Recensie: ‘Eisler on the Go’ van Kameroperaproject en New European Ensemble

De Tweede Wereldoorlog is even heel weg op Theater Na De Dam aan het begin van Eisler on the Go. De componist Hanns Eisler viert zijn verjaardag in zijn huis in Malibu. Hij is gevlucht voor de nazi’s maar maakt in Hollywood furore als filmcomponist. Maar aan het eind van de voorstelling staat hij met zijn koffers klaar om naar het verwoeste Europa terug te keren.

Eisler on the Go is een onevenwichtige maar bij vlagen erg goede muziektheatervoorstelling geschreven door Paul Oomen en geregisseerd door Machteld van Bronkhorst. Ze vertellen het verhaal over hoe Eisler tijdens de communistenjacht net na WOII voor een parlementaire commissie moest verschijnen – waar hij ‘de Karl Marx van de muziek’ wordt genoemd – en hoe hij wordt uitgezet.

Het negenkoppige ensemble speelt muziek van Eisler en van de Amerikaanse, sterk door Eisler en Kurt Weill beïnvloedde componist Marc Blitzstein en acteert ook mee. Door de stapeling van concepten is die vanaf het begin erg rommelig – het verhaal komt hortend op gang, er zitten tal van losse eindjes en overbodige personages in en de stijlen clashen hard – Evi De Jean als de secretaresse van de aanklager is een pure musical-zangeres, Ekatarina Levental als Eislers vrouw is veel meer opera.

Het hart van de voorstelling – het verhoor door de commissie (gebaseerd op de notulen) – is sterk. De musici ieder achter een eigen katheder naast elkaar zijn de strenge verhoorders, en de beide partijen hebben ook echt een eigen muzikale taal die ze van elkaar niet verstaan: Mitchell Sandler en Vitali Rozynko zingen de op Gershwin lijkende liedjes van Blitzstein, musicalster Jon van Eerd als de componist zingt prachtig Eislers Die Pappel vom Karlplatz.

Deze paar scènes zijn spannend, lyrisch en de historische parallellen zijn benauwend zonder dat het er dik bovenop ligt. Nadeel is wel dat niet alleen het tekstmateriaal, maar ook bijna alle liedjes heel Brechtiaans over de buitenkant gaan. Het blijft gissen naar de binnenwereld van de personages.

Eisler on the Go van Kameroperaproject en New European Ensemble. Gezien 4/5/17 in het Compagnietheater tijdens Theater na de Dam. Tournee t/m 26/5. Meer info: www.eisleronthego.nl

Recensie: ‘Obsession’ van Toneelgroep Amsterdam en The Barbican

Een affaire die sexy en veelbelovend begint, maar die een fatale afslag neemt en niet goed afloopt. Dat is het verhaal van de voorstelling Obsession, die regisseur Ivo van Hove maakte als coproductie tussen Toneelgroep Amsterdam het het Londense Barbican theater. Maar het geldt ook voor de voorstelling zelf.

Bijzonder is het wel: Halina Reijn, Gijs Scholten van Aschat en Robert de Hoog in vlekkeloos Engels spelend tegenover Jude Law. Law speelt zwerver Gino die iets te eten komt bietsen in het restaurantje van Joseph (Scholten van Aschat als een fijne rotzak) en als een blok valt voor diens vrouw Hanna (Reijn). Jan Peter Gerrits bewerkte de film Ossessione van Visconti, die op zijn beurt het boek The Postman Always Rings Twice van James M. Cain als basis had.

De verleidingsscène is mooi werk; Law kalm en met militair postuur tegenover een speelse, ervaren femme fatale, zoals Reijn er al meer speelde. Maar zoals altijd bij Van Hove is de liefde onmogelijk: hij wil met haar vertrekken, zij wil niet weg. Het contrast tussen de twee wordt in de vormgeving (Jan Versweyveld) met grof penseel geschetst: Gino speelt mondharmonica, en op het toneel staat een machinale accordeon die vervormde klanken uitbraakt; Gino rent op een lopende band – een knipoog naar films – en de tirannieke Joseph heeft een auto, gesymboliseert door een grote, vieze, ronkende en schuddende motor.

Met een flinke dosis goede wil zou je er een metafoor in kunnen zien voor de kloof tussen kosmopolieten en neo-nationalisten die Europa nu splijt.

De twee zien maar één uitweg: Joseph moet dood. Na een smerig autoongeluk, waarbij de machine olie over de spelers uitspuugt, volgt de mooiste scène van de voorstelling: Van Asschat boent de vlekken van zijn eigen fatale ongeluk weg, terwijl Reijn en Law in bad zichzelf schoon wassen voor het happy end.

Daarna glijdt de voorstelling weg, want ineens is Hanna veranderd van vamp in nood naar zeurende huisvrouw. Dan begint ook op te vallen dat Reijn al het zware werk moet doen in dit duet: tegengas geven aan het moeiteloze, jongensachtige charisma van Law plus de mensbeeldtechnisch onaantrekkelijke positie van de huismus vertegenwoordigen.

En dan gaan al die elementen in het decor onbedoeld tegen de voorstelling werken: de motor die brommend in de lucht hangt maar nergens naartoe gaat; Law die heftig rennend op de loopband op dezelfde plek blijft; De Hoog – in een geestige bijrol als Jack Kerouac-achtige avonturier – die een muntje opgooit om te beslissen welke kant hij op gaat, maar beide kanten niet aanwijst en erna ook blijft staan: het is een voorstelling die veel moeite doet om intens te zijn, maar uiteindelijk vrij dof is.

Leuk is het wel om het verschil tussen Nederlandse en Engelse acteurs te observeren. Zo zie ik Chukwudi Iwuji of Aysha Kala (die kleinere rollen spelen), laat staan Law, nog niet zo gauw de vloer boenen of hard en vrij lelijk opera zingen. Die performance-achtige inzet compenseren de Britten dan weer met fijnzinnigheid in tekstbehandeling en spel. De twee tradities hebben elkaar dus wel degelijk iets te bieden. Het is te hopen voor Van Hove en Toneelgroep Amsterdam dat het geen gedoemde liefde is.

Obsession van Toneelgroep Amsterdam en The Barbican. Gezien 25/4/2017 in Londen. Te zien in Amsterdam tijdens het Holland Festival. Meer info op www.tga.nl

In memoriam: Kitty Courbois

In Memoriam,Parool — simber op 18 maart 2017 om 15:30 uur
tags:

De meest magische stem van het Nederlandse theater klinkt niet meer. Zaterdag is op 79-jarige leeftijd actrice Kitty Courbois overleden. Courbois was de beeldbepalende actrice van haar generatie met rollen in films als Het gangstermeisje, Leedvermaak en Op hoop van zegen. Als geen ander combineerde ze een aristocratische gratie aan aardse intensiteit.

Courbois werd in 1937 geboren in Nijmegen. Na de middelbare school kwam ze in een cabaretgroepje terecht met Ted de Braak, waar ze Franse chansons zong. Ze gaat naar de toneelschool in Arnhem, waar ze haar eerste man, schilder Rik van Bentum, ontmoette. Na haar afstuderen kan ze terecht bij de Nederlandse Comedie, het gezelschap dat dan de Stadsschouwburg Amsterdam bespeelt. Meteen in haar eerste jaar wordt ze genomineerd voor een Colombina voor haar rol in De getatoueerde roos.

In Amsterdam komt ze terecht in een artistieke vriendengroep rondom Ramses Shaffy en Joop Admiraal. Frans Weisz vraagt haar voor zijn eerste lange film Het gangstermeisje en daarna doet ze zeven films achter elkaar. “Ik kwam, zonder het in de gaten te hebben, met mijn rollen steeds meer terecht in de hoek van de wilde, emotionele Italiaanse types. Ik heb veel moeite gehad daar weer uit te raken”, zei ze daar later over in een interview.

Eind jaren ’60 verandert het toneel. Courbois wordt een van de weinigen die vrij moeiteloos de overgang weet te maken van het klassieke toneel van de ‘gouden jaren’ naar het artistieke, geëngageerde theater van de jaren ’70. Ze wordt een van de vaste actrices bij toneelgroep Baal van Leonard Frank, dat nieuwe auteurs speelde zoals Botho Strauss, Thomas Bernhard en Judith Herzberg.

De verandering van speelstijl ging overigens niet helemaal vanzelf: “Bij de Nederlandse Comedie was het altijd Stanislavski voor en achter: Waar Kom Je Vandaan? Waar Ga Je Naartoe? En opeens stond ik daar maar gewoon te brullen: Báháal!!!” Dat je de psychologie achter die rol moest loslaten, dat was voor mij zo’n stap.”

Nog bij de Nederlandse Comedie ontmoet ze de Vlaamse schrijver Hugo Claus, die in 1969 zijn eigen toneelstuk Vrijdag regisseert in Amsterdam. De twee krijgen een stormachtige affaire, die Claus later verwerkt in zijn boek Het jaar van de kreeft.

In 1987 wordt Courbois door Gerardjan Rijnders gevraagd voor het dan splinternieuwe Toneelgroep Amsterdam. Ze zal tot haar dood aan het gezelschap verbonden blijven. Ze speelde in de wild experimentele montagevoorstellingen van Rijnders zoals, Titus, geen Shakespeare en Count Your Blessings, maar ook in lichter repertoire als Mooi weer vandaag. Onder Ivo van Hove speelde ze in Zomertrilogie en in 2015 in Kings of War, haar laatste rol.

In 2010 stelde Toneelgroep Amsterdam ter gelegenheid van haar vijftigjarige jubileum een prijs in met haar naam: de Courbois-parel. Het is een doorgeefprijs voor actrices die zowel in het theater als in film en op televisie indruk maken bij een breed publiek. Courbois gaf de prijs in 2013 door aan Halina Reijn.

Courbois was als actrice altijd zoekend. Ze hield van repeteren, het zoeken naar de existentiële interpretatie van haar personage en ze genoot ervan als het misging op het toneel en ze dat moest oplossen. Als kunstenaar hoort ze bij de generatie van ’69, die het theater een beslissende vernieuwingsimpuls heeft gegeven.

Daarover zei ze in 2010: “We zijn bij Toneelgroep Amsterdam altijd met jonge mensen in de weer geweest, om ze te helpen, ze op hun gemak te stellen. Het ligt denk ik voor een belangrijk deel aan onze generatie toneelspelers dat de hiërarchie in het toneel en daarmee ook het isolement van de oudere acteur en actrice definitief zijn opgeheven. En daar ben ik wel trots op.”

Recensie ‘The Unpleasant Surprise’ van Davy Pieters/Theater Rotterdam

Het enige meubelstuk in de kamer (muren mintgroen en met tegeltjesbehang) is een televisie. Een man zit te kijken, popcorn onder handbereik. Hij zit met zijn rug naar ons toe. Op het scherm onscherpe close-ups van lichaamsdelen. De soundtrack maakt het plaatje: schreeuwende mensen, sirenes, zenuwachtige verslaggevers.

The Unpleasant Surprise, de eerste voorstelling van regisseur Davy Pieters bij Theater Rotterdam, is een woordeloze studie naar geweld en lijden. De rechterhand van de speler voor de tv lijkt een eigen wil te krijgen en pakt de linkerarm.

Pieters en haar spelers (Niels Kuiters, Rob Smorenberg en Klára Alexová) richten zich op de twee basistypes van de rampvideo: het lijdzame slachtoffer en de expressieve getuige – degene die het slachtoffer omhelst, op schoot neemt, de cameraploegen te woord staat. Razendsnel wisselen ze van rol – slappe armen grijpen ineens nekken, halfopen monden worden geluidloze schreeuwen. En dan playbacken ze weer een stukje van een getuigeninterview.

Maar het zijn geen mensen die je hier ziet. Althans ze bewegen niet als mensen, maar schokkerig en met versnelde bewegingen. Hun groteske mimiek voorkomt invoelbare emoties. Het zijn eerder aliens, die het leven op aarde proberen te begrijpen aan de hand van televisieuitzendingen. Zien zij geweld en lijden als voornaamste eigenschappen van de mens?

De beheersing van de spelers is fabelachtig knap en de doorlopende muziek van Jimi Zoet – geheel opgebouwd uit samples van de nieuwsvideo’s – is een ambitieuze poging om in een trip te komen.

Pieters werk heeft ‘virtualisering’ als centrale thema: de mediawerkelijkheid heeft de moderne mens van haar ankers geslagen. Het is niet voor het eerst dat ze een koele, schijnbaar objectiverende vorm gebruikt om moralisme te maskeren. Maar The Unpleasant Surprise veroordeelt, veel meer dan haar eerdere werk, de hedendaagse wereld. Die eenduidigheid is uiteindelijk een beetje saai.

The Unpleasant Surprise van Davy Pieters/Theater Rotterdam. Gezien 8/3 in Haarlem. Te zien in Amsterdam (Frascati) 16 t/m 18/3. Meer info op www.rotheater.nl

Recensie ‘Holy F’ van Waal en Wind en Rudolphi Producties

“Trump.” Zodra de naam is gevallen blijft het ijzig lang stil. Het was slechts één item in een lange opsomming met redenen waarom het belangrijk is om het nu over feminisme te hebben (naast onder meer de Keulse nieuwjaarsnacht, Beyoncé, bangalijsten en Sletvrees), maar vandaag heeft hij wat meer ruimte nodig.

Toneelspeelsters Eva Marie de Waal en Sophie van Winden (samen Toneelgroep Waal en Wind) vertrekken in Holy F bij hun eigen ervaringen met sexistische castings (“Kun je die scène wat meer SM doen?”). Ze verdiepen zich in het feminisme en na het begin – 2000 jaar onderdrukking – leggen ze keurig de eerste en tweede feministische golf uit, waarbij ze Aletta Jacobs, Virginia Woolf en Simone de Beauvoir spelen.

Aan de zijkant van het podium zit schrijfster en filosofe Simone van Saarloos achter een bureau met boeken en een laptop. Op een beeldscherm zien we de plaatjes die ze heeft uitgekozen, live commentaar en citaten en af en toe interumpeert ze, steeds vrij ongepolijst.

Het is een beetje schools en oppervlakkig, maar het spel is aanstekelijk, en de steeds wisselende kostuums van Miek Uittenhout zijn geweldig: pakken met enorme pofmouwen en hoepelrokken met slogans.

Goed is dat de voorstelling diepgravender wordt naarmate het onderwerp complexer wordt. De derde feministische golf bestaat uit discussies tussen een strenge Duitse feministe en Beyoncé en tussen Naomi Wolf en Sunny Bergman over het privilege van witte vrouwen – en dus ook van de speelsters zelf, die daar dan ook danig van in de war raken.

Die verwarring zélf moet het doel zijn van feminisme, lijkt de boodschap van Van Saarloos’ mooie, bijna dromerige eindmonoloog. Voorbij heldere beelden en bezitsrelaties ligt een nieuwe wereld.

Holy F is vooral educatief en drukt niet te hard op pijnpunten. Dat is niet per se kwalijk: een resumé van 150 jaar feminisme lijkt me nu behoorlijk nuttig. En gelukkig zorgt Van Saarloos dat het niet te glad wordt.

Holy F van Waal en Wind en Rudolphi Producties. Gezien 10/11/16 in Haarlem. Te zien in Amsterdam (Bellevue) 10 t/m 12/12. www.viarudolphi.nl

Recensie ‘(Not) my paradise’ van Sachli Gholamalizad/KVS

Parool,recensies — simber op 15 oktober 2016 om 15:19 uur
tags: ,

‘Hier heerst de wet van de grond: aan uw grond zult u kleven.’ Videobeelden tonen vervallen gebouwen aan een smal strand. Het zou Sicilië kunnen zijn, of de Poolse Oostzeekust, maar het is Anzali in Iran, aan de Kaspische zee. Deze lap grond is van de familie van de Vlaams-Iraanse theatermaker Sachli Gholamalizad.

Ooit stond er een vermaakspaleis van haar opa, een restaurant en dancing waar regionale beroemdheden kwamen om opium te roken. Na zijn dood ontstond onduidelijkheid over het eigendom van de grond en een conflict over de erfenis. Gewapend met een camera trekt Gholamalizad langs een aantal familieleden in Iran om er meer over te horen.

De hele geschiedenis is op een prettige manier on-exotisch (het deed mijn in ieder geval denken aan de generaties omspannende ruzies over land in mijn Zeeuwse familie), de ooms, tantes en oma lijken keurige middenklasselevens te leiden in Anzali en Teheran. Het conflict is ook behoorlijk onbegrijpelijk, en dat geeft ruimte om stil te staan bij de details. Zo heeft Gholamalizads moeder een kleiner deel grond omdat in Iran dochters slechts de helft krijgen van wat zonen erven. En schitterend is het contrast tussen de intimiteit tussen vrouwen binnenshuis (we zien Gholamalizad haar oma wassen) en de uitgebreide aankleding en voorbereiding voordat ze naar buiten kunnen.

De voorstelling bestaat grotendeels uit filmbeelden. Tussendoor beeldt Gholamalizad in hokjes achter de projectieschermen haar fantasie uit over het leven in de wereldse club van haar grootvader: ze ligt op een satijnen bed, zit voor de kleedkamerspiegel, danst wulps. Pas helemaal aan het eind komt ze naar het publiek toe en zingt ze een lied over het lot van de migrant: kiezen voor vrijheid, maar altijd met heimwee.

Gholamalizads werk sluit aan bij Nederlandse generatiegenoten die hun migratiegeschiedenis als thema nemen, zoals Sadettin Kirmiziyüz of Daria Bukvić, maar (Not) my paradise is zachter, particulierder en vertelt meer tussen de regels door. Daarbij heeft Gholamalizad een sterke podiumaanwezigheid. Daar had ik in deze voorstelling nog wel meer van willen zien.

(Not) my paradise van Sachli Gholamalizad/KVS. Gezien 13/10/16 in De Brakke Grond. Aldaar nog 14/10. Meer info www.kvs.be

Recensie ‘Hamlet’ van ZEP

‘Hoe de hell heeft dit kunnen gebeuren!/Ze willen mij opbeuren en zeggen mij dan te zeuren?/Waarom heeft de Almachtige mijn vaders dood niet voorkomen?/Deze wereld maakt nare nachtmerrie van al mijn dromen!’ Zo klinkt de eerste tekst van Hamlet in de nieuwe versie van jongerentheatergroep ZEP, vertaald door nederrapper Brainpower.

Die ritmische, schijnbaar geïmproviseerde, soms krukkige maar even vaak verrassend poëtische vertaling is maar een van de vele opvallende ingrediënten in Peter Pluymakers regie van Shakespeares überklassieker. Zo ziet Gürkan Kücüksentürk als Claudius – die Hamlets vader vermoordt en met zijn moeder trouwt, wat om wraak schreeuwt – eruit als Gaddafi of een andere arabische dictator, is de geest van Hamlets vader vervangen door een videoboodschap van hackersgroep Anonymous en is de troupe toneelspelers een streetdance crew.

De eerste helft levert het fris en spannend toneel op, vooral door de innemende hoofdrolspeler Tarikh Janssen, die slim het publiek betrekt bij zijn plannetje om de gek uit te hangen.

Maar ergens in de tweede helft loopt het stuk met de spelers weg. Deze Hamlet lijkt nauwelijks te twijfelen, maar waarom drijft hij dan zo af van zijn wraakvoornemen? De schermwedstrijd aan het eind lijkt nu geen logisch verband te houden met het voorafgaande.

ZEP brengt nu al een paar jaar Shakespeare-bewerkingen voor (VMBO-)jongeren. Dat is natuurlijk te prijzen, maar de vraag is welk doel er nu precies mee wordt gediend. Gaat het om het overdragen van erfgoed? Dan is de verhipping onnodig. Gaat het erom te laten zien dat Shakespeare nog steeds over nu gaat? Dan moet je niet alleen de uiterlijkheden aanpassen maar van Hamlet echt een jongere van nu maken. Dat kan, maar deze voorstelling schiet daarin tekort.

De grote waarde van deze Hamlet zit hem nu vooral in de vrijwel volledig multiculturele cast (alleen Nanette Edens als een lekker heftige Gertrude is wit). De onnadrukkelijkheid daarvan is hopelijk een voorproefje van nog heel veel meer Shakespeares.

Hamlet van ZEP. Gezien 30/9/16 in Bellevue. Tournee t/m 22/12. www.zep.nu

Recensie ‘Kogelvis’ van Toneelgroep Oostpool en Bellevue Lunchtheater

Twee spelers, in spijkerbroek met ontbloot bovenlijf, zijn dader en slachtoffer. Het slachtoffer wordt aangepakt als een pop. De dader kneedt zijn huid, lijkt zijn handen diep in de buik van de ander te begraven, pakt hem achter zijn schouderblad, tilt hem op aan de huid van zijn rug. Het is een lichamelijke scène, waarbij je in je eigen lijf de plekken voelt die worden aangepakt, maar waarin je ook steeds zorg en liefde blijft zien.

Kogelvis (een toneelstuk van de debuterende toneelschrijver Nick Bruckman) heeft een vrij akelig onderwerp, namelijk serial killer Jeffrey Dahmer die in de jaren ’80 zeventien jongens vermoordde, seks had met hun lijken en ze vervolgens deels opat. Na zijn arrestatie en proces kreeg hij een soort cult-status.

Bruckman vertelt het verhaal vanuit drie perspectieven, naast dader en slachtoffer staat ook de zus van een van de slachtoffers op toneel. Het is een tekst die banale koffietafelpraat afwisselt met de gruwelijkste details over verminking en necrofilie.

In de regie van Marcus Azzini is de moordenaar verdubbeld en de zus wordt gespeeld door een man. De vier spelers Sebas Berman, Thomas Cammaert, Abe Dijkman en Jurriën Remkes hebben vaak een onderkoelde, bijna levenloze blik, maar bij de verleidingsscènes – Dahlmer pikte jongens op in de buurt van homoclubs en nodigde ze uit bij hem thuis om te drinken en te blowen – komt erotische spanning naar boven.

Dahlmer lijkt in de visie van de makers met name een jongen die, omdat hij zijn homoseksualiteit onderdrukt, te ver gaat in een perverse zoektocht naar liefde en heelwording. Daarmee wordt hij een klein beetje herkenbaar – is liefde niet altijd minstens een béétje grensoverschrijdend? De zus vertegenwoordigt het tegenbeeld: zij negeert haar eigen lust, omdat de bevrediging daarvan toch nooit compleet kan zijn.

Het is de verdienste van de makers dat ze de afschuw zodanig doseren dat je als toeschouwer niet afhaakt. En dat je samen met weerzin ook jongensachtige levenslust proeft.

Kogelvis door Toneelgroep Oostpool en Bellevue Lunchtheater. Gezien 24/9/16 in Bellevue. Aldaar t/m 15/10. Meer info op theaterbellevue.nl

Presentatie: Sterrenstof 2016

overig — simber op 8 september 2016 om 11:37 uur
tags:

Gisteren hield ik in de Stadsschouwburg tijdens het debat Kritiek op Kritiek een presentatie over sterren bij theaterrecensies. Het is een update van de presentatie die ik twee jaar geleden hield in De Balie. Op basis van data van Theaterkrant heb ik onderzocht hoe de verdeling van de sterren is per krant en in hoeverre kranten en recensenten afwijken van het gemiddelde.

Opmerkelijkheden:

  • Het aantal theaterrecensies groeit. Hoera!
  • De overgrote meerderheid (rond de 80%) van de recensies heeft 3 of 4 sterren. Dat aandeel stijgt.
  • De oordelen in recensies groeien naar elkaar toe. Recensenten zijn het vaker eens.
  • De Volkskrant is de strengste krant, de Telegraaf de mildste, en dat ligt niet aan selection bias.

Download/bekijk de presentatie in PDF (4 MB)

 

 

Amsterdamprijs: interview Sadettin Kırmızıyüz

interviews,Parool — simber op 15 augustus 2016 om 11:44 uur
tags: ,

Op 25 augustus wordt de Amsterdamprijs voor de Kunst uitgereikt. In deze serie komen de negen genomineerden aan het woord. Aflevering 7: Sadettin Kırmızıyüz

 De Amsterdamse theatermaker Sadettin Kırmızıyüz (34) werkt sinds een aantal jaar aan een serie persoonlijke, toegankelijke voorstellingen over multiculturele thema’s. Vorig jaar maakte hij met De radicalisering van Sadettin K. een bozer, harder statement. “Naast zijn hoge mate van vakmanschap vindt de jury zijn durf om een andere wegen in te slaan prijzenswaardig.”

Wat kenmerkt uw werk?

“Het gaat bij mij altijd om hete hangijzers in de samenleving rondom multiculturele thema’s: migratie, integratie, dubbele identiteit. Maar ik probeer wel altijd het perspectief te draaien. Ik maak van mezelf een personage: een atheïstische, verkaasde Nederturk uit Zutphen, die er gaandeweg achter is gekomen dat hij onderdeel uitmaakt van een grotere geschiedenis: de arbeidsmigrantenstroom.

De uiterwaarden van de IJssel in Gelderland, dát is mijn land. Ik ben door mijn ouders opgevoed om zo Nederlands mogelijk te worden. Ik moest hier meedoen. Terwijl mijn ouders conservatief zijn – Erdogan-stemmers. Van Gogh werd vermoord toen ik op de toneelschool in Maastricht zat. Toen pas merkte ik dat ik door mijn achtergrond dingen anders zie. En vanaf toen moest ik er wat mee in mijn werk.

Mijn voorstellingen zijn persoonlijk. Ik schrijf zelf en ik sta zelf op het toneel. Vanuit mijn persoonlijke verhaal zoek ik het universele. Ik vind het belangrijk dat mijn werk toegankelijk is en dat je erom kunt lachen. De radicalisering van Sadettin K. is misschien minder grappig; ik vond dat ik met de zelfspot en ironie uit mijn eerdere voorstellingen ook heikele dingen uit de weg ging. Ik wilde een voorstelling maken waarin de pijnlijkheid gewoon uitgesproken werd. Het maakte me geen hol uit of de voorstelling goed werd, alles wat ik zeg moest wáár zijn. Er zit wel degelijk humor in, maar het is wranger.

In iedere voorstelling zit een Star Wars-citaat. Ik ben ook een kind van de jaren tachtig en The Empire Strikes Back is voor mij een ijkpunt. En ik probeer altijd om een stuk geschiedenis te vertellen, om de huidige problemen in perspectief te plaatsen. In De radicalisering… vertel ik over de veroveringen van het Ottomaanse Rijk in de Middeleeuwen met een kaart van zand; dan zie je ineens dat het van alle tijden is dat mensen met elkaar in botsing komen.”

Hoe manifesteert u zich in Amsterdam? Wat voor raakvlakken heeft uw kunst met Amsterdam?

“In 2009 ben ik vanuit Maastricht naar Amsterdam verhuisd. Ik heb vanaf dag één na mijn afstuderen gewerkt als acteur, vervolgens als maker bij een productiehuis, en nu zelfstandig met mijn eigen stichting Trouble Man. Het is een volle weg geweest, en zeker het afgelopen jaar heb ik veel waardering gekregen, maar juist nominatie voor de Amsterdamprijs doet me veel. Ik heb bij de bekendmaking van de nominaties, toen [AFK-directeur] Clayde Menso ons ‘negen iconen van de stad’ noemde, wel even met mijn zakelijk leider een sigaartje gerookt in de tuin van de burgemeester.

Ik gebruik natuurlijk veel uit mijn persoonlijke leven in mijn werk, en mijn persoonlijke leven speelt zich af in Amsterdam. Ik reageer op wat ik hier meemaak en wat ik hier hoor. En ik heb een zoon van twee, hij is een Belgisch-Turkse-Amsterdammer. Dat is een wandelende contradictie, het begin van een goede mop.

Wat doet u om uw kunst onder de mensen te krijgen?

Ik vind het steeds belangrijker dat kunst echt iets teweeg brengt, los van hoeveel mensen er komen kijken. We hebben door subsidieprogramma The Art of Impact een speciaal programma kunnen maken voor middelbare scholen: een website – hoeradicaalbenjij.nl – waarmee docenten in de klas kunnen praten over de thema’s die ik wil aansnijden. Dat gaat verder dan alleen voorbereiden van het bezoek aan de voorstelling. Ook nu de voorstelling is uitgespeeld krijg ik mails van scholen die de site nog gebruiken. We hebben hiervoor een samengewerkt met een ‘impact producer’, iemand die met documentairemakers werkt om na het uitkomen van een film daadwerkelijk iets te veranderen. Met haar wil ik blijven werken.

Wat zijn uw plannen?

De komende tijd ga ik vooral spelen en lesgeven. Ik blijf naast mijn eigen voorstellingen werken als acteur. Mijn volgende project is pas eind 2017, dan ga ik samen met Marjolijn van Heemstra en Jetse Batelaan Kruistocht in Spijkerbroek bewerken voor toneel. Er zijn drie Kinderkruistochten geweest en ik wil die route nareizen met mijn zoontje op de achterbank. Er werden echt zuigelingen meegegeven – de muren van Jeruzalem zouden vallen bij de aanblik van het kinderleger.

Als u zelf niet wint, wie moet er dan winnen, en waarom?

Ik gun het iedereen. Voor mijn part wint iedereen ‘m en verdelen we de pot. Het is serieus een grote eer om genomineerd te zijn.

De Radicalisering van Sadettin K. is nog te zien op 8 september in de Stadsschouwburg – www.tf.nl.
Kırmızıyüz speelt mee in Romeo en Julia van Theater het Amsterdamse Bos, t/m 3 september – www.bostheater.nl

 

 

Volgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity