Seizoensoverzicht 2013-2014

beschouwingen,Theatermaker — simber op 21 oktober 2014 om 09:55 uur
tags: ,

Hoe zullen we in de toekomst leven? Zowel in de kunst als in de randvoorwaarden werden in het afgelopen seizoen lijnen naar de toekomst uitgezet. Minister Jet Bussemaker beloofde bestuurlijke rust in de tent en die politieke luwte werd door het theaterveld aangegrepen om –voor het eerst sinds de invoering van de Basisinfrastructuur– na te denken hoe het zichzelf beter kan organiseren. Maar hoe kijken kunstenaars in hun werk vooruit?

Temidden van een seizoen vol zorgen over talentontwikkeling, zich roerende jonge makers, debat over kritiek, geroddel over Johan Simons en maxi-aandacht voor de megaproductie Anne zag ik drie thema’s die samen een goed beeld geven van waar het Nederlandse theater anno 2014 staat: toekomsttheater, parasitair theater en een golf die ik metadramatisch theater zou willen noemen.

In de nasleep van de kunstenaarsacties tegen de bezuinigingen van het kabinet Rutte I viel onder theatermakers vaak te horen dat ze liever wilden opbouwen dan protesteren. Geëngageerde makers zochten manieren om de energie die onder meer de Mars der Beschaving opriep een rol te geven in hun werk. Was het niet een traditionele taak van de kunst om alternatieven te laten zien voor de huidige samenleving? Was het scheppen van utopieën (of het aan Foucault ontleende ‘heterotopieën’ – plekken met een ander perspectief) niet de core business van maatschappelijk geëngageerde kunst?

Een groot aantal voorstellingen speelde dit jaar (deels) in de toekomst. In Vermogen van Mugmetdegoudentand is het 2023 en handelt een van de hoofdpersonages in geprivatiseerd water met de Chinezen; in Achterkant van De Warme Winkel is het 2027 en viert Toneelgroep Amsterdam nog steeds triomfen met Lange dagreis naar de nacht; Aan het eind van Hospital van Wunderbaum is het 2018 en wordt de gezondheid van het hoofpersonage gemanaged door een buurtzorgteam; in Domo de E?ropa Historio en Ekzilo van Thomas Bellinck is het eind 21e eeuw en wordt in een versleten museum teruggekeken op de idealen van de inmiddels ter ziele gegane Europese Unie.

Continue reading “Seizoensoverzicht 2013-2014” »

Recensie: ‘Phaedra’ van De Utrechtse Spelen

“Wat lichte liefde zou kunnen zijn ligt op mij als een mud modder van zonde.” Phaedra (Wendell Jaspers) heeft zich opgesloten in een kamer die haar aan alle kanten oneindig weerspiegeld. Haar man Theseus is op avontuur in de onderwereld en zij wordt verteerd door ziekelijke liefde voor haar stiefzoon Hippolytus.

Thibaud Delpeut is een van de nieuwe gezichten onder de Nederlandse toneelleiders. In Limburg worden Servé Hermans en Michel Sluysmans de nieuwe artistiek leiders van Toneelgroep Maastricht, over twee jaar vertrekt Alize Zandwijk bij het Ro Theater en als de geruchten in de sector kloppen wordt binnenkort bekend wie Het Zuidelijk Toneel overneemt.

Delpeut nam, samen met zakelijk leider Jacques van Veen, de ondankbare taak op zich om De Utrechtse Spelen uit het slop te trekken. De vorige artistiek leider Jos Thie had na een al te driest cultureel ondernemend avontuur het gezelschap opgezadeld met een miljoenenschuld en moest vertrekken.

Delpeut heeft zich ruimschoots bewezen als een van de meest interessante nieuwe regisseurs voor de grote zaal, met een aantal opmerkelijke locatieproducties en een prachtige gastregie van Nora bij Toneelgroep Amsterdam, waar hij daarvoor het ontwikkelingstraject TA2 aflegde.

Voor zijn debuut bij De Utrechtse Spelen koos hij voor Phaedra van Hugo Claus, die zijn versie baseerde op Seneca. Het is een wat eigenaardige voorstelling geworden, waarbij de opgeroepen emoties niet lijken te passen bij de taal van Claus en de intellectuele ideeën die worden opgeworpen. Maar een paar weergaloze scènes redden de avond.

Het sobere en effectieve decor (van Roel van Berckelaer) verdeelt het toneel aanvankelijk in een vrouwen- en een mannenwereld. Phaedra en haar bediende (Marlies Heuer) bevinden zich in de kamer met half doorzichtige spiegels, Hippolytus (Jan-Paul Buijs) en zijn vrienden lopen daarbuiten vrij rond in een kunstenaarsatelier, waar ze Claus’ tekst opzeggen als een soort slam poetry.

Als Phaedra even later toch haar liefde aan Hippolytus bekent, wijst hij haar af. Dat zet een dodelijke keten van gebeurtenissen in werking. De thuiskomst van Theseus (Hein van der Heijden) is de sleutelscène. Ondersteund door ophitsende trommels wordt het weerzien met vrouw enerzijds en zoon anderzijds op ijzingwekkende wijze met elkaar versneden.

Phaedra beschuldigt Hippolytus ervan haar te hebben aangerand en Theseus jaagt hem de dood in. Uiteindelijk vertelt ze Theseus de waarheid en pleegt ze zelfmoord. Die dubbele draai –van liefde naar haat en terug– weet Jaspers echter niet overtuigend te maken. Ze lijkt gevangen tussen Claus’ tekst die de goden een belangrijke rol geeft in Phaedra’s emotionele huishouding en Delpeuts psychologische benadering, die haar geen koningin maakt, maar een aardse, moderne vrouw.

Mooi is hoe het spiegelhuis in het decor uitklapt, waardoor een het publiek deels zichzelf ziet. Zijn we zelf ook zo als Phaedra? Gevangen het spiegelpaleis en de echoput van onze eigen omgeving, waardoor we uiteindelijk neigen naar onze extreemste emoties?

Delpeut, opgeleid als klinisch psycholoog, heeft als regisseur twee kanten: de koele beschouwer van de mens en de enthousiaste bespeler van alle theatrale registers. In Phaedra zijn ze beide aanwezig, maar net uit balans.

Phaedra van De Utrechtse Spelen. Gezien 10/10/14 in Utrecht. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg): 17 en 18/10. Meer info op www.deutrechtsespelen.nl

Recensie: ‘Een goed nest’

“Als we Abba deden was jij Agnetha en ik die saaie Frieda.” Tussen de zussen Noor (Anneke Blok) en Eva (Henriëtte Tol) is alles strijd, zelfs een playback-act van tientallen jaren geleden. Ze zijn in de vijftig en totaal verschillend, maar voor een potje verwijten zijn ze allebei te vinden.

Boekbewerkingen zijn al een tijdje de aardappelen van het Nederlandse theatermenu, maar dit seizoen zijn het er extreem veel. Alleen al deze maanden kunt u theaterversies zien van De Laatkomer (Dimitri Verhulst), De Ontdekking van de Hemel (Harry Mulisch), De Avonden (Gerard Reve) en Het Dwaallicht (Willem Elsschot) – en dat zijn alleen nog maar de Nederlandse titels.

Tessa de Loo komt nu met iets nieuws. Haar nieuwste boek, Een goed nest, komt vrijwel tegelijk uit met een toneelversie (bewerkt door Myranda Jongeling) en bovendien is er een luisterboek, ingesproken door de actrices in de voorstelling. Een mooi gevalletje synergie voor uitgever en theaterproducent.

Of Noor en Eva nu echt uit een goed nest komen blijft lang in het midden, maar in ieder geval zitten ze er nu warmpjes bij. Noor is internationaal succesvol kunstenares in Amsterdam met een dochter uit een onduidelijke affaire, Eva is tandartsvrouw in de Achterhoek en leidt een leven vol paardenclubs en zelfgemaakte jam. Noor is neurotisch en maakt iedere situatie onrustig, Eva is nuchter en een beetje saai.

Na enkele jaren sporadisch contact is Noor ineens afgereisd naar de provincie, maar waarvoor? Gaat het om de vroege werken die Eva’s man Richard ooit van haar kocht en die ze nodig heeft voor een expositie en Berlijn? Of gaat het om het servies dat na de dood van moeder bij Eva is beland?

De Loo schetst vaardig en zonder al te veel clichés een paar herkenbare moderne vrouwen die villein en heel geestig kunnen kibbelen. Het verhaal, en de geheimen die tijdens dit bezoek worden onthuld, geven echter geen aanleiding tot enorm stevig emotioneel vuurwerk.

Aan de actrices dus om de voorstelling toch te laten sprankelen en dat doen ze met verve. Blok in een soort doorlopende verdedigingspose en Tol met langzaam afkalvende waardigheid weten de droge humor en de vele steken onder water in hoog tempo op te dienen en brengen de toenaderingspogingen van de zussen geloofwaardig en zonder klefheid. Regisseur Jaap Spijkers weet de tragikomische toon grotendeels dynamisch te houden.

Maar ook hij kan niet voorkomen dat het stuk al vroeg gaat trekken. Deels komt dat door de lichte plot, maar het heeft ook te maken met de monologen die de beide zussen hebben, soms tegen de zaal , soms mijmerend in zichzelf. Daarin wordt op nogal abstracte wijze gereflecteerd op wat je al hebt gezien. Literair werkt dat misschien, maar in het theater is het niet nodig. Daar heb je genoeg aan twee oudere meisjes die op Abba dansen en weer even zestien worden.

Een goed nest van Esser Theaterbureau. Gezien 7/10/14 in DeLaMar. Aldaar nog vanavond, tournee t/m 21/12. www.eengoednest.nl

Recensie: ‘Een bruid in de morgen’ van TA2

“Ik heb nog nooit zoiets merkwaardigs gezien als hoe die twee met elkaar omgaan.” Thomas en Andrea zijn verliefd. Maar ja, ze zijn broer en zus. In Een bruid in de morgen van Hugo Claus is hun liefde het enige zuivere in een leugenachtige wereld. Regisseur Maren Bjørseth zet het contrast vet maar effectief aan in haar stijlvolle regiedebuut bij Toneelgroep Amsterdam.

Andrea (een frêle maar taaie Hélène Devos) en de zwakbegaafde en dromerige Thomas (Alwin Pulinckx) steken in hun sobere kleren scherp af tegen hun ouders (Marieke Heebink – alweer een mooie moederfurie en Fred Goessens als passieve dikzak); verarmde sjiek die met barokke kostuums de schijn probeert op de houden.

Moeder ziet mogelijkheden om de argeloze zoon weg te huwen aan een verwelkte nicht met geld. Die nicht wordt met bewonderenswaardige overdaad gespeeld door Camilla Siegertsz; te bloot, te gegeneerd, te zenuwachtig, te geposeerd – geen twee woorden komen er zonder hakkelen uit, geen houding lijkt haar enig comfort te geven. Maar erachter sluimert altijd de kille macht van het gepriviligeerde leven.

De confrontatie tussen Siegertsz en het prachtige naturel van Devos is het mooist aan deze geslaagde voorstelling.

Een bruid in de morgen is een jeugdwerk van Claus, die zich in een kleine revival mag verheugen dit theaterseizoen. Alle personages dromen van een beter leven en in de romantische fantasieën waarin ze zich wentelen zet Claus zijn taalregisters vol open. Qua plot is het alleen een beetje een rommeltje. Des te knapper dat Bjørseth van alle personages toch invoelbare mensen weet te maken.

Een bruid in de morgen van TA2 (Toneelgroep Amsterdam en Frascati Producties). Gezien 6/10/14 in Frascati. Aldaar t/m 18/10. Meer info op www.tga.nl

Verslagje: Openbare repetitie ‘Van Gogh spreekt’

Parool,verslagjes — simber op 13 oktober 2014 om 09:56 uur
tags: , , , ,

In De Balie vond gisteren de eerste repetitie van de toneelvoorstelling Van Gogh Spreekt plaats, in het openbaar. Porgy Franssen speelt de filmmaker en polemist mét bretels, maar zonder buik.

“Dit is pas de allereerste keer dat we het doen. Het wordt nog veel slechter”, grapt Porgy Franssen als zijn monoloog weer eens wordt onderbroken door technisch oponthoud. Regisseur Gerardjan Rijnders heeft al aangekondigd dat er nog veel ontbreekt aan de voorstelling maar na veertig minuten sneak preview krijgt het verzamelde publiek al een aardig beeld.

Van Gogh Spreekt is een initiatief van Parool-muziekjournalist Roeland Hazendonk, van jongs af aan bevriend met Theo van Gogh. In een strakke monoloog laat hij Theo tien jaar na de moord terugkijken op zijn leven. Hij vertelt over zijn jeugd in Wassenaar, zijn films en zijn vaak nogal meedogenloze columns over bijvoorbeeld Leon de Winter.

Franssen wordt ondersteund door een grote hoeveelheid video. Samen met de jonge theatergroep De Hollanders bracht Rijnders de vrolijk perverse fantasieën van de jonge Theo over het leven in Wassenaar in beeld en –het leukst van al– reconstrueerden de makers een paar van de filmpjes die Van Gogh maakte waarmee hij auditie deed voor de Filmacademie (hij werd vanzelfsprekend afgewezen). De originelen belandden overigens in de Brouwersgracht, door Theo’s eigen toedoen, of dat van een vriendin.

Verderop in de voorstelling gaat Van Gogh met zichzelf in discussie, als Franssen als Van Gogh de gespreksleider van Een prettig gesprek met een cactus op tafel via het beeldscherm de Van Gogh op het toneel scherp ondervraagt. Die beelden zijn echter nog niet af.

Franssen doet Van Gogh nergens na. “Ik heb wel wat filmpjes bekeken op Youtube en dan zie je van die houdingen, zoals dat hij met de armen over elkaar een beetje achterover leunend naar iets staat te kijken. Met die bretels en een paar van die kenmerkende poses zeggen mensen al heel snel: je lijkt precies op hem.

Een hagiografie wordt de voorstelling niet. In de gesprekken na afloop met regisseur en auteur is het opvallend hoe streng ze zijn voor Theo van Gogh. “Hij had de Nederlandse Fassbinder kunnen zijn”, zegt Rijnders, “Maar hij leek vaak zijn kunstenaarschap niet serieus te nemen. Hij was gewoon niet gedisciplineerd genoeg.”

“Ik laat het verhaal beginnen met de televisiequiz Babbelonië uit het begin van de jaren tachtig”, zegt Hazendonk. “Een ellendig infantiel spelletje waar Theo heel geestig over schreef; hij heeft zelfs een paar ‘liederlijke liederen’ opgenomen over Jos Brink die in het panel zat en Pim Jacobs die het presenteerde. Het was alles waartegen hij zich wilde afzetten. Maar aan het eind confronteer ik hem met de vraag of hij op een gegeven moment niet zelf een soort Pim Jacobs is geworden. Hij is ijdel en koos vaak voor effectbejag.”

Rijnders vind het echter belangrijk om de veelzijdige mens te laten zien achter het beeld van de “dikzak en schrijver van ranzige columns”, dat na de moord overbleef. Jeugdvriend Hazeldonk ziet Van Gogh vooral als een fantastisch personage om iets te vertellen over de moeizame verhouding tussen de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting. “In zekere zin misbruik ik hem voor mijn verhaal, maar onze meningen komen genoeg overeen.”

Van Gogh spreekt is op 2/11 te zien in de Stadsschouwburg. www.van-gogh-spreekt.nl

Interview Laura van Dolron

interviews,Parool — simber op 8 oktober 2014 om 10:27 uur
tags:

Na een hectisch jaar waarin ze geen theater maakte staat ‘stand-up filosoof’ Laura van Dolron weer op het podium. In de voorstelling Liefhebben gaat ze op zoek naar “strijdbare, dappere vormen van liefde”.

Vijf maanden zwanger is ze, en deze week speelt ze vier avonden achter elkaar in Frascati. De avond voor het gesprek heeft ze de eerste try-out gespeeld van Liefhebben, in Gent. “Ik moet wennen aan m’n nieuwe lijf. Ik heb nu veel aan de stemlessen die ik kreeg op de Toneelschool in Maastricht. Mijn adem is anders en als ik in de voorstelling een extra stoot energie wil geven moet ik dat ergens anders vandaan halen.”

Een jaar geleden was ze ook zwanger, maar ze kreeg een miskraam. Die gebeurtenis legde de basis voor haar huidige programma. “Ik was zelf fysiek in gevaar en moest in het ziekenhuis blijven. In die situatie voelden mijn vriend en ik een soort liefde waarvan ik zelf ook onder de indruk was. Later ging ik op zoek naar precies dat intense gevoel van liefde, in mijn omgeving en in wat ik las. Alsof het een soort kleur was die ik in de wereld probeerde te vinden.”

Ze verzamelde verhalen en anekdotes, die ze in de voorstelling vertelt. Over haar vader die een keer uit Rotterdam naar haar toe kwam alleen om een aspirine te brengen. Over het Tsjechische dorpje Lidice dat in de Tweede Wereldoorlog volledig werd verwoest, maar dat doorleeft in het Mexicaans dorpje dat zijn naam veranderde.

“Ik wilde het over het liefde hebben als werkwoord, een actieve vorm van liefde. Toen ik aan de ze voorstelling begon wilde ik een pleidooi houden tegen de romantische liefde, waar we ons denk ik veel te veel op concentreren. Ik zocht een strijdbare, dappere liefde, zonder sentimentaliteit. Ik wil liefhebben stoer definiëren. Het is een gevoel dat zich manifesteert in hoekige situaties.”

“Ik schreef een paar scènes over wat liefde níet moest zijn, maar ik vond het interessanter om te vertellen wat de liefde wél is. Als je een antwoord formuleert, ben je kwetsbaar. Nou ja, er zit nu nog wel één scenetje in over wat ik stom vind.”

Al voor haar miskraam had Van Dolron een burn-out. “Ik maakte soms wel twee of drie voorstellingen per jaar en ik zei overal ja op. Ik had mezelf totaal overvoerd. Ik maak vrij persoonlijk werk, maar ik werkte zó veel dat ik geen leven meer had om op te reflecteren. Liefhebben heb ik in een heel rustig tempo en min of meer in de openbaarheid gemaakt, met lezingen in een vroeg stadium voor publiek.”

“Maar nu voor de première is het ook enger: dit is niet wat ik in beperkte tijd heb kunnen maken, dit is wat ik écht te vertellen heb. Ik dacht heel lang dat ik alleen kon werken onder tijdsdruk, en ik vond het eng om dingen op tijd voor te bereiden. Maar als je genoeg tijd hebt, heb je ook geen excuus meer voor slordigheden op mislukkingen. Als het nu niet klopt dan heb ik er over nagedacht.”

Vindt ze het niet moeilijk om over zo iets persoonlijks en schrijnends te vertellen als haar eigen miskraam? “In het ziekenhuis heb ik een monoloog gehouden van vier dagen, tegen de verplegers, de artsen en mijn familie. Dat was achteraf gezien heel geruststellend: wat ik op het podium doe is hetzelfde als ik echt doe in een crisissituatie. Ik ben blijkbaar altijd op zoek naar de universele waarheid.”

Met haar losse vertelstijl en haar egodocumentaire aanpak neigt haar werk soms meer naar cabaret dan naar toneel. “Ik heb gewerkt met cabaretier Emilio Guzman en dat ging inderdaad heel makkelijk. Het grote verschil is dat hij met zijn publiek heeft afgesproken dat het grappig zal zijn. In Liefhebben weet je ooit of je aan het eind van een verhaal gaat lachen of huilen. Het is een grillige voorstelling. Ik heb trouwens nog nooit een grap geschreven. Bij mij blijkt het soms toevallig grappig. Dan beslist het publiek dat.”

Liefhebben van Laura van Dolron speelt 2 t/m 4 oktober in Frascati. www.lauravandolron.com

Interview: Simon Weeda

interviews,Parool — simber op 3 oktober 2014 om 10:21 uur
tags: , ,

In een lunchpauzevoorstelling het laatste grote taboe behandelen. De Rotterdamse toneelschrijver Simon Weeda (1987) waagt een poging met Ik vertel het graag zo, over pedofilie. “Bij dit thema is alles drama.”

Hoe kwam je erbij om een voorstelling over pedofilie te maken?

“Het is een thema dat me al lang bezig houdt. Pedofielen zijn paria’s, het uitschot van de maatschappij. Daar moet je je als kunstenaar mee bezig houden. Frank Noorland van Theater Bellevue vroeg me om een lunchvoorstelling te schrijven net in de tijd dat Robert M. werd berecht en pedofielenvereniging Martijn werd verboden. Het was en is vrij normaal om over een pedofiel te horen zeggen: als ik de kans krijg maak ik hem dood. Dat vind ik verontrustend, want het zijn wél mensen.”

“Daarnaast denk ik als schrijver heel simpel: dit is verboden liefde. Het summum van menselijk drama. Pedofielen verlangen naar iets, maar het mag niet en het kan niet, en ze willen het zelf ook niet.”

Maak je het dan niet te onschuldig?

“Ik vind het belangrijk om onderscheid te maken tussen pedofilie en pedoseksualiteit. Ik heb het vooral over pedofielen, mensen die verliefd worden op kinderen. Dat is iets dat je overkomt en waar zij niets aan kunnen doen. Pedoseksulaliteit, dus daadwerkelijk seksueel handelen, vind ik niet goed te praten. Maar ja, veel mensen koppelen romantische liefde aan seksuele liefde. Die moeilijke grens is voor pedofielen de ultieme frustratie en dat komt in het stuk ook terug.”

Heb je contact gezocht met pedofielen?

“Ja, ik wist meteen dat ik dit niet als fictie allemaal zelf zou kunnen verzinnen. Aanvankelijk had ik wel een zekere terughoudendheid om het woord ‘pedofilie’ in te typen in Google. Ik kwam via internet in contact met iemand van een praatgroep. Hij praatte er heel filosofisch en afstandelijk over. Maar hij wilde vooral zien wat ik van plan was en of het sensatiebelust zou worden. Ik kon hem duidelijk maken dat ik de nuance wilde zoeken en de menselijke kant laten zien. Hij heeft me toen in contact gebracht met een paar mensen, en uiteindelijk heb ik met vier mensen uitgebreid gesproken.”

En hoe maak je daar dan theater van?

“Het zijn twee met elkaar verweven monologen. En van het begin af aan wist ik: ik wil een vrouw en een jongere man als personages. Ik wilde het clichébeeld van de kinderlokker met baard en regenjas vermijden. Bij de mensen met wie ik in contact ben zaten geen vrouwen, maar wel een jongeman. De personages ontdekken allebei op een ander moment deze gevoelens bij zichzelf. De vrouw ziet die gevoelens als in wezen goed, want het is toch liefde. De jongere is opgegroeid met Marc Dutroux –dat is echt een breekpuntpunt geweest– en ziet die pedofiele gevoelens als inherent kwaad.”

“En allebei betrekken ze dat oordeel over hun gevoelens heel erg op zichzelf en scheppen ze daardoor hun eigen werkelijkheid die in beide gevallen niet klopt. Vandaar de titel ook: Ik vertel het graag zo. Ze houden zichzelf een verhaal voor en verzuipen in hun eigen werkelijkheid.”

Hoe reageerde je omgeving op dit project?

“Het is gebeurd dat mensen aan wie ik het vertelde zeiden dat ze vroeger zelf zijn aangerand. Ik ben me ervan bewust dat het verhaal twee kanten heeft. Het stuk gaat ook over slachtoffers, maar vooral over de –al dan niet– daders. En nogmaals: het gaat niet zozeer over pedoseksuelen, maar over mensen die worstelen met verlangen. En daar eigenlijk niet aan toe willen geven.”

“Ik heb me lang zorgen gemaakt of ik misschien wel dreigbrieven zou krijgen, of dat ik als pedo zou worden weggezet. Maar onlangs kreeg ik een mailtje van een van de geïnterviewden die benieuwd was naar de voorstelling en pas toen realiseerde ik me dat ik tegenover hen een veel grotere verantwoordelijkheid heb dan tegenover het publiek. Ik vertel niet het verhaal van het publiek, maar van een groep mensen die het best moeilijk heeft.”

Wat wil je bereiken met deze voorstelling?

“Ik heb niet echt een boodschap, behalve heel basaal: pedofielen zijn ook mensen. Als we het goed hebbben gedaan lopen mensen straks heel raar weg. Alsof ze een klap voor hun smoel hebben gehad. Bespreekbaarheid vind ik belangrijk. En mijn fascinatie is dat ik me hun frustratie goed kan voorstellen. Maar voor mij is het in de eerste plaats een geweldig dramatisch thema. Alles zit erin: verboden liefde, maatschappelijke normen, familie. Ik ben blij dat ik me als schrijver bezig mág houden met zo’n heftig relevant thema.”

Ik vertel het graag zo is t/m 19/10 te zien in Theater Bellevue (om 12:30 uur) www.theaterbellevue.nl

Voorstuk: De Zone

Parool,reportages — simber op 29 september 2014 om 10:51 uur
tags: ,

Ervaringstheater op een schaal die in Nederland zijn weerga niet kent. De Zone, het nieuwste theaterproject van Alexandra Broeder, strekt zich uit over twee locaties in verschillende delen van de stad en de bezoeker moet er rekening mee houden dat de voorstelling verschillende dagen in zijn of haar leven zal ingrijpen.

Droom je wel eens van een ander leven? Ken jij je eigen drijfveren? Als je ze leest kun je dit soort vragen makkelijk van je afschudden. Maar ik lees ze niet. De vragen worden me gesteld door een jonge vrouw die me met wijd opengesperde ogen indringend aankijkt. Geen enkele uitdrukking geeft blijk van een oordeel over mijn antwoorden. Ze knippert ongemakkelijk weinig.

“Ik wilde al heel lang een voorstelling maken waarbij je al vanaf het moment dat je je kaartje koopt in mijn wereld terecht komt”, zegt Alexandra Broeder (1978) op een van de locaties, een oud kantoorgebouw in West. “Het moet onder je huid kruipen. Ik wil dat de bezoeker de vanzelfsprekendheden waar je je in het dagelijks leven aan vasthoudt uit handen geeft.”

De reis begint al op de website. Nog voordat je een kaartje kunt kopen word je al in slordige spuitbusletters gevraagd waarom je je eigenlijk aangetrokken voelt door De Zone? Lijkt het je spannend of zoek je antwoorden? Ben je wel klaar voor een bezoek aan “een gebied met een sterk magnetisch veld met een hoge stralingsfrequentie die ons in contact kunnen brengen met onze diepste intuïtie”?

Broeder maakt al langer een unheimische vorm van locatietheater. Op Oerol maakte ze Wasteland en Sweet dreams, waarin bezoeker ontvoerd worden door een groep kinderen of een nacht buiten in het bos doorbrengt. In haar werk spelen vaak jonge kinderen mee en speelt ze behendig en intimiderend met de vele projecties die volwassenen op hun kroost loslaten.

De Zone gaat (zonder kinderen dit keer) een stap verder. Broeder werd geïnspireerd door de film Stalker van Tarkovski en een trip naar IJsland. “In IJsland ben ik naar een berg gereisd waarvan wordt gezegd dat die paranormale effecten oproept. Wat je erover hoort en leest, en de reis ernaartoe zuigen je erin. Toen ik er eenmaal was vroeg ik me af wat er echt gebeurde en wat ik me verbeeldde omdat ik erin was gaan geloven.”

Op het gebied van theater vond ze inspiratie bij de Deense theatermaker Signa Sørensen, die uitgebreide theatrale fantasieplekken maakt waar publiek langdurig te gast kan zijn. Zo maakte ze met Die Hundsprozesse een bureaucratische rechtbank in Keulen waar de bezoeker zijn eigen Kafka-ervaring kan ondergaan en bouwde ze de theaterstad Rubytown, waar bezoeker dagen achtereen konden gokken, feesten en rituelen ondergaan in een dorp met tientallen personages. Het zijn games, maar dan in het echte leven.

“Ik probeer iets vergelijkbaars te bewerkstelligen”, zegt Broeder. “Maar bij mij is de toeschouwer de hoofdrolspeler. Ik vraag de bezoeker om de controle uit handen te geven. Ik ben op zoek naar het moment waarop je jezelf bijna niet meer gerust kunt stellen met de gedachte: het is maar theater.”

Samen met de acht acteurs die de bezoekers begeleiden bij hun reis naar De Zone is Broeder nu vooral op zoek naar de juiste toon. “Dat is heel delicaat en spannend. De grote vraag bij dit soort voorstellingen is hoe vrij je de toeschouwer laat. We zoeken naar een niet-moraliserende toon. We stellen heel persoonlijke vragen, die hopelijk een zekere kwetsbaarheid oproepen. Je wordt uitgenodigd om mee te gaan. Durf je te geloven en naar binnen te kijken? Wat is jouw houvast?”

Een speciale kwestie is hoe het publiek uit te nodigen voor een meerdaagse ervaring zonder te veel weg te geven. “Mensen schrikken een beetje van de aankondiging dat het enkele dagen gaat duren. Maar het is niet doorlopend. Het begint op de website, waar je een adres krijgt en de mededeling dat je een inwijding gaat meemaken. De uiteindelijke ervaring bestaat uit twee momenten van ongeveer een uur, die op twee verschillende dagen plaatsvinden en die je zelf kunt plannen. Maar daartussen zorgen we ervoor dat De Zone zich in je leven manifesteert”, zegt Broeder geheimzinnig.

Maar uiteindelijk is het wel haar wens om een project te maken dat wel meerdere dagen duurt. “Ik mag zeker niet klagen over de ondersteuning van De Zone, maar de schaal waarop Signa werkt vereist wel een ander soort investering. Maar iets maken dat op die manier je leven overneemt is wel mijn droom.”

De Zone speelt van 22/9 t/m 24/10. www.dezone.nl

Recensie: Tasso van Het Nationale Toneel

Je ziet het vaker op het toneel: een decor dat aan het begin nog helemaal netjes en aangeharkt is, is aan het eind veranderd in een enorme puinhoop. Bij Tasso is het andersom. Bernhard Hammer ontwierp een podium als een vol kunstenaarsatelier met piano, schildersezel, fotostudio en –lampen, borstbeelden van beroemde kunstenaars, een hogedruk verfspuitinstallatie en decorstukken van een elegante kamer waarvan sommige achterstevoren heel nadrukkelijk decor staan te zijn.

Vorig seizoen maakte de jonge garde toneelspelers van het Nationale Toneel Nieuwspoort, een aardige, maar soms wat naïeve voorstelling over de verhouding tussen kunst en politiek, waarvoor de makers een paar weken rondliepen op het Binnenhof. Nu regisseert Theu Boermans met grotendeels dezelfde acteurs (Joris Smit, Hannah Hoekstra en Sallie Harmsen, nu aangevuld met Bram Suijker en Justus van Dillen) een van de oerteksten over dat onderwerp: Tasso van Goethe uit 1787.

Tasso (Smit) is een dichter bij de rijke, jonge mecenas Alfonso (Suijker) in Ferrara. Hij is verliefd op diens zus Leonore (Harmsen), maar maakt zich onmogelijk door ruzie te zoeken met Alfonso’s vriend Antonio (Van Dillen). Zoals hij eerder deed bij bijvoorbeeld Hamlet of De eenzame weg moderniseert Boermans het verhaal onnadrukkelijk. Alfonso is hier geen hertog maar een succesvolle ondernemer op sneakers, Antonio is zijn politieke liaison. De acteurs spreken de bloemrijke taal van het origineel (fris en helder vertaald door Tom Kleijn), maar zijn daarbij modern informele en emotionele mensen.

Smit maakt van Tasso een manische hipster rocker. Hij levert het manuscript van zijn meesterwerk in bij Alfonso (die het zonder het ook maar open te slaan in een vitrine zet), speelt Angel Eyes op de piano en Pink Floyd op gitaar en schetst een paar vegen op doek. Hij is de archetypische romantische kunstenaar: wispelturig, impulsief en egoïstisch. Met tegenzin ondergaat hij de ceremonie waarin hij een gouden lauwerkrans opgezet krijgt

Van Dillen als Alfonso is zijn tegenpool: berekenend, pragmatisch en een beetje saai, al zingt hij een lied met een verrassende falset. Maar alle personages zijn ergens jaloers op Tasso; allemaal zetten ze, als ze even alleen zijn, de lauwerkrans op hun hoofd, als om te proeven van zijn vrijheid van denken en leven. Alleen Leonore niet, die te goed Tasso’s destructieve kant ziet.

Tasso is, zoals van Boermans inmiddels wel verwacht mag worden, helder en licht. Maar met drie uur is de voorstelling erg lang en op sommige momenten spreken de acteurs iets te mechanisch en niet lucide genoeg.

Aan het eind is het decor in elkaar gezet. De bustes staan op sokkels, de troep is opgeruimd, de acteurs dragen historische kostuums. Tasso heeft zichzelf te gronde gericht en wordt terecht verbannen. Maar Ferrara is een stukje saaier zonder hem.

Tasso van Het Nationale Toneel. Gezien 16/9/14 in het Compagnietheater. Aldaar t/m 27/9. Meer info op www.nationaletoneel.nl.

Uitreiking VSCD Toneelprijzen

Gisteravond werden in de Stadsschouwburg de jaarlijkse toneelprijzen uitgereikt. Jacob Derwig won de Louis d’Or (zijn tweede) voor zijn rol van George in Who’s Afraid of Virginia Woolf? van Erik Whien en de Toneelschuur, de Theo d’Or voor beste actrice ging naar Abke Haring voor haar vertolking van Hamlet in Hamlet vs Hamlet van Toneelgroep Amsterdam en Het Toneelhuis.

Het was het moment van de avond: de vorige Theo d’Or winnares Halina Reijn reikte de prijs uit aan Haring. De omhelzing van de twee toneelspeelsters –de ravissante Reijn in designerjurk, de androgyne Haring bijna ascetisch gekleed– was een contrastrijk beeld, maar juist in de combinatie van sterrenglamour en artistieke ernst toonde de theaterwereld haar zelfvertrouwen.

In een vrolijke, vlotte show werden maar liefst tien prijzen uitgereikt, aaneengeregen door presentator Rick Paul van Mulligen die met zijn kenmerkende ironie (“Ik lijk een beetje cynisch, maar dat is niet zo”) de avond de juiste lichte toon meegaf. In een geestige Ramses Shaffy-parodie bezong hij de commercie in het theater op de wijs van Laat me.

Er waren prijzen voor schrijfster Maria Goos en voor toneelschooldocent René Lobo, die dit jaar afscheid nam van de Toneelacademie Maastricht maar wiens mantra’s –“doe het niet goed, maar dóe het!”– voortleven in de hoofden van generaties Nederlandse acteurs.

Er was een (nieuwe) regieprijs voor De Pelikaan van Susanne Kennedy (die vorige week al de Prijs van de Kritiek won) en een mimeprijs voor de onontkoombaar radicale voorstelling Hideous (wo)men van Boogaerdt/VanderSchoot, ook in regie van Kennedy. In het jeugdtheater wonnen actrice Nastaran Razawi Khorasani en de Vlaamse groep Kopergietery.

De acteerprijzen werden aangekondigd door Ward Weemhoff en Vincent Rietveld van theatergroep De Warme Winkel in hun rol van verlopen personages uit de voorstelling Achterkant die tijdens TF te zien was aan de achterkant van en tegelijk met Lange dagreis naar de nacht van Toneelgroep Amsterdam. In een soort semi-geïmproviseerde oudejaarsconference vol inside humor namen ze de sector en de genomineerden venijnig op de hak.

Kirsten Mulder kreeg de Colombina (beste vrouwelijke bijrol) voor haar rol als Honey, ook in Who’s Afraid of Virginia Woolf?. Derwig beloofde haar even later: “Jouw Honey zullen we ons over vijftig jaar nog herinneren”. Martijn Nieuwerf won de Arlecchino (beste mannelijke bijrol) voor zijn rol in Caligula van Thibaud Delpeut. Derwig en Nieuwerf waren overigens collega’s bij theatercollectief ‘t Barre Land, hetgeen maar weer aantoont dat het kleinezaaltheater in Nederland nog steeds de kraamkamer is van het grote toneel. In zijn dankwoord hekelde Derwig dan ook de “historische vergissing” om de subsidie van de productiehuizen stop te zetten.

Directeur Jeffrey Meulman is tevreden over de nieuwe stijl van het prijzengala: “Deze avond werd altijd georganiseerd door het Bureau Promotie Podiumkunsten, maar dat bestaat niet meer. De opzet van het gala is nu soberder, mensen moeten hun kaartje kopen, maar met veel medewerking vanuit de sector is het toch een prachtige avond waar mensen heel veel zin in hebben.”

Meulman kijkt terug op een geslaagd Nederlands Theaterfestival, waarvan het prijzengala de afsluiting markeerde. “Het was een sterke selectie, en daarnaast is er veel inhoudelijk gediscussieerd door iedereen die bij het theater betrokken is, van critici tot toneelschrijvers. Het festival is een platform geworden om uitspraken te doen en om nieuwe ideeën te lanceren. Daar ben ik heel erg blij mee.”

Daarbij ziet Meulman een nieuw elan opkomen in de theatersector. “We hebben een aantal depressieve jaren achter de rug, maar een nieuwe generatie stroomt en neemt nieuw zelfbewustzijn met zich mee.”

Volgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2014 Simber | powered by WordPress with Barecity