Recensie ‘Hotel Savoy’ van de Münchner Kammerspiele

De ruimte is kaal, onaf en hyperfunctioneel ingericht. Ze zijn in Duitsland inmiddels heus wel wat gewend qua theater in industrieel erfgoed, maar de nieuwe Spielhalle van sjieke Münchner Kammerspiele is wel heel erg weinig afgewerkt. De Duitse pers vindt het maar raar: waarom hier de seizoensopening en niet in de schitterende grote zaal? Maar de nieuwe intendant van het gezelschap is dan ook Johan Simons, die wel houdt van een beetje ruig.

Als eerste voorstelling van zijn artistiek leiderschap koos Simons voor een bewerking van Hotel Savoy van de Oostenrijkse schrijver Joseph Roth. Met een combinatie van Nederlandse en Duitse acteurs maakt hij een mooie voorstelling, minder statig dan zijn vorige Roth-bewerking Hiob, dicht op het publiek, licht aan de oppervlakte, maar met een diep dreigende ondertoon.

Na de Eerste Wereldoorlog komt Gabriel Dan terug uit Russische krijgsgevangenschap. Hij is op weg naar huis, maar belandt tijdelijk in een hotel, samen met nog veel meer door de oorlog ontheemde Heimkehrer. Steven Scharf als Gabriel is een melancholieke reus. Hij torent boven de andere spelers uit en neemt de voorstelling mee als de het enorme paar laarzen dat hij draagt.

Het publiek zit aan weerszijden van de speelvloer, een lange ‘catwalk’ van vloertegels; als de spelers eroverheen stampen waait het stof en zand ertussen op. Erboven schittert een kroonluchter overdreven. Aan één uiteinde de deuren van een grote lift. In het midden een trap naar beneden, met een grof-houten ombouw, alsof het een bouwplaats is.

De lift is het domein van de liftboy Ignatz, gespeeld door Pierre Bokma (dienstbaar, maar heel geestig), die het hotel bestiert en Gabriel kennis laat maken met de overige, eigenaardige bewoners, zoals het variëtémeisje Stasia (Katja Herbers, die in het Duits lijkt te verliezen aan brutaliteit, maar wint aan tragiek), de klagende joodse valutahandelaar en een hoestende clown. De geheimzinnige eigenaar Kaleguropulos krijgt niemand te zien.

De vaart komt erin met de komst van de revolutionaire Zwonimir en de Amerikaanse miljardair Bloomfield. Beiden zijn gekomen om de stad te veranderen: de een wil gewapende opstand en de ander zoekt mensen om geld aan te geven.

Opmerkelijk is de grote nadruk op variëté, goochelen, slapstick, ballet en clownerie. Brigitte Hobmeier doet een prachtig nummer waarin ze binnen een paar minuten met diverse attributen en opplaksnorren vier typetjes neerzet, met verwijzingen naar Laurel & Hardy, Chaplin en Buster Keaton.

Boven het verhaal, geschreven in 1924, hangt met de kennis van nu echter de dreiging van de holocaust, een paar decennia later. Het oorspronkelijke Hotel Savoy stond en staat nog steeds in Lvov, nu in de Oekraïne. Maar van de vele joden uit die stad zijn er bijna geen meer over. Roth stierf in 1939.

Het is Simons verdienste dat hij deze geschiedenis onnadrukkelijk, maar toch onontkoombaar op het heden weet te plaatsen, maar dat hij tegelijk met de mooie rollen van Scharf en Herbers de voorstelling een warm kloppend hart geeft.

Het heden is het steigerwerk van de toekomst. Dat lijkt Simons te willen zeggen, niet alleen met de voorstelling, maar ook met de zaal waarin die speelt. Het Duitse publiek onthaalde het in ieder geval met donderend enthousiasme.

Hotel Savoy van de Münchner Kammerspiele. Gezien 7/10 in München. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg) op 21-22/1/11.

Verslagje opening Theatertreffen

buitenland,Parool,verslagjes — simber op 10 mei 2010 om 00:47 uur
tags: , , ,

Ze zijn er niet. Normaal staan bij de opening van het Theatertreffen in Berlijn altijd minstens een half dozijn dames voor de ingang van het theater met een bordje ‘Suche Karten’. Ze doen een laatste, wanhopige poging om erbij te zijn, maar vanavond ontbreken ze. Ligt het aan de crisis? Of zien ze de openingsvoorstelling niet zitten?

Het Theatertreffen is het belangrijkste theaterfestival van Duitsland. Sinds 1964 wordt jaarlijks een selectie van de tien beste voorstellingen uit de ‘Deutschsprachige Raum’ (Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk) uitgenodigd in Berlijn. Vrijdagavond werd het festival geopend met de voorstelling Kasimir und Karoline van de Nederlandse regisseurs Johan Simons en Paul Koek.

Het festival benadrukt  dit jaar de internationale dimensies van de selectie. Kasimir und Karoline is een coproductie van Schauspiel Köln met NT Gent en de Veenfabriek, maar er staat ook een vrijwel geheel Engelstalige voorstelling, Life and Times episode 1, van de New Yorkse groep Nature Theater of Oklahoma. Ook de Vlaamse regisseur Luk Perceval, die al jaren in Hamburg werkt, is uitgenodigd. De opening werd vrijdagavond verricht door de Franse oud-minister van cultuur Jack Lang.

Die legde meteen de verbinding met het meest in het oog springende onderwerp dat de Duitse kunstwereld bezighoudt: de crisis. Lang wees op de intellectuele en morele oorzaken van de kredietcrisis en riep politici op juist nu niet te bezuinigen op cultuur: “Politici hebben op dit moment een tekort aan ideeën. Het is aan de kunstenaars om utopieën te blijven ontwikkelen.” Waarna hij de daad bij het woord voegde door een ontwerp voor een Frans-Duits staatsburgerschap te lanceren.

Ook de keuze van de festivaljury weerspiegelt het crisisgevoel, met een selectie van uitvoeringen van nieuwe toneelstukken die vrijwel uitsluitend over de kredietcrisis lijken te gaan. Geen enkele Shakespeare, Tsjechov of Schiller dit jaar, maar schrijvers als Elfriede Jelinek, Dennis Kelly en Dea Loher werden uitgenodigd met stukken waarvan de titels alleen al weinig te raden over laten: Contracten van de Koopman, Liefde en geld en Dieven.

En ook in Koek en Simons’ voorstelling van Ödön van Horváth’s moderne klassieker gaat het om de menselijke gevolgen van laagconjunctuur: Kasimir en Karoline speelt tenslotte in 1932 en gaat over een paar dat uit elkaar groeit nadat hij z’n baan verliest. Simons en Koek maakten er een mooi melancholieke voorstelling van ondersteund door synthi-pop van de Veenfabriek. Verlaten mensen aan de achterkant van een kermisterrein, waar de rijke heren alleen komen om te pissen en meisjes te verschalken.

Alleen Simons kon bij de opening aanwezig zijn, maar hij heeft dan ook iets te winnen. Hij verhuist later dit jaar naar München om daar de Münchner Kammerspiele te gaan leiden. Donderdag was hij nog in München om zijn plannen achtereenvolgens aan de gemeenteraad, de pers en het personeel te presenteren, eerder op de vrijdag was hij nog in Amsterdam, waar die avond zijn voorstelling Gif in première gaat (met o.a. Simons’ vrouw Elsie de Brauw), en ‘s avonds in Berlijn willen diverse journalisten en televisiestations graag nog even praten met Herr Regisseur, die ze met een flesje bier in de hand in smeuïg NederDuits welwillend te woord staat.

Kasimir und Karoline is min of meer een remake van de locatievoorstelling die hij vorig jaar maakte met Nederlandse en Vlaamse acteurs op vliegbasis Soesterberg bij Utrecht. Die werd niet bijster enthousiast ontvangen en tijdens een opvoering op het festival in Avignon ontstond een relletje toen een geïrriteerde toeschouwer de voorstelling onderbrak.

Simons: “Die voorstelling was uitbundiger, explosiever. Toen ik hem in Keulen opnieuw kon maken was dat in de zaal, en werd de voorstelling ingetogener.” Het decor is hetzelfde gebleven: een ijzeren stellage, een tijdelijke bouwconstructie waar met enorme glitterletters ‘Enjoy’ staat. “Ik had deze voorstelling moelijker in München kunnen maken, ook als speelt het stuk zich op het Oktoberfest af. Maar het is nu een rijke stad, de Münchner Kammerspiele heeft een welvarend, links-intellectueel publiek. Negentig procent leest de Süddeutsche Zeitung; in Keulen is het publiek armer. En in het Ruhrgebied weten ze wel werkloosheid is.”

Hoewel Simons de verschillen benadrukt, blijft het bizar om te bedenken dat er nu twee versies van zijn voorstelling door Europa reizen: de Duitse nu in Berlijn en later weer in Keulen, de Nederlands/Vlaamse later deze maand in Amsterdam en daarna weer in Frankrijk.

Ook Ivo van Hove en Jan Versweyveld lopen rond door het Haus der Berliner Festspiele. Van Hove regisseert hier bij de Schaubühne De Mensenhater van Molière, met in de hoofdrol Lars Eidinger, die Hamlet speelde in de voorstelling van Thomas Ostermeier die in december met groot succes in Amsterdam te zien was. De voorstelling gaat pas in september in première, maar door de drukke schema’s moet hij nu al afgemaakt worden.

Ongeveer tegelijkertijd gaat in München Simons’ eerste voorstelling in première: Hotel Savoy, naar het boek van Joseph Roth, waarin naast de Duitse acteurs uit het ensemble ook Pierre Bokma en Katja Herbers meedoen.

Zo zijn de regisseurs uit de lage landen grote meneren geworden in de landen waar regisseurs op een voetstuk staan en gegoede dames staan te bedelen om kaartjes. De ‘Suche Karten’ bordjes waren de dag na de première gelukkig weer present.

Recensie: ‘La Grande Bouffe’ van TGA en NTG

En weer valt het decor uit de lucht. Regisseur Johan Simons liet het eerder gebeuren in Platform (een berg vuilnis) en in Drei Farben (een auto), dit keer is het een berg in plastic verpakt vlees dat met een klap op het toneel terecht komt.

La Grande Bouffe (‘de grote schranspartij’), de schandaalfilm uit 1973 van Marco Ferreri over vier gegoede mannen die zich letterlijk dood eten, wordt nu op het toneel gezet door Toneelgroep Amsterdam en NT Gent. Voor Johan Simons is het zijn laatste regie in de lage landen voordat hij in september uit België naar Duitsland vertrekt om daar artistiek leider te worden van de Münchner Kammerspiele. Hij laat Nederland achter met een strenge waarschuwing over de functie van kunst, verpakt als verziekte komedie.

Simons dient de zaak op als een reconstructie. De twee vrouwen die bij het bacchanaal een rol spelen, een onderwijzeres (Elsie de Brauw) en een prostituee (Chris Nietveld), zetten de mannen in als zetstukken bij hun terugblik, en de voorstelling begint als de lijken al onder plastic liggen. De vier – een piloot (Jacob Derwig), een televisiepersoonlijkheid (Steven van Watermeulen, grotesk hilarisch), een rechter (Aus Greidanus jr.) en een chefkok (Wim Opbrouck, opvallend ingehouden maar daardoor grimmiger) – verzamelen zich in het buitenhuis van een van hen, kopen de meest exquise ingrediënten en gaan eten tot ze erbij neervallen. Seks is broodnodig en zo komen de vrouwen in het spel. Psychologie of motivatie worden niet bijgeleverd.

Al vaker hekelde Simons in interviews de afzijdige houding van het Nederlandse theaterpubliek dat liever amusement ziet dan polemiek, en nu zullen we het krijgen ook. We krijgen wanstaltige neptieten voorgeschoteld, seks tussen de vleeshopen, eindeloze poep en pieshumor en een scène als een ware schetensymphonie. De acteurs blijven hard komedie spelen ook al is het halverwege duidelijk niet meer grappig. Net als in Instinct hanteert Simons een geëxalteerde speelstijl, tegen het schmieren aan, waar mindere acteurs genadeloos mee door de mand zouden vallen. Alle middelen worden ingezet, steeds door de vrouwen geprepareerd op de requisietentafel achterop het toneel, op dezelfde manier als de mannen steeds nieuwe gerechten uit de keuken binnenbrengen.

De voorstelling speelt in een nogal kaal decor, maar heeft een zogenaamd ‘beeldconcept’ van kunstcriticus en curator Anna Tilroe, dat voornamelijk bestaat uit projecties op de achtermuur van min of meer bekende kunstwerken uit de afgelopen eeuw, van Willem de Kooning tot Joep van Lieshout en van Mapplethorpe tot Dumas. Soms zijn de beelden erg illustratief: wordt de chefkok geïntroduceerd, zien we een stilleven met fruit; bij de piloot hoort een (overigens erg mooi) schilderij van een enkel vliegtuigraampje. Dan weer zijn het poëtische associaties of zorgen ze voor contrast, zoals de eindeloze reeks beelden van vrouwen die zich in hun geslacht laten kijken, die een uitgebreid gesprek over eten begeleid.

Sowieso bestaat de tekst voornamelijk uit beschrijvingen van en lofzangen op eten. Recepten en menu’s  worden met erotische wellust voorgedragen, als de kok ruikt aan een van de vele slipjes die de prostituee uittrekt is zijn eerste associatie citroenmerengue. Eten en seks hebben voor deze mannen van positie gewisseld. Ze zijn ook niet zo oud als in de film en minder viriel, bijna fatjes met hun sjaaltjes, hun hoedjes en hun vestjes waarvoor ze elkaar complimentjes geven.

Zo is de link met het consumptiehedonisme makkelijk gelegd. Maar juist de beeldcollage en de copieuze stijl geven aan dat het Simons om meer gaat, namelijk de waarde van kunst zelf. Wij laten ons kunst opdienen om te consumeren, en dat is net zo decadent als deze mannen die zich dood eten. En dat is een inzicht om nog lang op te kauwen.

La Grande Bouffe van Toneelgroep Amsterdam en NT Gent. Gezien 28/2 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 6/3 en 7 t/m 17/4. Tournee t/m 15/5. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Interview Johan Simons

Het werk van theaterregisseur Johan Simons is inmiddels vaker te zien in Duitsland dan in Nederland. Vanaf september wordt hij intendant van de Münchner Kammerspiele, waar hij vorig seizoen al Drei Farben maakte naar de films van Kieslovski met onder anderen Jeroen Willems. Komend weekend is die voorstelling in de Stadsschouwburg te zien. “Het contact tussen spelers en publiek is in Nederland vele malen directer en eerlijker.”

Het publiek verstijft collectief. Zo’n zevenhonderd mensen in de jugendstilzaal van de Münchner Kammerspiele zien de kabel breken. Met donderend geweld stort de donkerblauwe Volvo stationwagen zich met de neus naar beneden dwars door de toneelvloer heen. Drei Farben is begonnen.

Pathos is regisseur Johan Simons niet vreemd. Hij vestigde zijn naam samen met Paul Koek in de jaren tachtig met het locatietheater van Hollandia. Daarna verhuisde hij naar de grote zalen, eerst in Eindhoven en vervolgens naar Gent. Sinds enige jaren werkt hij als gastregisseur in München, vanaf september is hij er artistiek leider, of zoals de functie in het Duits heet: Intendant.

Na een serie voorstellingen naar aanleiding van het werk van de Franse schrijver Michèl Houellebecq is Drei Farben nu zijn derde voorstelling gebaseerd op de Poolse cineast Krysztof Kieslowski. “Ik raakte geïnteresseerd in Kieslovski omdat ik in Berlijn was en veel gesprekken voerde met mijn goede vriend en decorontwerper Bert Neumann”, vertelt Simons een paar dagen later aan de telefoon. “Hij is Oostberlijner en samen hadden we het over het politieke systeem vóór de val van de muur en de situatie nu. Kieslovski maakte zijn belangrijkste werk rond Die Wende: Tien Geboden gaat over de tijd waar het vermolmde systeem dreigt om te vallen. De Trois Couleurs serie gaat over het nieuwe Europa na de val van de muur.”

Continue reading “Interview Johan Simons” »

Recensie: ‘Underground’ van NT Gent, Theater Antigone

Parool,recensies — simber op 11 december 2009 om 03:05 uur
tags: , , , , ,

Met een zwierig gebaar steekt acteur Servé Hermans twee briefjes van 200 euro in brand. Poef, en ze verdwijnen in het niets. Even later tovert hij ze weer tevoorschijn, stopt ze in z’n portemonnee, maar die vat ook meteen vlam. Goochelen met geld tot er niets meer van overblijft, dat zullen we vanavond zien.

De contracten van de koopman heet het toneelstuk dat de Oostenrijkse schrijfster en Nobelprijswinnares Elfriede Jelinek schreef naar aanleiding van de kredietcrisis. Of eigenlijk is toneelstuk een te ouderwets woord voor de theaterteksten die ze schrijft. Er zijn geen personages, plot of regie-aanwijzingen, alleen een lange klaagzang. Of misschien wel een mantra of een gebed, waarin ons geld zelf lijkt te spreken. Het is een boze, maar erg abstracte tekst, die door regisseur Johan Simons en zijn merendeels jonge acteurs -onder wie Katja Herbers- flitsend wordt gebracht (om onduidelijke redenen onder de titel Underground), maar die niet tot het eind kan boeien.

Het toneel, een spiegelende gladde vloer met daarop een zwembad en een enorme bankkluis, wordt achtereenvolgens bezet door kleine beleggers, bankiers, vrije ondernemers; de slachtoffers, daders en medeplichtigen van de crisis. De kleine beleggers, in ruitjesbloezen en cowboylaarzen, worden nog neergezet als relatief herkenbare familie –met wat misbruik, dat wel- die klaagt over de ‘certificaten’ waarin ze hun oudedagsvoorziening belegden die nu niet meer waard zijn.

Het tweede deel is het beste, met het gezelschap acteurs als roedel bankiers in bruine pakken vooraan het toneel rechtstreeks de zaal toesprekend, vol van hun eigen arrogantie: “Wij bieden uw geld ontspanning, sport en spel. Bij u was uw geld lui. Uw geld werkt nu voor ons.” Hier wordt het even Publieksbeschimping: de spelers zijn onconfortabel dichtbij, de inzet is uw en mijn portemonnee en bankrekening.

Erna volgt nog een demonstratie op muziek van U2, mag het publiek schoenen werpen naar de acteurs, wordt er gecollecteerd voor Dirk Scheringa en Marco Borsato en vallen de maskers van Rijkman Groenink, Wouter Bos en Herman van Rompuy. De energie verdampt echter in het laatste deel, over een manager die liever zijn hele familie vermoordt met een bijl dan de schande van het verlies van hun kapitaal te dragen. Gebaseerd op een Oostenrijkse zaak uit 2008 weliswaar, maar het plastisch beschreven geweld laat zich moeilijk rijmen met de conceptuele benadering van de eerste delen.

Jelinek verklaart niet, analyseert nauwelijks, toont geen compassie. Vaak speelt ze vernuftig en intelligent met de taal van economie die uit de krant van gisteren lijkt geknipt, dan is ze weer plat en ergerlijk simplistisch. Ze neemt geld als abstracte metafoor, trekt die door tot in het absurde. Simons zet daar passend theatraal geweld tegenover, maar slechts op een paar momenten smelt het samen tot indringend theater.

Underground van NT Gent en Theater Antigone. Gezien 10/12/09 in Haarlem. In Amsterdam (Stadsschouwburg): 20 en 21/12. Meer info op www.ntgent.nl

Recensie: ‘Hiob’ van de Münchner Kammerspiele (Holland Festival)

In één seizoen presenteert Johan Simons een voorstelling die Tien Geboden heet en een die Hiob heet, Duits voor de bijbelse Job. De Nederlandse regisseur die nu artistiek leider is bij NT Gent in België en die volgend jaar naar München verhuist heeft blijkbaar iets uit te zoeken met het Oude Testament.

In aanloop naar zijn directeurschap in München regisseert Simons al enkele voorstellingen bij het Duitse gezelschap. Hiob is daarvan de meest recente, en was dit weekend te zien in het Holland Festival. Het gaat Simons echter niet om theologische kwesties: hij snijdt religie aan om verder te denken over identiteit en cultuur en gebruikt hiervoor de roman van de Oostenrijks/Duitse schrijver Joseph Roth uit 1930.

De arme Joodse leraar Mendel Singer woont met zijn gezin in een Russisch dorp. Hij verliest zijn ene zoon aan het leger, zijn andere vlucht naar Amerika, en zijn geile dochter aan een regiment kozakken. Met zijn vrouw blijft hij over met zijn epileptische en gehandicapte zoon Menuchim, die volgens een profetie van een wonderrabbi ooit zal genezen. De zoon in Amerika blijkt echter succes te hebben en hij laat zijn familie overkomen en laat hen delen in zijn rijkdom. Maar opnieuw verliest Mendel iedereen: Menuchin moest al achterblijven omdat hij als zwakzinnige niet mag immigreren, de zoon sneuvelt in de oorlog, Mendel’s vrouw sterft van verdriet en de dochter wordt krankzinnig. Maar misschien nog wel belangrijker: Mendel is zijn vaderland kwijt en kan niet aarden in de nieuwe wereld.

Hoever Mendel ook reist, zijn wereld blijft klein. Het decor bestaat uit een carrousel van kitsch, bordkarton en verschoten dekbedhoezen. Tussen de lampjes bovenin staan de woorden ‘Birth’, ‘Love’ en ‘Death’. Net als bij Simons’ operaregie Die Entführung aus dem Serail kiest ontwerper Bert Neumann voor één theatraal object in een verder leeg toneelhuis. Op de achtergrond klinkt een geluidsmontage –weer- en stadsgeluiden- en muziek –Russische volksmuziek en moderne componisten- van Paul Koek.

Zoals de carrousel wel beweegt maar niet verplaatst, zo blijft Mendel vasthouden aan zijn identiteit -“Ik ben een vrome jood, met een zwarte hoed en bleke wangen” zegt hij een aantal keer, als een bezwering-  terwijl om hem heen alles in beweging is. De Amerikaanse zoon verandert zijn naam van Schemarjah in Sam, de dochter trouwt met een niet jood, en iedereen krijgt steeds mooiere kleren terwijl hij in z’n flodderige pak met dikke muts blijft rondlopen. Hij is ook niet geschikt om te reizen, hij loopt de hele voorstelling op sokken.

Juist vanwege de stilstand van Mendel wordt het de voorstelling van de vrouwen. Hildegard Schmahl als Mendel’s vrouw is een schitterende actrice die de dodelijke lijdzaamheid van haar personage bij iedere kans weet te doorbreken met nieuwe hoop. Wiebke Puls als de de dochter toont een mooie lijn van bronstig veulen naar zakenvrouw naar gekte. André Jung als Mendel is het onveranderlijke achterdoek waarvóór de andere personages zich bewegen.

Helemaal aan het eind, op het dieptepunt van zijn ellende, verloochent Mendel net als Job zijn geloof. Maar hij gaat verder dan Job: hij verbrandt zijn gebedsriemen en gebedenboek en vult zijn dagen met klusjes voor zijn buren in plaats van met bidden. En hij wordt beloond met een wonder. Want hoe religieus Simons’ thematiek de afgelopen jaren ook is, de wereld de wereld gaat vóór.

Holland Festival: Hiob van de Münchner Kammerspiele. Regie: Johan Simons. Gezien: 21/6/09 in de Stadsschouwburg. Meer info op www.hollandfestival.nl

Recensie: ‘Tien geboden, deel 2’ van NT Gent en Wunderbaum

Parool,recensies — simber op 16 februari 2009 om 21:02 uur
tags: , , ,

“Maar wat komt er dan in de plaats van God?” “Eenzaamheid.” Tien een beetje gedateerde televisiefilms van de Krzysztof Kieslowski, waarin de Poolse filmregisseur de Tien Geboden in een moderne setting plaatst en zonder de kerk of de filosofie erbij te betrekken morele keuzes voorlegt aan eenvoudige mensen in een flatgebouw in Warschau. Regisseur Johan Simons brengt ze nu op het toneel vorig seizoen de eerste vijf, nu de volgende.

Het zijn twee aparte voorstellingen, maar Simons’ groep NT Gent speelt ze ook als marathon van zes uur. De lange tussentijd tussen de twee delen is jammer voor degenen die deel één al vorig seizoen zagen. Tien Geboden is één, groots theaterwerk en de marathon lijkt me het niet te missen theaterevenement van het seizoen.

Er zit een huiveringwekkend soort eenvoud in dit tweede deel. De opeenvolging van verhalen is scherper, lijnen uit het eerste deel worden duidelijker, de overgangen van deel naar deel zijn vloeiend. We zien het verhaal van een jongen die met een telescoop een vrouw begluurt en haar voor het eerst aanspreekt, of van een meisje dat haar kind terug wil dat ze te jong kreeg en dat door haar moeder wordt opgevoed of van twee broers die een kostbare postzegelverzameling erven van hun vader, en rucksichtlos op zoek gaan naar die ene zegel die de collectie compleet maakt.

De toon blijft ingehouden, de acteurs vertellen meer dan ze spelen, maar meer dan in deel één wordt er stilistisch veel uit de kast gehaald. In vrijwel hetzelfde decor van rijen tweedehands meubels onder koel tl-licht spelen de acteurs kindertheater met maskers, een college over ethiek en groteske komedie. De acteurs, deels van NT Gent, deels van Simons’ protegé-groep Wunderbaum, zijn dienstbaar, maar weten de schaarse dramatische momenten fel te kleuren. De symboliek is klein: het ontrafelen van vertrouwde verbanden wordt getoond als het uithalen van een breiwerk of het leeghalen van een teddybeer.

Waren bij deel één nog enige reserves mogelijk, deel twee is een overrompelende theatergebeurtenis. Na een aantal voorstellingen gebaseerd op boeken van de Franse schrijver Michel Houellebecq die harder en tragischer waren, maakt Simons nu dit troostrijke, compassievolle tweeluik. Een oproep tot gemeenschapszin en daarmee tot theater zelf: komt dat zien!

Tien geboden, deel 2 van NT Gent en Wunderbaum. Gezien 13/2/09 in Rotterdam. In Amsterdam (Stadsschouwburg) 13/3, marathon (deel 1&2) 14/3. Meer info op www.ntgent.be

Voorstuk: NT Gent in de Stadsschouwburg Amsterdam

Vanaf vanavond bezet de NT Gent drie dagen de Stadsschouwburg. Het Vlaamse theatergezelschap van sterregisseur Johan Simons toont in het programma Amsterdam Vlaams haar veelzijdigheid, maar Simons zelf schittert door afwezigheid.

“We hebben een uitstekende band met Johan Simons” vertelt programmeur Annet Lekkerkerker,  “Hij komt later in het seizoen met de voorstellingen Instinct en Tien Geboden naar de schouwburg. We hebben nu juist de kans om de enorme diversiteit van het gezelschap laten zien. Bovendien: eind volgend jaar vertrekt Simons naar München en wij laten nu al zien wie er daarna belangrijk zullen worden voor de groep. Acteur Wim Opbrouck zal NT Gent gaan leiden, en Els Dottermans, Steven Van Watermeulen en Aus Greidanus jr. blijven beeldbepalende personen.”

Het gezelschap speelt drie voorstellingen, en daarnaast is er op woensdagavond een talkshow, met interviews met Pierre Bokma en Frans Weisz, monologen en muziek. Aus Greidanus presenteert met de voorstelling De koning sterft zijn regiedebuut in de grote zaal, met Van Watermeulen in de hoofdrol, en treedt daarmee in de voetsporen van zijn vader, Aus Greidanus sr., die eerst acteur was bij en nu artistiek leider van De Appel in Den Haag. De zoon maakte een lichte versie van het absurdistische stuk van Ionesco.

Opbrouck is te zien in twee voorstellingen. Eerst in een kindervoorstelling van Sanne van Rijn, Ik wil dat jij een beer wordt, naar het prentenboek van Janosch. Het is een opvallende keuze voor Van Rijn, die normaal gesproken zeer abstracte mime maakt. Maar met behulp van levensgrote origami dieren weet ze haar eigen stijl moeiteloos toegankelijk te maken voor kinderen. “Ik vind het heel bijzonder dat een acteur als Aus Greidanus of een maker als Sanne van Rijn binnen het gezelschap zoveel ruimte krijgen om hun eigen ideeën uit te voeren”, zegt Lekkerkerker, “Een voorstelling voor kinderen vanaf zes jaar in de grote zaal is een grote gok, maar het is een prachtige, poëtische voorstelling geworden.”

Hoogtepunt wordt zonder twijfel het concert Ik val… Val in mijn armen, waarin Opbrouck en Els Dottermans countryliedjes zingen. Het initiatief kwam van Opbrouck, die naast het verontrustende theater van Simons ook wel eens een hartverwarmend liedjesprogramma wilde maken. Het resultaat, bleek tijdens een sneak preview in september, is een hartverscheurend mooie show waarin de twee acteurs met drie muzikanten rond een caravan liedjes zingen van Johnny Cash, Chip Taylor en Tammy Wynette. De meeste songs zijn vertaald in het Vlaams: Stand by your man werd Blijf bij uw vent en soms maken ze speelse uitstapjes naar Huub van der Lubbe, The Lemonheads of Brahms. Opbrouck bleek al eerder een ziel van rock ’n roll te hebben, zodat vooral Dottermans’ ferme strot verrast.

Lekkerkerker laat zich niet verleiden tot het noemen van haar favoriete NT Gent voorstelling: “Het programma is té divers om er eentje uit te kiezen. Maar ik durf wel te garanderen dat iedereen die komt kijken naar Ik val… een stukje gelukkiger buiten komt dan ze naar binnen gingen.”

Amsterdam Vlaams, NT Gent in de Stadsschouwburg Amsterdam. 2/12 t/m 4/12. Meer info op www.ssba.nl

Theater in Nederland op een kruispunt

beschouwingen — simber op 9 juli 2008 om 15:47 uur
tags: , , ,

Dit artikel schreef ik voor een engelstalige uitgave van het SicaMag, met als ondertitel ‘From The Netherlands with attitude’. In dit magazine wordt een beeld geschetst van de huidige stand van zaken in alle kunstdisciplines, voor de buitenlandse relaties van de SICA. Ik schreef het hoofdstuk over theater. Engelse versie hier.

Het theater in Nederland staat op een kruispunt. Na een periode van bloei van enkele decennia lijken theatermakers, schouwburgdirecteuren en beleidsmakers op zoek naar een nieuwe rechtvaardiging. In het debat wordt de tegenstelling tussen artistieke ontwikkeling en maatschappelijke relevantie verscherpt en het afgelopen seizoen (2006/2007) werd het woord crisis veel in de mond genomen in een discussie die vooral ging over bezoekcijfers, subsidie en bestelhervorming (Nederlanders praten nu eenmaal liever over geld dan over kunst). Hoewel het Nederlandse taalgebied met Johan Simons (artistiek leider van NT Gent in België, Nederlandse regisseur in Vlaanderen) en Ivo van Hove (artistiek leider van Toneelgroep Amsterdam, Vlaamse regisseur in Nederland) zeker twee theatermakers van internationale klasse heeft, valt het toch moeilijk te ontkennen dat de artistieke hoogtijdagen van de jaren tachtig en negentig definitief voorbij zijn. Toch is de kiem van een nieuw internationaal elan van het Nederlandse theater gelegd. Nu is het de vraag of dat de kans krijgt te gaan bloeien.

Gedurende een aantal jaar nam het Nederlandse theater een toppositie in binnen de (continentale) Europese podiumkunsten. Vooral vanuit Duitsland werd met jaloezie gekeken naar de moderne Griekse tragedies van schrijver en regisseur Koos Terpstra, de radicale spelopvattingen van Jan Joris Lamers en zijn groep Maatschappij Discordia, de gedeconstrueerde montagevoorstellingen van Gerardjan Rijnders en het krachtige rituele locatietheater van Hollandia. Het boek Postdramatisches Theater van de Duitse theaterwetenschapper Hans-Thies Lehman bezegelde de status van de ‘Hollandse school’. Sinds de jaren zestig is er een nieuwe theatervorm ontstaan waarin de verschillende elementen van een theatervoorstelling –de regie, het acteren en de vormgeving- niet meer in dienst staan van de tekst, maar naast elkaar staan als zelfstandige elementen. Volgens Lehman hebben Nederlanderse theatermakers hierbij een niet te onderschatten rol gespeeld. Continue reading “Theater in Nederland op een kruispunt” »

Recensie: ‘Tien geboden, deel 1’ van NT Gent

Parool,recensies — simber op 18 september 2007 om 00:22 uur
tags: , , , ,

“De wet dient de menselijke natuur niet te volgen, maar haar te verbeteren.” Een advocaat gebruikt het als ultiem argument tegen de doodstraf voor zijn cliënt, die een even gruwelijke als zinloze roofmoord pleegde. Het mag niet baten. Johan Simons baseerde zijn nieuwe voorstelling op de televisieserie Dekaloog van de Poolse filmmaker Krysztof Kieslowski die de oudtestamentische Tien Geboden vertaalde naar tien verhalen over moderne morele dilemma’s van een groep bewoners van een flatgebouw in een buitenwijk van Warschau. NT Gent zet deze verhalen in twee delen op het podium, de eerste vijf geboden dit seizoen, de andere vijf het volgende.

In een sobere, vertellende acteerstijl spelen de veelal jonge acteurs “de meeste zijn lid van het bij NT Gent aangesloten collectief Wunderbaum- de vijf verhalen over kleine mensen die voor grote keuzes staan. Op kerstavond moet een man kiezen of hij bij zijn vrouw blijft of met een vroegere minnares meegaat. Een vrouw overweegt abortus van een buitenechtelijk kind, maar alleen als haar doodzieke man blijft leven.

Aan het eind van ieder segment veegt een van de acteurs het betreffende gebod -op de achterwand van het enorme toneel neergekalkt- uit. Anderen pakken een paar nieuwe stoelen uit de keurige rijen meubels en een nieuw verhaal begint. Waar Kieslovski de eenzaamheid van zijn personages koppelde aan de eenzaamheid van de televisiekijker, roept Simons in het theater, toch een plaats van samenkomst, een bijna liturgische sfeer op.

Vaak is het in de eerste delen lastig om de abstractie van de geboden (Geen andere god aanbidden, God’s naam niet ijdel gebruiken) terug te vinden en blijft de voorstelling op ingehouden wijze larmoyant. Toch zijn er steeds kleine ontmoetingen, momenten van begrip tussen personages. Pas na de pauze (Eert uw vader en uw moeder en Gij zult niet doden) krijgt de voorstelling spanning en gewicht. Vooral het laatste verhaal, de door Els Dottermans prachtig klinisch beschreven roofmoord en de voltrekking van de doodstraf op de dader is indringend.

In een samenleving die schijnt gebaseerd te zijn op Joods-Christelijke waarden is het bijzonder nuttig om deze waarden eens aan een praktisch onderzoek te onderwerpen. Het basismateriaal van deze voorstelling is echter licht gedateerd. Door de moraal in het kleine te zoeken en doelbewust de kerk erbuiten te houden houdt Tien Geboden iets vrijblijvends. Gelukkig gaat later dit seizoen Simons’ hoogtepunt Platform in reprise. Beide voorstellingen hebben de vinger op de tijdgeest, maar Platform is indrukwekkender.

Tien Geboden, deel 1 van NT Gent en Wunderbaum. Gezien 14/9/07 in Rotterdam. Tournee vanaf maart 2008, te zien in Amsterdam op 31/3 en 1/4/08 en Meer info op www.ntgent.be

« Vorige pagina
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity