Achter het toneel is een lange witte gang, alleen zichtbaar via de camera die de personages blijft volgen. De gang symboliseert niet alleen de ruimte achter de schermen van de macht, maar is ook een soort onderbewuste: we zien er soldaten aan het front, moordpartijen en zelfs een kudde geiten (een visioen van Henry VI, die liever herder was geweest dan koning).

Kings of War is zonder meer een goede voorstelling: onderhoudend, mooi gespeeld, slim in elkaar gestoken. Prachtig toont Van Hove een politieke kaste wiens blikveld verschuift van buiten naar binnen. In Henry V is het toneel nog een plek die draait om communicatie met de buitenwereld, aan het eind is het een paleis vol spiegels. Met Richard III is het id aan de macht. Hij is alleen in de bunker terwijl in de wandelgangen zijn val wordt bekokstoofd.

Maar er wringt iets: bij Shakespeare is leiderschap vooral een omstandigheid waarmee een persoonlijkheid op scherp wordt gezet. Het doel van leiderschap is bij alledrie de koningen – goed, zwak of kwaadaardig – hetzelfde: de macht veroveren en bestendigen. Zelfs de heldendaad van de goede koning Henry V is alleen maar het terugveroveren van land waar zijn overgrootvader recht op had.

Na het intellectueel stimulerende en tamelijk wilde The Fountainhead vorig jaar is Kings of War degelijker en minder uitdagend. Het is managementtoneel voor het hogere bedrijfskader dat TGA kennelijk graag als publiek wil veroveren en dat etaleert dat leiderschap uiteindelijk vooral over zichzelf gaat.

Holland Festival: Kings of War van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 14/6/15 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 21/6, reprise dit najaar. Meer info op www.tga.nl.

Recensie: ‘Krapp’s Last Tape’ van Robert Wilson (HF)

Parool,recensies — simber op 14 juni 2015 om 21:38 uur
tags: , ,

Een keiharde donderslag opent Krapp’s Last Tape. Vervolgens klinkt zeker een kwartier zeer luid regengedruis in de Stadsschouwburg. Het decor ziet er echter uit als een bunker: donkere muren, met heel hoog bovenin een paar raampjes. Niet een plek waar je veel van de buitenwereld mee krijgt. Het noodweer zal dus wel een psychologische aangelegenheid zijn.

Krapp’s Last Tape is een van de minimalistische stukken waarmee Samuel Beckett in de jaren vijftig het theater naar een modernistisch nulpunt dreef. Plot, personages en handeling werden opgeofferd aan het vertonen van een absurde, wanhopige wereld gevat in uiterst precieze taal.

Krapp wordt zeventig. Ieder jaar op zijn verjaardag spreekt hij op een spoelenrecorder zijn gedachten over het afgelopen jaar in. Maar eerst luistert hij oude opnames. Zo is het stuk een subtiele dialoog tussen een man en zijn jongere zelf.

Het Holland Festival brengt dit jaar een versie van het stuk geregisseerd en gespeeld door Robert Wilson. De Amerikaanse avant-garde kunstenaar – die al talloze malen op het festival te gast was, het meest recent met The Life and Death of Marina Abramović in 2012 – heeft een esthetiek ontwikkeld die enigszins verwant is aan Beckett.

Als Krapp is Wilson een witgeschminckte clown, die in en uit het helwitte licht beweegt, met afgemeten, soms bijna robot-achtige bewegingen. In de beschrijving van Beckett is hij morsig en gammel, maar Wilson maakt van hem een bijna abstract sjabloon. Tijdens het onweer maakt hij een ujitgebreide, gestileerde act van het eten van twee bananen en herinnert ons eraan dat Beckett zijn werk het liefst gespeeld zag door variëté-artiesten. Als James Bond richt hij zijn getrokken banaan op het publiek. Geestiger wordt Beckett niet.

De tekst van het stuk is kort maar uiterst verdicht. Krapps dertig jaar jongere zelf vertelt over de dood van zijn moeder en over het falen van een relatie. De oudere realiseert zich dat hij daarna geen liefde meer heeft gekend.

Maar belangrijker dan dit melodrama is de immense afstand tussen de oude en de jonge Krapp die Beckett meesterlijk schetst. De oude moet sommige woorden opzoeken die de jonge gebruikt en hij ergert zich aan diens bombast en zelfvertrouwen. Door zo over zijn jongere zelf te oordelen als een ander persoon, plaatst Beckett ernstige vraagtekens bij het coherente zelfbeeld dat we zo graag van onszelf hebben.

Maar er stoort iets. In Krapp’s Last Tape zou je een vooruitwijzing kunnen zien naar een tijd waarin we allemaal ons geheugen en een gedeelte van onze persoonlijkheid uitbesteden aan zorgzame, geduldige machines. Voor Beckett was dat echter een autonoom, bijna solipsistisch proces. De voorstelling Intervention van Naomi Velissariou die vrijdag in première ging (zie recensie hiernaast) toont juist aan dat voor de hedendaagse mens de schizophrenie begint waar ons zelfbeeld botst op wat anderen over ons denken.

Holland Festival: Krapp’s Last Tape van Robert Wilson. Gezien 6/6/15 in de Stadsschouwburg. Meer info op www.hollandfestival.nl

Recensie: Thyestes van Simon Stone/Belvoir Sydney (HF)

Parool,recensies — simber op 1 juli 2014 om 10:00 uur
tags: , , , , ,

En dan pakt hij ineens een pistool uit z’n zak. Het is het eerste moment van brille in de voorstelling Thyestes van de Autralische regisseur Simon Stone. Daarvoor zaten drie doodnormale jongens te keuvelen over seks, twitter en tripjes naar Guatemala, glaasje wijn in de hand, vrolijk ontspannen. Misschien had je toch moeten opletten toen de lichtkrant vantevoren meldde dat scène 1 ging over de moord van twee broers op hun halfbroer.

Stone maakte een drastisch moderne bewerking van het stuk Thyestes van Seneca over het bloederige verhaal van de koning die zijn broer diens kinderen afslachtte en als maaltijd opdiende. Het is een horror grungerock voorstelling: het volstrekt alledaagse staat hard in contrast met de heftigste gruwelijkheden.

Steeds geeft de lichtkrant de mythologische informatie en steeds lijkt de ontspannen gespeelde handeling daarmee in tegenspraak, maar steeds klopt het.

Het decor is een witte doos, met aan twee kanten publiek. Tussen de scènes zakt het doek en worden op magische, volstrekt onzichtbare wijze steeds nieuwe decorstukken –pingpongtafel, rolstoel, concertvleugel, dinertafel– geproduceerd.

De voorstelling drijft op dit soort vermakelijke bluf. Iedere scène wordt het geweld, de perversie en de (homo)erotiek weer een tandje hoger geschakeld. Erg goed is de truc die wordt halverwege wordt ingezet: de laatste zes scènes worden overgeslagen en vanaf scène twaalf wordt wellustig teruggeteld naar het huiveringwekkende hoogtepunt.

Toby Schmitz is geweldig als Atreus, beginnend als de exentrieke, intense vriend, maar gaandeweg zijn gekte (en liefde voor voorbinddildo’s) onthullend. Thyestes weet op een uiterst knappe manier het banale aan het groteske te koppelen en dat maakt zeer nieuwsgierig naar Stone’s gastregie bij Toneelgroep Amsterdam dit najaar.

Holland Festival: Thyestes van Simon Stone/Belvoir Sydney. Gezien 23/6/14 in Bellevue. Aldaar t/m 27/6. Meer info op www.hollandfestival.nl

Recensie: ‘Gavrilo Princip’ van De Warme Winkel (HF)

De lijst met bedankjes is lang en hij moet helemaal worden voorgelezen. Theatermakers van Diederik van Vleuten tot Hans-Werner Kroesinger en van Stephen Sondheim tot Herman van Veen gaven De Warme Winkel inspiratie met hun werken over Gavrilo Princip, de moordenaar van de Oostenrijkse kroonprins en daarmee de aanstichter van de Eerste Wereldoorlog. De boodschap is duidelijk: in dit herdenkingsjaar worden we overspoeld met kunstwerken die herinneren en waarschuwen. Maar wat heeft dat eigenlijk voor zin?

De sullig voorgelezen bedankjes en het daarna tergend terugtellen van 2014 naar 1914 opent de voorstelling Gavrilo Princip die De Warme Winkel (DWW) maakte in het kader van het Holland Festival. Dat gaf de groep –de spannendste en consistent meest interessante van Nederland– de kans om groots uit te pakken met veel techniek, video en een prachtige soundtrack (van Remco de Jong en Florentijn Boddendijk).

Het grootste deel van de voorstelling bestaat uit een film, die live geschoten wordt met steadicam in een uitgebreide serie decors waarvan je achter het filmdoek alleen de achterkanten ziet. We zien flarden van het levensverhaal van de arme boerenzoon Princip, die opgroeit in Bosnië en gegrepen wordt door het anarchisme en Servisch nationalisme. Maar ook de andere kant wordt getoond: het rijke, walsende leven van de Oostenrijkse adel. Het enige dat de twee werelden verbindt is de liefde voor het biljartspel.

De beelden die DWW maakt zijn nauwelijks verhalend, maar beeldend en hallucinerend. Alle acteurs spelen, met een paar expressionistische streken zwartwitte schminck, de titelfiguur, zodat steeds duidelijk wordt dat dé Princip niet bestaat; er zijn alleen projecties. Met maquettes en biljartballen zo groot als skippyballen speelt de groep voortdurend met schaal.

Het is erg jammer dat de filmbeelden nogal rommelig zijn; niet alleen zijn ze vaak te donker en onscherp, het reduceert wat de spelers doen ook tot luidruchtig gebonk achter de schermen. Maar waarschijnlijk zijn dat technische problemen die nog worden opgelost en hoezeer je je eraan ergert is afhankelijk van hoe prikkelend je de ideeën van vindt die DWW hier opwerpt.

Wie goed oplet ziet dat alle in de inleiding genoemde voorstellingen later worden herhaald. Met het gehannes met maquettes en camera’s roept DWW onbedwingbaar associaties op met de theaterklassieker De Grote Oorlog van Hotel Modern en de losse speelstijl en de goed gekozen Hamlet-citaten leggen de verbinding met De laatste dagen der mensheid van ’t Barre Land. Het plaatst de voorstelling in een uitgesproken postmodern kader, maar het is ook functioneel: door voorstellingen en beelden in herinnering te roepen over de verschrikkingen van de loopgravenoorlog, kan DWW zich concentreren op waar het haar om gaat.

Want tegenover een eclectisch wereldbeeld plaatst de groep een tamelijk conservatief mensbeeld: kleine stervelingen die de gevolgen van hun daden niet kunnen overzien, met tegenstrijdige verlangens en basale driften verhuld door romantische idealen.

Het is niet nodig om Princip te herdenken, lijkt DWW hier te zeggen, hij is nog altijd onder ons. Je kunt hem zien in Volkert van der G. of in de polderjihadi’s die naar Syrië vertrekken. De voorstelling eindigt met een geplaybackt interview met een van die types. Mooie idealen over mensen helpen, maar op de achtergrond is een van z’n makkers geschminckt als The Joker. “Some men just want to watch the world burn.”

Holland Festival: Gavrilo Princip van De Warme Winkel. Gezien op locatie Van Gendthallen 20/6/14. Aldaar t/m 27/6. Tournee. Meer info op www.dewarmewinkel.nl

Recensie: ‘Die Schutzbefohlenen’ van Thalia Theater (HF)

Aan het begin van de voorstelling staat de teller op 25163, aan het eind op 25228. De grote lichtgevende cijfers domineren het decor van Die Schutzbefohlenen, de nieuwste tekst van nobelprijswinnares Elfriede Jelinek in regie van Nicolas Stemann. Ze staan symbool voor het aantal doden dat valt onder de vluchtelingen die vanuit Afrika Fort Europa in willen.

Geïnspireerd op Aeschylos’ Smekelingen schreef ze een tekst over asielzoekers, racisme, privilege, mensenrechten en humanisme. Ze baseerde zich deels op protestacties van asielzoekers in Wenen, Stemann voerde de tekst eerst op in de vluchtkerk van Hamburg.

Het is theater van hermetische lappen tekst, vaak unisono gezegd door meerdere acteurs, en krachtige beelden. Het is Stemanns kracht dat hij van Jelineks tekstlabyrinten vol woordspelingen en filosofische verwijzingen levendige happenings kan maken, en ook hier komen rock ballads, travestie en grappen over blackface voorbij.

De levendigheid wordt nog versterkt door een grote groep Nederlandse asielzoekers die meespeelt, en de contrasten worden flink aangezet. Als een van de Duitsers een prachtig Schubert-achtig lied zingt en hij wordt onderbroken door een vluchteling die een dak boven zijn hoofd nodig heeft, roept hij uit: “Ik kan jullie niet helpen, ik moet jullie toch spélen?”

Het is goed dat aan dit probleem niet voorbij wordt gegaan, maar in de Westergasfabriek zullen weinig aanwezigen tégen een humaner asielbeleid zijn. Na afloop collecteren de spelers voor de vluchtelingen, die vrijdag de oude gevangenis in de Havenstraat moeten verlaten.

De verhouding tussen kunst en deze problematiek is precair. Tien jaar geleden maakte regisseur Peter Sellars op het Holland Festival al Children of Herakles, ook met asielzoekers op het podium. Het ziet er niet naar uit dat toekomstige kunstenaars een gebrek zullen hebben aan vluchtelingen voor hun werk.

Holland Festival: Die Schutzbefohlenen van Thalia Theater. Gezien 10/6/14 in de Westergasfabriek. Aldaar t/m 12/6. Meer info op www.hollandfestival.nl

Recensie: ‘Der aufhaltsame Aufstieg des Arturo Ui’ van het Berliner Ensemble

Ook in het theater is retro doorgedrongen. Een van de grootste successen dit afgelopen seizoen was de reprise van de bijna veertig jaar oude opera Einstein on the Beach; Toneelgroep Amsterdam (Othello), Carver (Café Lehmitz) en Het Nationale Toneel (Strange Interlude) hernamen voorstellingen van ruim tien jaar oud. En nu dus het Holland Festival waar dit weekend Der aufhaltsame Aufstieg des Arturo Ui uit 1995 te zien was.

Arturo Ui is stuk van Bertolt Brecht uit 1941, een satirische parabel over de opkomst van Hitler, verplaatst naar de onderwereld van Chicago. Regisseur en schrijver Heiner Müller ensceneerde de voorstelling bij Brechts oude gezelschap, het Berliner Ensemble. Het werd zijn laatste regie: 30 december 1995 stierf hij.

Maar zijn zwanenzang toert nog steeds met succes de wereld over en dat is deels de verdienste van de kil-komische operette die Müller van het stuk maakte, maar vooral van de weergaloze hoofdrolspeler Martin Wuttke.

Het is in de zesde scène dat de reikwijdte van de voorstelling duidelijk wordt. Wuttke speelde Ui tot nu toe als een hijgende hond met een rood geschminckte tong en een Donald Duck-stem: een gemene gangster, maar een overzichtelijk gevaar. In deze scène neemt hij les van een oude toneelspeler (Jürgen Holtz), die bedaard blijft zitten terwijl hij Ui over het toneel dirigeert en hem leert lopen, staan en zitten.

Dan leert Ui spreken, aan de hand van de rede van Antonius in Shakespeare’s Julius Caesar; een geniaal clownsnummer van versprekingen, herhalingen, hakkelen, gierende uithalen en overslaande stem, uitmondend in de bekende hysterisch retorische stijl. Hier zie je iemand die zijn stem vindt en al beseft dat die stem uiteindelijk een veel machtiger wapen zal zijn dan zijn Browning revolver.

De rest van de voorstelling steekt bij deze diabolische Wuttke maar mager af. Het tempo is traag, het demonstratieve spel waarbij ieder gebaar nadruk krijgt voelt zwaar en ouderwets en dat tijdens belangrijke monologen van de acteurs die de equivalenten van Goebbels en Göring spelen hoorbaar gesouffleerd moet worden haalt de vaart er nog meer uit. Dan wordt Arturo Ui museumtoneel van het stoffigste soort.

Het ligt ook een beetje aan de boodschap. Brecht wilde niet alleen Hitler belachelijk maken maar ook aantonen dat zijn opkomst ‘aufhaltsam’ –‘weerstaanbaar’– was. De adel en het bedrijfsleven hebben zijn machtsgreep niet tegengehouden omdat ze dachten baat bij hem te hebben.

In het Nederland van na Fortuyn, waar de Tweede Wereldoorlog als ultieme toetssteen van de moraal hardhandig is afgedankt, voelt Brechts waarschuwing dat “de schoot waaruit dit beest kroop nog steeds vruchtbaar” is weinig relevant. Wat overblijft is een onmodieus griezelsprookje, zij het een met een zeer gedenkwaardige grote boze wolf.

Holland Festival: Der aufhaltsame Aufstieg des Arturo Ui van het Berliner Ensemble. Gezien 21/6/13 in de Stadsschouwburg. Meer info op www.hollandfestival.nl

Recensie: ‘Desdemona’ van Toni Morrison, Rokia Traoré en Peter Sellars

De hemel is een plek waar engelen in witte gewaden muziek maken. Een plek waar “alles bekend is, maar niet alles begrepen”. Een plek waar menselijke zielen ronddolen en hun verdriet leren dragen. Een plek waar Desdemona op zoek kan naar haar Othello.

Desdemona is een personage uit Shakespeare’s tragedie Othello. Ze komt er daar nogal bekaaid vanaf: ze is een ideale vrouw en in Shakespeare’s tijd betekende dat stil en dienstbaar. Othello is tegenwoordig een problematisch stuk: de hoofdpersoon is zwart en volgens de Bard komen zijn jaloezie, zijn impulsiviteit en zijn gruweldaden –aan het eind doodt hij zijn echtgenote Desdemona– rechtstreeks voort uit zijn huidskleur.

De Amerikaanse schrijfster en Nobelprijswinnares Toni Morrison raakte in gesprek met theaterregisseur Peter Sellars over het stuk, en uit hun discussie ontstond het idee voor een voorstelling waarin Desdemona háár verhaal vertelt, vanuit het hiernamaals. Morrison voegde een belangrijk personage toe: een zwarte bediende Barbary die de Venetiaanse edelmansdochter heeft opgevoed. Deze Barbary wordt gespeeld door de Malinese singer/songwriter Rokia Traoré.

De combinatie van Morrisons gedragen teksten en Traorés bezwerende muziek maken dit meer een poëzie-concert dan een theatervoorstelling, maar gelukkig is er de prachtige Amerikaanse actrice Tina Benko. Sober en precies vertelt ze de vaak abstracte gedachten over liefde, afhankelijkheid en verraad. In het leven na de dood dwalen ook de andere zielen uit het verhaal rond –haar moeder en die van Othello; haar dienstmeid Emilia– en die brengt ze allemaal met een eenvoudige wisseling van stem en accent tot leven.

De setting is onopgesmukt: op het toneel staan naast de twee sterren nog twee muzikanten (die de afrikaanse snaarinstrumenten ngoni en kora bespelen) en twee zangeressen, wiens kalme dansbewegingen grote schaduwen op gekleurde achterdoek werpen. Tussen de microfoons staan rijen lege glazen flessen en karaffen te schitteren in het licht van talloze kleine lampjes.

Het mooist zijn de scènes waarin Benko Othello speelt, die Desdemona vertelt over zijn hardvochtige jeugd als kindsoldaat, zijn fantastische reizen, en zijn geheime gruweldaden in de oorlog. En uiteindelijk gaat het ook over die ene bloeddorstige daad: zijn moord op haar. En steeds zingt de magnetische Traoré tussendoor nieuwe liederen over verzoening en de kracht om het slechte tegen te gaan en waardigheid terug te vinden.

De voorstelling voltrekt zich in een plechtig tempo. Deze schimmen hebben de hele eeuwigheid om nader tot elkaar te komen. Als levend mens verlang je soms naar iets meer vaart.

Desdemona is geen kritiek op Shakespeare, het is een aanvulling. Morrison, Sellars en Traoré openen nieuwe –vrouwelijke en Afrikaanse– perspectieven op een bekend verhaal dat daardoor alleen maar rijker wordt.

Holland Festival: Desdemona van Toni Morrison, Rokia Traoré en Peter Sellars. Gezien 11/6 in het Muziekgebouw aan het IJ. Aldaar nog 12/6 en 13/6. Meer info op www.hollandfestival.nl

Recensie ‘Musil marathon: De man zonder eigenschappen I, II, III’ van Het Toneelhuis

Toneel om bij na te denken ­– het is een zeldzaamheid, zeker in Nederland. Het weldadige bad van fonkelende aforismes, gevaarlijke conversaties en prikkelende beelden dat minstens twee uur van de zogenaamde Musil marathon biedt is dan ook weldadige theaterervaring. Een ideale voorstelling zelfs, ware het niet voor die andere helft.

Bijna tien jaar geleden begon de Vlaamse regisseur Guy Cassiers aan de toneelbewerking in vier delen van Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust, dit weekend presenteerde hij zijn visie op die andere buitensporig omvangrijke Europese roman: De man zonder eigenschappen van de Oostenrijkse schrijver Robert Musil.

Musil schreef een panorama van het Oostenrijk-Hongarije van vlak voor de Eerste Wereldoorlog. De hoofdpersoon Ulrich, eigenschaploos, maar vooral een man zonder overtuigingen, bekijkt het verval van het keizerrijk met cynische afstand. Via familierelaties komt hij terecht in een comité dat een zinloos evenement van nationalistische eenheid moet organiseren en tegelijk heeft hij een intieme, melancholieke, tegen incest aanschurende relatie met zijn zuster.

Cassiers trekt in de eerste twee delen deze twee verhalen uiteen. Vooral het politieke deel is weergaloos, een eindeloze hoeveelheid prachtige, actuele aforismes –waarin de multi-etnische lappendeken van het vooroorlogse Oostenrijk al te gemakkelijk te vergissen is met de Europese Unie van vandaag–  met het juiste aplomb geplaatst door geweldige spelers als Vic de Wachter, Wim van der Grijn en Gilda de Bal. Musils formele, wijdlopige zinnen klinken nog naar drukletters, maar de acteurs weten er een imposant taalbouwwerk mee te maken.

Het decor bestaat zoals altijd bij Cassiers uit projecties, dit keer gebruikt hij dunne lamellen en kleine vlakken in verschillende lagen achter elkaar als projectiescherm, wat een prachtig speels en voortdurend bewegend effect heeft. De spelers fluisteren hun teksten in zendmicrofoons, wat samen met de projecties een streng, maar ook onverbiddelijk subtiel toneelbeeld geeft.

Passie heeft in de cerebrale esthetiek van Cassiers weinig plek, maar het deel over de liefde is toch pijnlijk en een tikje hoopvol door het spel van Tom Dewispelaere en Liesa Van der Aa. Alle personages dragen steeds kostuums met tuigjes, windsels en barokke kettingen en gespen. Ze harnassen zichzelf tegen de omwenteling die onvermijdelijk is en die alles waar ze over theoretiseren weg zal vagen.

Maar goed, dan volgt na zo’n vijf uur toneel nog een derde deel. Hiervoor schreef de Vlaamse schrijver Yves Petry een nieuwe tekst, waarin hij Musil zelf op het toneel zet, samengevoegd met één van zijn personages, de moordenaar Moosbrugger (Johan Leysen) en een slachtoffer van hen beiden (opnieuw Van der Aa). En hier zakt heel het bouwwerk in. Hier wordt de schrijver de maat genomen in een banale psychologisering en trivialisering van zijn denken en zijn wereldbeeld. En daarmee doet het de zo zorgvuldig opgebouwde intellectuele constructie bijna teniet. Bijna. Want die twee uur denktheater neemt niemand je meer af.

Holland Festival: Musil marathon: De man zonder eigenschappen I, II, III van Het Toneelhuis. Gezien 24/6/12 in de Stadsschouwburg. Meer info op www.hollandfestival.nl

De Meester en eigenschappen, of: De man zonder Margarita

Twee toneelbewerkingen van onbewerkbare boeken zijn dit weekend op het Holland Festival te zien in de twee zalen van de Stadsschouwburg, en aan de oppervlakte lijken The master and Margarita en De man zonder eigenschappen wel wat op elkaar in hun dromerige, filmische stijl. Maar daarachter gaat een diepgaand verschil van opvatting schuil over hoe literatuur op de planken te zetten.

De overeenkomsten tussen beide romans zijn opmerkelijk: zowel De meester en Margarita van de Russische schrijver Michail Boelgakov als De man zonder eigenschappen van de Oostenrijker Robert Musil werden geschreven in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw, kwamen niet door de censuur van hun land en werden pas na de dood van hun auteur erkend als literaire meesterwerken. Beide behandelen ze moreel failliete landen die afstevenen op een catastrofe en voorafschaduwen daarmee de Tweede Wereldoorlog.

De Britse acteur en regisseur Simon McBurney (twee jaar geleden regisseerde hij A dog’s heart bij De Nederlandse Opera, gebaseerd op een verhaal van Boelgakov) maakt met zijn gezelschap Complicite van The master and Margarita een multimediaal spektakel, dat met projecties, goochelkunsten, muziek, en een grote cast langs de drie verhaallijnen uit Boelgakovs roman vloeit. We zien hoe de duivel, vermomd als de Duitse professor Woland, zijn intrek neemt in Moskou en daar dood en verderf zaait. Tegelijk zien we een op Boelgakov zelf gebaseerde schrijver (de meester uit de titel) in een gesticht die een historische versie schrijft van het verhaal van Jesus Christus en Pontius Pilates.

In het boek hebben de drie verhalen ieder hun eigen stijl: de satanische streken van Woland en zijn metgezel, een mansgrote zwarte kater, zijn grotesk en surrealistisch, het Christusverhaal verheven en contemplatief en de romance tussen de schrijver en zijn geliefde Margarita lieflijk en poëtisch. In het laatste deel, als Margarita om de ziel van de schrijver te redden zich in dienst stelt van Woland die haar als heks een satanische Walpurgisnacht laat vieren.

Het is de vraag of toeschouwers die het boek niet kennen de kluwen verhalen en thema’s in McBurneys uitbundige, maar ook wat warrige regie kunnen ontwarren. Sprongen tussen locaties worden met Google-maps-animaties verbeeld en een mooi effect wordt bereikt door de acteurs meet te laten spelen met de projecties op de vloer, waarbij op de achterwand het resultaat te zien is: de Meester rijdt paard, Margarita vliegt. En aan het eind zit een mooie ontmaskering, een visie op het kwaad in het boek en in de wereld.

Hoe anders is de theaterbewerking van Het Toneelhuis van De man zonder eigenschappen. De Vlaamse regisseur Guy Cassiers maakte zo’n tien jaar geleden bij het Ro Theater naam met zijn rigoreuze bewerking van de roman Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust voor het theater. Nu kiest hij opnieuw een megaproject en opnieuw zoekt hij manieren om niet zozeer het verhaal te vertellen, maar de essentie uit het boek te destilleren en die als het ware als een nieuw, zelfstandig kunstwerk op het toneel te zetten.

De onopmerkelijke man uit de titel is Ulrich, een passieveling die in een ontbindend keizerrijk vruchteloos meewerkt aan een zinloos gebaar van eenheid, de viering van het jubileum van de vorst. Ook Cassiers gebruikt projecties, maar in plaats van overdaad kiest hij in het eerste deel voor intrigerende details van grote schilderijen, Da Vinci’s Laatste Avondmaal en Endsor’s De intocht van Christus in Brussel.

McBurney kiest voor grote gebaren en theatrale frivoliteit, maar pretendeert uiteindelijk niet meer dan de roman te illustreren. Cassiers is stijlvaster en kiest zelf meer positie, zodanig dat hij in het derde deel Yves Petry opdracht gaf een nieuwe tekst te schrijven, gebaseerd op Musil. Bovendien is hij explicieter in het benoemen van actuele paralellen. Wie van de twee trouwer is gebleven aan het boek is misschien wel de interessantste vraag van dit Holland Festival.

The Master and Margarita van Simon McBurney/Complicite is te zien 21-23/6 in de Stadsschouwburg.
De misdaad (De man zonder eigenschappen III)
is te zien op 22/6 en de hele Musil Marathon van Het Toneelhuis op 23-24/6  in de Stadsschouwburg.
www.hollandfestival.nl

 

Recensie: ‘Detroit dealers’ van Wunderbaum

Daar sta je dan, tussen de Volvo’s. Automobielbedrijf Van Vloten in Noord is een opvallende locatie voor het Holland Festival, en de dealer heeft goed uitgepakt, met kaas, olijven, uitstekende wijn een speciale festivalaanbieding: 1500 euro korting, een diner bij De Goudfazant en twee kaarten voor een toneelvoorstelling als je nu een nieuwe auto koopt.

De voorstelling die hier staat heet Detroit Dealers, van de Rotterdamse theatergroep Wunderbaum. Het is een persoonlijke, documentaire-achtige voorstelling over de fascinatie van acteur Walter Bart met auto’s. Uitgangspunt is het verhaal van zijn grootvader, Opel-dealer, die in de jaren ‘60 op zakenreis naar Detroit ging en daar een affaire had met een zwarte soulzangeres, waaruit weer kinderen en kleinkinderen geboren werden, die Bart in Amerika is gaan opzoeken. Of misschien is het wel niet helemaal zo gegaan, in een vorige voorstelling werkte Wunderbaum met een vergelijkbare mystificatie.

De voorstelling begint met een hilarisch filmpje (van Gerbrand Burger) waarin Bart en mede-Wunderbaumer Maartje Remmers met de grootste SUV die ze maar konden huren door Detroit karren op zoek naar Rosemarie Wilson, Barts Amerikaanse nicht. Daarna is het een losse, overvolle verzameling scènes over familie, cultuurverschillen, auto’s, sex, de opkomst en ondergang van General Motors en Detroit, hiphop, fietsen, milieuvervuiling en nog zo wat, gespeeld, gezongen en gerapt door Bart, Remmers en Wilson.

Het leuke aan Wilson is haar totale gebrek aan ironie; volkomen oprecht kan ze vertellen over haar liefde voor Detroit en grote auto’s en haar wil om verbinding te maken met het publiek. Dat contrasteert prachtig met de ironische afstand die altijd in het spel van Wunderbaum ingebakken zit. Die wonderlijk gelukte tegenstelling is het hart van de voorstelling, uitmondend in een geweldige rapbattle tussen de hakkelende, geëxalteerde Bart en de sexy en geestige flow van Wilson, ondersteund door de coole electronische muziek van Bo Koek, Jens Bouttery en Andrew Claes.

Daardoor neem je voor lief dat het onderwerp vrij warrig blijft en dat tegelijk de rijkdom van de associaties ook niet echt overslaat op de toeschouwer. Dat zie je vooral bij de drie onderbrekingen, waarin Remmers drie aspecten van de auto verbeeldt – de auto als sekssymbool, vervuiler en electrische toekomstdroom. Remmers doet daar op een erg geestige manier verheven, maar de teksten zijn te zwak. Hier wreekt zich dat de voorstelling eerder in het Engels is gespeeld (in Pittsburgh, eerder dit jaar), want dan klinken in alle platitudes een eindeloze hoeveelheid songteksten en filmquotes mee, een effect dat in het Nederlands verdwijnt.

In de laatste scène waarin Bart en Wilson samen de verleiding van de grootvader naspelen –tegelijk gefilmd als film noir– is dan weer erg mooi. Aantrekkingskracht, daar gaat deze voorstelling eigenlijk over, en dat heeft Wunderbaum in ruime mate.

Holland Festival: Detroit dealers van Wunderbaum. Gezien 15/6/12 in Automobielbedrijf Van Vloten, Amsterdam Noord. Aldaar t/m 21/6. Meer info op www.wunderbaum.nl

« Vorige paginaVolgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity