Recensie ‘Snowflake’ van De Toneelmakerij

Een hele gewone klas 3B, met een paar nerds, een domme pestkop, het mooie meisje en de getapte charmeur. Maar dan wel van nu: de een houdt van K-pop, de ander chat met vreemden op zoek naar dickpics, een derde heeft 150K volgers op z’n youtubekanaal en nog een hackt de email van haar ouders. En ergens in die verwarring tussen online en irl gaat het fataal mis.

Snowflake is een voorstelling van schrijver Daniël van Klaveren (die ook meespeelt) en regisseur Paul Knieriem voor 12+ over het virtuele leven van pubers – online shaming, virtuele coming out en machtsspelletjes. Het is slim en aansprekend hedendaags toneel, serieus zonder al te bezorgd te zijn.

De vier spelers, naast Van Klaveren Yamill Jones, Gonca Karasu, en Stefanie van Leersum, spelen in witte hoodies en varsity jackets acht leerlingen (volgens het principe capuchon op/capuchon af) die allemaal in de ban komen van de geheimzinnige Red Rabbit, die hen tot een verkeerde afslag verleidt.

Die personagewisselingen samen met het nogal ingewikkelde plot maakt het verhaal vaak een beetje onhelder. Jones speelt bijvoorbeeld zowel het slachtoffer van een prank, als de pestkop – die zich online als weer iemand anders voordoet. Maar de spelers zijn stuk voor stuk lekker enthousiast en omdat de situaties steeds net uitvergrote maar toch geloofwaardige puber-met-telefoon-problemen zijn blijf je goed bij de les.

Vondst is het videodecor van Wikke van Houwelingen en Marloes van der Hoek: het stelt het de uitvergrote beeldscherm voor van de laptop op een van de tafels van het klaslokaal, waarop de chats en story’s zichtbaar worden. In het samenspel tussen scherm en lokaal zitten mooie scènes, zoals een verleidingscène waarbij de verlegenheid van de nerd nu hij aandacht krijgt van het mooie meisje zich uit in niet op het knopje durven drukken dat de volgende zin zou onthullen.

Maar daarin zit ook iets lastigs aan deze voorstelling: het verschil tussen online en offline is op die manier afwezig. Je zou kunnen zeggen dat dat voor jongeren anno nu ook echt zo voelt, maar daar twijfel ik over. De awkwardness en spanning van intimiteit en confrontatie die in het echt veel te heftig is, kan via het scherm beter gehanteerd worden, maar zorgt ook dat je makkelijker grenzen overgaat. Daar zit denk ik de crux van de kwestie die de makers aan de orde willen stellen, maar juist dat is iets waarvoor het theater nog geen vorm gevonden heeft.

Gezien 2/3/19 in Bellevue. Tournee t/m 26/4. Meer info op toneelmakerij.nl

Interview Andreas Fleischmann

interviews,Parool — simber op 24 december 2018 om 22:35 uur
tags: , , ,

Andreas Fleischmann (München, 1968) was gelukkig als directeur van theater De Meervaart. En toen belde Joop van den Ende. Per 1 februari 2019 wordt hij wordt directeur van DeLaMar Theater. “De verhalen die daar verteld gaan worden zullen wel veranderen.”

Fleischman, die sinds 2014 directeur is van De Meervaart (en al sinds 2006 programmeur), richtte het theater tegelijkertijd meer op de buurt, met eigen producties voor een diverser publiek, en kreeg steeds meer binnenstadsbewoners naar Nieuw West, met huisgezelschappen als ICK Amsterdam en Jakop Ahlbom. “De Meervaart is gelukkig nog steeds een bedrijf met een duidelijk gevoel van urgentie hoe je je verhoudt tot de wijk, tot het publiek.”

Fleischmann kwam als driejarig Duits jongetje met zijn ouders (“enorme cultuurvreters – nog steeds”) naar Nederland. Tijdens zijn studie politicologie aan de UvA liep hij stage bij een theatergezelschap en rolde de cultuureducatie in, eerst bij een impresariaat voor jeugdtheater (“poppenkastjes verkopen”), later als zakelijk leider van Jeugdtheaterschool Rabarber in Den Haag.

In 2005 richtte Fleischmann, die inmiddels met vrouw en eerste kind in Amsterdam woonde, een nieuwe theaterschool op: 4West. “Mijn idee was: dit is een stadsdeel met heel veel jonge kinderen, maar er was toen weinig makkelijk toegankelijk aanbod. En wat er was, was vaak op probleemjongeren gericht, dus niet kunst als gewoon waardevolle tijdsbesteding, maar kunst als ‘dan hang je tenminste niet op straat.’ Dat is een leuke geheime agenda van kunst maken met kinderen, maar het moet niet het uitgangspunt zijn.”

“Ik gaf geen les, maar ik organiseerde het. Ik vind dat eigenlijk nog steeds een van de leukste periodes van mijn leven. We bedachten iets, maakten een flyertje met een 06-nummer erop, duwden die in de brievenbussen en terwijl je dat in de volgende straat doet begint de eerste straat te bellen. We hadden ook de tijd mee: vanwege de ‘krachtwijken’ van Ella Vogelaar ging er veel geld naar Nieuw West.”

Fleischmanns voorganger Bert Liebregs haalde 4West de Meervaart binnen en maakte hem al snel programmeur. “Feitelijk is dat de leukste plek in het bedrijf, want je mag kiezen welke voorstellingen er komen spelen. En het is ook een beetje mijn karakter dat ik dacht: ik ga dat gewoon doen. Als ik op mijn bek ga, dan merken we het wel. Het was wel wennen, want ik kwam uit deels gesubsidieerd jongerentheater met een hoog artistiek accent, en opeens stond ik hier in een volle zaal bij Grease met Jim Bakkum.”

“Het publiek van De Meervaart is volkser dan in de Stadsschouwburg, mensen komen meer voor hun ontspanning en identiteit, niet uit snobisme. En als je het vertrouwen gewonnen hebt staan ze ook open voor nieuwe dingen. Nieuw West heeft ook iets kleinsteeds. Als ik bij de Albert Heijn sta komt er iemand naar je toe en zegt: ‘Nou, ik was gisteren bij die-en-die cabaretier en ik vond het helemaal niks!’ Die straightness herken ik van mijn jeugd in Schiedam en daar heb ik veel mee.”

“Er werd in het begin vanuit de binnenstad een beetje op de Meervaart neergekeken – ‘dat buurthuis’ hoorde ik wel eens.” Maar nu diversiteit (weer) een belangrijk thema is geworden in de kunsten had de Meervaart een belangrijke troef. “Toen ik hier twaalf jaar geleden als programmeur begon was het publiek – uitgezonderd bij die talentonwikkelingsavonden – hartstikke wit. Dat lag ook aan het aanbod waaruit ik kon kiezen. Dat was zeker toen nog heel erg gericht op vrouwen van 50plus. Daar trek je geen grootstedelijk publiek mee”

“Wij wilden – en we waren heus niet de enigen – toegankelijke voorstellingen maken, waarvan het verhaal gewoon een ander vertrekpunt heeft. We zijn begonnen met de voorstelling Ik, Driss, naar de columns van Hassan Bahara en Asis Aynan. Dat ging hier behoorlijk goed, maar op tournee bleek het heel moeilijk te verkopen. De schouwburgen wisten niet waar ze publiek voor die voorstelling vandaan moesten halen, deels omdat ze geen contact hadden met de lokale Marokkaanse gemeenschappen, maar ook omdat men vaak denkt dat als je een verhaal vertelt met een Marokkaanse achtergrond dat daar ook alleen Marokkanen naar komen kijken. We zijn nog niet zover dat iedereen beseft dat dit onze gedeelde geschiedenis is.”

En toen belde Joop van den Ende. “Hij belde zelf, ja. Daar was ik een beetje van in de war, vooral omdat ik niet bezig was te vertrekken. Joop vroeg heel aardig of ik bereid was om een keer met hem te komen praten over DeLaMar. En dat werd een heel prettig gesprek met Joop en Janine. Het is natuurlijk wel een heel ander theater. Maar ze willen

een beetje een andere koers gaan varen: breder inzetten op Amsterdamse doelgroepen met een andere programmering en een ander imago krijgen in de stad. Als ze iemand hadden gezocht die goed op de winkel past en goed is in hospitality, hadden ze ook iemand kunnen zoeken met een hotelachtergrond, zoals je ze vaak tegenkomt in bijvoorbeeld de theaters van Stage Entertainment.

Als het aan de Amsterdamse Kunstraad ligt, staat er binnen vijf tot tien jaar een nieuw gebouw voor de Meervaart, er moeten iconische plekken komen buiten het centrum. “Dat is belangrijk, want Nieuw West gaat enorm groeien. Ik ben denk ik te ongeduldig voor zo’n bouwproces. Ik vind het wel heel belangrijk om meer te denken in gebiedsontwikkeling: wat voor plek is er nu nodig? De schouwburgen in het land waar alleen reizende producties langskomen, hebben het vaak moeilijk. De Meervaart doet veel meer dan dat en krijgt nu de kans om haar unieke positie in de stad ook qua huisvesting beter en slimmer vorm te geven.”

Wat is je advies voor je opvolger?
“Je moet hier met je hart helemaal in zitten. Je moet de educatie leuk vinden, met die kids hier – daar moet je hart van open gaan. Iemand die voorop loopt, die gastheer wil zijn en iemand die er voor zorgt dat de mensen zich hier thuis voelen. Waar ze ook vandaan komen of wie ze ook zijn.

Recensie ‘Robotje’ (6+) van NTjong

Op een verder leeg toneel staat een grote peul op pootjes. Er blijkt iets in te bewegen, een lichtje schijnt door een kier en al gauw gaat hij open. De gouden figuur die eruit komt, is dat de robot?

Robotje, de nieuwe 6+-voorstelling van het Haagse jeugdtheatergezelschap NTjong, is een idee van Willemijn Zevenhuijzen en regisseur Noël Fischer. Zevenhuijzen speelt de gouden figuur prachtig plastisch, een kruising tussen Barbarella en het monster van Frankenstein – ik zag er alleen veel meer een alien in dan een robot.

Ze krijgt tegenspel van Titus Boonstra, die met een schermpak en moonboots een meer klassieke astronaut is. Het is alsof ze toevallig allebei tegelijk op deze verre, onbekende planeet terecht gekomen zijn.

Gedurende de voorstelling zoeken de astronaut en de alien toenadering. Ze proberen met elkaar te praten (Boonstra luid en druk gebarend: ‘I am human!’, terwijl Zevenhuijzen alleen hoog gekrijs uitstoot), samen te dansen en te knuffelen. Tussen de bedrijven door zien we zilverfoliewezens en confetti schietende slurfen die aanmerkelijk makkelijker contact met elkaar maken.

Voor de ouders zitten er schattige knipogen in naar E.T. en Star Wars, de kinderen krijgen een lief verhaaltje over vriendschap ondanks spraakverwarringen.

Maar het blijft een beetje mager (de meegenomen kinderen vinden het zelfs een beetje saai) tot tegen het einde het lege podium wordt volgezet met kleine robotjes – sommige zelf geknutseld, andere juist in klassieke jaren ’60 stijl – en de twee samen wegvliegen in de ruimtepeul.

Sacha Zwiers ontwierp kostuums en requisieten in een prachtig soort Hema-futurisme, waarin zilverfolie en fietslampjes een angstaanjagend wapen maken van een kruimeldief en waarin robots bestaan uit schoenendozen en melkopschuimers. Die stijlvolle, vrolijke vormgeving enthousiasmeert het meest.

Gezien 6/10/18 in De Krakeling. Nog te zien in Amsterdam: 25/10 Meervaart, 27 en 28/10 De Krakeling.
www.hnt.nl

 

Recensie ‘Een klein leven’ van ITA

De theaterbewerkingen van films en boeken die regisseur Ivo van Hove gebruikt zijn een beetje hit or miss. Tegenover iedere artistieke triomf als The Fountainhead staat er wel een misser als Obsession. Met de bewerking van de vuistdikke roman Een klein leven van de Amerikaanse schrijfster Hanya Yanagihara levert ITA (voorheen Toneelgroep Amsterdam) een vette tearjerker af – goed gemaakt, maar je moet ervan houden.

In een loft-achtige ruimte (ontworpen door Jan Versweyveld), met in de ene hoek een dj set, in de andere een doktertafel en in een derde een keuken vieren vier vrienden (een fijne acteursroedel met Mandela Wee Wee, Majd Mardo, Maarten Heijmans en Ramsey Nasr) het leven, met drank en een jointje. In het vriendengroepje – architect, acteur, schilder – is de advocaat het buitenbeentje: de anderen weten niets van zijn verleden, niet eens waarom hij mank loopt.

Deze Jude (Nasr) blijkt gaandeweg de spil van het verhaal en zijn geschiedenis wordt langzaam ontrafeld, terwijl we de vrienden over de decennia volgen. Van Hove en zijn spelers laten tijden vloeiend door elkaar lopen, waardoor de brokjes informatie zorgvuldig gedoseerd worden. De muziek – deels van Bl!ndman strijkkwartet – wordt sterk ingezet om de verschillende tijdperken te structureren.

Judes leven is getekend door gruwelijk seksueel misbruik, eerst door priesters in het klooster waar hij als wees terecht kwam, later door een serie sadistische minnaars – allemaal gespeeld door Hans Kesting. Jude wordt een donkere en teruggetrokken man die zich met scheermesjes in zijn arm snijdt om zich via pijn weer even meester te voelen over zijn leven. Nasr speelt een buitengewoon knappe rol: een volwassen man waarin het schichtige negen jaar oude kind steeds doorheen schijnt. Het misbruik zelf wordt vooral expliciet beschreven en slechts spaarzaam suggestief getoond, wat voor Yanagihara’s stapeling van narigheid waarschijnlijk het beste werkt

De samenballing van alle slechtheid in één acteur werkt goed, omdat je zo goed kunt zien dat Jude verder de hele tijd omringt is door liefdevolle mensen die het beste met hem voorhebben – naast de vrienden ook Eelco Smits als dokter, Steven van Watermeulen als leraar en aangenomen vader.

De mooiste rol van Kesting is die van Broeder Luke, de vaderfiguur die Judes pooier werd. Ook na zijn dood dart hij steeds om Jude heen met de belofte van een nieuw, schoon leven. Hij is het duiveltje op de schouder, zoals Marieke Heebink als maatschappelijk werker de engel is – ook zij blijft na haar dood Jude verzekeren dat niets zijn schuld is.

Maar al die welwillendheid gaat ook tegenstaan. In het midden van het decor staat een ouderwets model wastafel en de vloer eromheen is een enorme viezige rode vlek. Voor de pauze zien we hier Nasr vooral grote hoeveelheden nepbloed vergieten, dat vervolgens door de andere spelers met veel papieren handdoeken wordt opgeveegd. De geur van schoonmaakmiddel vermengt zich met de etensgeuren van het kookeiland. Judes problemen worden wel getolereerd, maar niet aangegaan.

Na de pauze volgt het mooiste stuk waarin een van de vrienden Judes minnaar wordt. Heijmans en Nasr maken daar een erg mooi, liefdevol, voorzichtig en pijnlijk duet voor onmogelijke geliefden van. Daarna duikt het verhaal diep het melodrama in.

Yanagihara deelt de ellende met mokerslagen uit, en Van Hove kiest tegen het einde juist voor geserreerde en symbolische beelden. Maar toch bekruipt je ook de vraag: waartoe deze lijdensweg? We leren niets over Jude buiten zijn lijden en verlossing noch genade worden hem gegund. En is smart zonder moraal in de kunst niet een vorm van kitsch? Een klein leven is goed gemaakt en uitstekend gespeeld, maar juist het gecontroleerde effectbejag ervan maakte dat het me grotendeels koud liet.

Gezien 23/9/18 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 29/9 en opnieuw in april 2019
www.ita.nl

Recensie ‘JR’ van FC Bergman en Het Toneelhuis (HF)

“Als je het spel speelt, kun je maar beter spelen om te winnen.” Ergens in het hoofd van de jonge JR klikt er iets als de oude beurscrack John Cates hem deze raad geeft tijdens een schoolreisje naar diens bedrijf. We zien het moment geprojecteerd, terwijl het vóór ons, op de vierde verdieping wordt gefilmd. Deze JR is het titelpersonage van de spectaculaire, maar toch teleurstellende nieuwe voorstelling van FC Bergman op het Holland Festival.

FC Bergman is een Vlaams collectief dat zich het afgelopen decennium oefende in grootschaligheid: extreem uitgebreide decors, talloze figuranten, uitzinnige effecten en techniek. (Hun fantastische 300 el x 50 el x 30 el komt eind augustus terug in de Stadsschouwburg.) JR is een bewerking van de gelijknamige satirische roman van William Gaddis over een 11-jarig jochie dat die megaspeculant wordt in het New York van de jaren zeventig.

Eigenlijk is JR alleen in afgeleide vorm nog theater. We zien een film die live gemaakt wordt in een vier verdiepingen hoog bouwwerk, waar het publiek aan vier kanten omheen zit. Steadicam operators darren rond de actie, lamellen schuiven open en dicht om nieuwe locaties te onthullen of om weer projectiescherm te worden. De filmische montage is verbluffend, de logistiek onvoorstelbaar.

We zien de jonge JR (Kes Bakker) na zijn bezoek aan Typhon, het bedrijf van Cates, door het bezit van één aandeel van het ene geleende bezit naar het andere speculeren. Daarvoor heeft hij een vertegenwoordiger nodig, die hij vindt in zijn muziekleraar Bast (Oscar Van Rompay), die eigenlijk droomt van een opera die hij wil componeren, maar nu vuistdiep in het graaikapitalisme komt te zitten.

Het grootste deel van de voorstelling/film draait echter om de groep vrienden van Bast, die rondhangen in een appartement op 96th Street, geldproblemen hebben, kunst willen maken en omkomen in liefdesperikelen.

En daarbij wreekt zich al snel het voornaamste gebrek aan deze voorstelling: het gebrek aan focus. Het lijkt alsof de makers de meest interessante scènes uit het boek hebben uitgekozen, zonder zich al te veel te bekommeren over de grote lijn. Belangrijke personages vertrekken halverwege om niet meer terug te keren en hele verhaallijnen lijken vergeten te worden. En gaandeweg ga je je ook steeds meer afvragen wat dat gebouw toch te maken heeft met de film of met het verhaal dat verteld wordt?

Het bouwwerk – hoe prachtig ook aangekleed met steeds nieuwe seventies interieurs vol sigarettenreclames en seksitische teksten – bepaalt niet of nauwelijks de montage en omdat je vanaf één kant altijd minstens de helft van de making-of niet ziet is er geen spanning tussen overzicht en close-up (zoals in de voorstellingen van Katie Mitchell) noch verbazing over je eigen verbeelding (zoals in de live animaties van Hotel Modern). Ik betrapte me er meermaals op dat ik naar de filmprojecties bleef kijken, terwijl de live handeling recht voor me plaatsvond.

Er valt zeker te genieten, met name van het fijne acteren van Jan Bijvoet als verlopen schrijver en de geweldige over the rop rol van Geert Van Rampelberg als makelaar met een Afrika-obsessie.

Gaddis toont een wereld waarin doordraaiend kapitalisme het tempo en de intensiteit van alles verhoogt en zo iedereen in z’n greep krijgt – en dat ook kunstenaars binnen dat systeem geen rust meer kunnen vinden om invloedrijk werk te maken. Dat is nu nauwelijks meer satirisch op te vatten. Maar is FC Bergman lijkt, met z’n hang naar het spectaculaire, met JR vooral slachtoffer te zijn van die ontwikkeling, en er niet daadwerkelijk op te reflecteren.

Gezien 17/6/18 in de Markthallen. Aldaar t/m 19/6.
www.hollandfestival.nl

Recensie ‘One or Several Tigers’ van Ho Tzu Nyen (HF)

Parool,recensies — simber op 18 juni 2018 om 11:19 uur
tags: ,

In 1835 werd de landmeting van een stuk jungle buiten Singapore ruw onderbroken door de aanval van een tijger. De Duitse tekenaar Heinrich Leutemann maakte er korte tijd later een dramatische prent van: de tijger springend op de theodoliet, de opzichter George Coleman met een wapperend lint aan zijn hoed, de verschrikte Indiase arbeiders die alle kanten op duiken.

De tekening is de inspiratie voor de video/performance/installatie One or Several Tigers van de Singaporese kunstenaar Ho Tzu Nyen die op het Holland Festival te zien is. Het is een overrompelende trip, waarin ideeën over mens en dier, goed en kwaad, kosmologie en kolonialisme vervloeien in een doordraaiende animatiefilm met theatereffecten.

Op twee tegenover elkaar geplaatste schermen zien we 3d-animaties van de tijger, Coleman, de theodoliet en de arbeiders die om elkaar heen cirkelen met de zon en de maan op de achtergrond. Uit de confrontatie uit 1835 is volgens Nyens mythische aanpak een ‘weertijger’ ontstaan: een half-mens half-tijger, een tweezielig monster, dat vanaf dan de geschiedenis van de Engelse kolonie bepaalt. De tijger zingt met een aan Chinese opera verwante stem over andere schermutselingen tussen tijgers en mensen.

Halverwege komt er een interessant nieuw perspectief in: een focus op de arbeiders in de tekening. Nyen toont op het ene scherm acteurs in een motion-capture studio en op het andere de 3d-renderings van hun angstige personage. De arbeiders van Coleman blijken gevangenen – de tewerkstelling door kolonisten van Indiase criminelen wordt getoond als de Engelse versie van slavernij. Een van de projectieschermen blijkt doorzichtig en erachter staat de prachtige wajang-versie van de tekening van Leutemann die Nyen maakte voor zijn eerdere project Ten Thousand Tigers.

One or Several Tigers past in een hedendaagse Oostaziatische trend om klassieke tekeningen en schilderijen met computeranimatie nieuw leven in te blazen. Maar Nyen gaat veel verder in zijn esthetische en historische commentaar. Met zijn dwingende, hallucinante stijl trekt hij je onverbiddelijk de Maleise jungle in.

Gezien 9/6/18 in Frascati, aldaar t/m 11/6 (vandaag)
www.hollandfestival.nl

Voorbeschouwing ‘Anna Karenina’ van Schauspielhaus Hamburg

Een halve blik, uitgewisseld op het station, een handdruk – en dan is het gebeurd: Anna Karenina en Graaf Wronski zijn voor elkaar gevallen. En dan zetten ze Sweet Dreams (are Made of This) in. “Everybody’s looking for something.”

De combinatie van 19e eeuwse literatuur met jaren ‘80 popmuziek, dat is de blauwdruk van de theatertrilogie die het Duitse theaterduo Barbara Bürk & Clemens Sienknecht de afgelopen jaren maakte. Drie voorstellingen waarin als een soort hoorspel het verhaal van de roman wordt verteld door het studiopersoneel van een radiostation, begeleid door top 2000-klassiekers en inclusief reclames en jingles.

Het eerste deel was een bewerking van Effi Briest (grofweg het Duitse equivalent van Eline Vere) en was in Nederland te zien in 2016 toen hun gezelschap Schauspielhaus Hamburg te gast was in het festival Brandhaarden. Daarna maakten ze nog Madame Bovary en nu is er Anna Karenina, dat komend weekend drie keer te zien is in het Holland Festival.

De vuistdikke roman van Tolstoj over de ongelukkige gravin Karenina en haar tragisch aflopende affaire wordt er vlot doorheen gejast, waarbij een krakerige plaat en een alwetende dj de situaties schetsen en de mensen in de studio steeds in een rol schieten en de verbinding leggen met de liedjes: Fresh van Kool & The Gang tijdens het feest waarop Wronski zijn voorgenomen bruid laat zitten, Sexual Healing van Marvin Gaye op het hoogtepunt van de affaire en The Message van Grandmaster Flash als sociale druk op de personages wordt opgevoerd. Ondanks de camp eindigt Anna overigens ook in deze versie onder de trein.

Voor degenen die Effi Briest gezien hebben: het decor (net als de kostuums ontworpen door Anke Grot) is dezelfde radiostudio, maar dan tien jaar later. De Perzische tapijtjes zijn vervangen door grijze vloerbedekking en de nepleren meubels door strak design. In de hoek staat een enorme kopieermachine.

Ook de bewoners van ‘Radio Karenina’ zijn stuk voor stuk raak getroffen. Wronski (Yorck Dippe) is zo’n man die ooit de geile zanger van een bandje was, en 20 jaar later en 20 kilo zwaarder nog steeds dezelfde kunstjes uithaalt. Sienknecht is het sullige manusje van alles, dat dan ook het versmaadde liefje Kitty speelt. (Na het feest grijpt Sienknecht de gitaar en zingt een magistrale mashup van ontelbaar veel songteksten over de liefde – dat alleen al is de gang naar de Stadsschouwburg waard.)

Bürk en Sienknecht werden voor Effi Briest geïnspireerd door A Prairie Home Companion, het beroemde muzikale radioprogramma uit America, waarover Robert Altman in 2006 de gelijknamige film maakte. “De presentator, Garrison Keillor, heeft een soort onderkoelde ontspannenheid die goed paste bij de manier van vertellen die we voor ogen hadden”, vertelt Bürk na afloop van een van de uitverkochte voorstellingen in Hamburg.

De twee makers kennen elkaar van hun gezamenlijke werk met de Zwitserse regisseur Christoph Marthaler (wiens nieuwste werk Tiefer Schweb ook op het Holland Festival te zien is). Sienknecht speelde en zong (“Ik voel me meer muzikant dan toneelspeler – het is prettiger als mensen zeggen: voor een muzikant kan hij aardig toneelspelen dan andersom.”) en Bürk was regie-assistent. Sinds 1995 zijn ze een stel, inmiddels met twee kinderen.

“We hadden vaker liedjesprogramma’s gemaakt”, vertelt Sienknecht, “Maar het probleem is dat je dan steeds alles opnieuw moet uitvinden. We zochten bestaand verhaal om ons werk structuur en houvast te geven.” Net als later bij Anna Karenina begonnen de acteurs bij Effi Briest met het verzamelen en repeteren van de songs. “Na drie weken hadden we zó veel liedjes en geen idee hoe we de roman erin moesten gebruiken.”

Van een serie was nog geen sprake. Bürk: “Aan het einde van Effi Briest wordt gezegd dat het een deel is uit een serie over de beroemdste slippertjes uit de wereldliteratuur en dat volgende week Anna Karenina aan de beurt is. Ik had het boek toen nog helemaal niet gelezen. Het begon als grap, maar toen we erover na gingen denken leek het ons eigenlijk heel vruchtbaar.”

Het knappe van Anna Karenina is dat ondanks het campy gebruik van muziek, de lichtzinnige omgang met Tolstoj en de foute kleren en pruiken de voorstelling nergens afstandelijk of cynisch wordt. Sienknecht: “We moesten op de muziek leren vertrouwen: dat ondanks de grappen en de beetje kitcherige aankleding dat het door de muziek altijd weer oprecht wordt.”

Anna Karenina is op 8, 9 en 10 juni te zien in de Stadsschouwburg – www.hf.nl

Recensie: ‘De Eurocommissaris’ van Mugmetdegoudentand

Parool,recensies — simber op 22 april 2018 om 19:53 uur
tags: , , ,

“De Europese Unie is natuurlijk totaal onbegrijpelijk en als insider weet ik daar automatisch veel meer van dan degene die me verzonnen heeft.” Charlotte Hajenius is een verzonnen personage, maar dat weet deze Eurocommissaris regelgeving – met een echt bestaande Facebookpagina – donders goed.

Mugmetdegoudentand werkt vaker met dit soort mystificaties (ik herinner me ‘Max’ van Marcel Musters die opdook in HEMA-folders en een top-40-hit had) en het begin van de voorstelling De Eurocommissaris is veelbelovend. Schrijfster/actrice Joan Nederlof maakte Hajenius om de EU te kunnen aanpakken en daarbovenop maakte ze van haar een goedlachse VVD-tut, die ze de carrière van Frans Timmermans (de echte Eurocommissaris regelgeving, maar dan wel een PvdA’er) meegeeft.

Dat is spannend: op die manier moet je als kunstenaar in gesprek met iemand die je tegelijkertijd bewonderd en met wiens ideeën je het grondig oneens bent. Maar De Eurocommissaris, een solo van Nederlof die drie jaar geleden werd ontwikkeld als lunchpauzevoorstelling bij Bellevue en nu in een uitgebreide versie op tournee gaat, blijft hangen in een wel heel simplistisch beeld over Europese politiek.

In een decor (ontwerp Christiaan Klasema) met drie grote videoschermen waarop Nederlof alsof het iPads zijn beelden heen en weer swipet, gaan de pruik en de parelketting van Hajenius al gauw af en neemt Nederlof zelf het woord, als Brandpuntjournaliste (inclusief heel geestige parodie op in en uit beeld schuivende televisiepresentator) die Hajenius’ jeugd uit de doeken doet en haar lastige vragen begint te stellen.

Maar het probleem is dat Nederlof haar schepping helemaal niet serieus lijkt te willen nemen. Hajenius wordt steeds meer een oppervlakkig, clichés spuiend onmens en Nederlof verliest zich in een niet bijster interessante uitwijding over wie de macht heeft in de EU.

Ze eindigt met filmbeelden over vluchtelingen – waarin Nederlof op toneel zichzelf slim in videobeelden ensceneert van Griekse boten of Hongaarse vluchtelingenkampen. Tenslotte pleegt ze een coup en organiseert ze een Europese republiek (naar het boek van Ulrike Guérot). Nu is het vluchtelingenvraagstuk een van de meest prangende problemen voor de Europese politiek, maar wat zíj zouden opschieten met een door de regio’s bestuurd Europa zoals hier wordt voorgesteld is me een raadsel.

Er zitten hier en daar prikkelende ideeën in De Eurocommissaris, maar ik begrijp werkelijk niet waarom het vrolijk complexe spel met fictie en werkelijkheid in de vorm moet samengaan met zo’n onnozel inhoudelijk statement.

De Eurocommissaris van Mugmetdegoudentand. Gezien 14/4/18 in Amstelveen. Op tournee t/m 31/5. In Amsterdam (Bellevue) 22 t/m 26/5. Mugmetdegoudentand.nl

Recensie: ‘Battlefield’ van Peter Brook (Brandhaarden)

“De vernietiging komt nooit met het wapen in de hand. Het komt heimelijk, op kousevoeten, toont je het goede in het kwaad en het kwaad in het goede.” In Battlefield geven de goden – in dit geval Krishna – raad aan de mensen. Maar in de eerste plaats zijn het de mensen op het toneel die spelen die ons bezweren.

Klein en kwetsbaar zit Peter Brook op zijn stoel op rij 8. De theaterlegende, die vandaag zijn 93ste verjaardag viert in Amsterdam zit gewoon in de zaal bij de eerste voorstelling in het Brandhaarden festival in de Stadsschouwburg, waar vijf voorstellingen van ‘zijn’ Théâtre des Bouffes du Nord te zien zijn. Zijn geest is nog fit, maar zijn lichaam is broos.

Brook is een van de grotere theatervernieuwers van de twintigste eeuw, die voortbouwde op het werk van Antonin Artaud en Bertolt Brecht. Zijn boek De lege ruimte is een klassiek geworden pleidooi voor eenvoud en kernachtigheid in het theater. Na een lange carrière in Londen, waar hij onder meer de Royal Shakespeare Company opschudde streek hij in 1978 neer in een vervallen theater in Parijs: Bouffes du Nord.

Een van de eerste projecten die hij daar onder handen nam, samen met schrijver Jean-Claude Carrière, is een toneelbewerking van het Indiase epos Mahabharata. De elf uur durende voorstelling zou uiteindelijk pas in 1985 in première gaan en werd in 1989 verfilmd (en in Nederland uitgezonden door de VPRO).

Battlefield is eigenlijk een vijf kwartier durend extract uit die voorstelling. Brook nam één episode uit de serie en ensceneerde die opnieuw, in het engels, met vier toneelspelers. Het gaat over de periode ná een grote oorlog tussen twee verwante families, waarin de overwinnaar en de verliezer in het reine moeten komen met de vernietiging en met elkaar. Maar de Mahabharata volgt geen recht spoor en ook in Battlefield is er ruimte voor een groot aantal filosofische verhandelingen en parabels over haviken, duiven en wormen.

De stijl van Brooks voorstellingen is een grappige combinatie van uitvindingen die hij gedaan heeft die volkomen gemeengoed zijn geworden – de flexibele inzet van een beperkt aantal requisieten; het verhalende spelen waarbij de acteur in de rol schiet die hij vertelt – en elementen die ouderwets zijn geworden – met name de gedragen toneeltoon waarmee gesproken wordt. Ook de vormgeving, met bamboestokken en linnen doeken is zijn eigen cliché geworden.

De spelers zijn erg goed, Karen Aldridge en Edwin Lee Gibson met name. Maar wat de voorstelling levend houdt is de onmiskenbare universalistische aspiratie van de hele onderneming. In Battlefield komen een Indiaas epos, een Engelse regisseur, een overwegend zwarte cast en een japanse drummer (Toshi Tsuchitori) op een afrikaanse trommel samen om iets essentieel menselijks te laten zien. Hier wordt toneel gemaakt voor de Mensheid. De grootste thema’s – wraak en vergeving, verantwoordelijkheid en twijfel – worden hier vanzelfsprekend, bedaard en met gracieuze eenvoud op het toneel gezet.

In de huidige identiteitspolitiek is dat soort universeel denken op dit moment niet in de mode. En het het intersectionele denken zet terecht vraagtekens bij het essentialisme van het interculturele project. Maar voor deze avond vond ik het weldadig onhip.

Battlefield van Théâtre des Bouffes du Nord / Peter Brook & Marie-Hélène Estienne. Gezien in de Stadsschouwburg tijdens Brandhaarden, 20/3/18. Aldaar t/m 23/3. Meer info op www.ssba.nl

Recensie: ‘De hereniging van de twee Korea’s’ van Het Nationale Theater

De nieuwste voorstelling van het Nationale Theater positioneert zich ongegeneerd als theater-romcom – tot de de ijverig van Alles is liefde gekopieerde poster aan toe. Maar De hereniging van de twee Korea’s neemt veel te veel de (heteroseksuele) normen van het genre over, en wat eraan wordt toegevoegd is zwak.

Schrijver en regisseur Eric de Vroedt maakte naam met expliciet maatschappelijk geëngageerd theater, eerst in de serie MightySociety, vorig jaar met het megaproject The Nation, waarmee hij zijn artistiek leiderschap bij het Nationale Theater aanving.

Nu maakt hij iets luchtigers: een mozaïekstuk van de Franse theatermaker Joël Pommerat uit 2013. In korte scènes worden verschillende liefdessituaties getoond; een vrouw die weggaat bij haar man omdat er geen liefde meer is, een vrouw die bezocht wordt door een overleden geliefde van vroeger, een meisje dat met haar moeder ruziet over een abortus. Personages komen in verschillende scènes terug, soms lijken er weirde tijdssprongen te worden gemaakt.

Oppervlakkig lijkt het op de verschillende verhaallijnen in films als Love, Actually of Crash, maar Pommerats stuk heeft meer te maken met fragmentarische toneelwerk van de Duitse schrijfster Dea Loher. Een grootse, samenbindende finale ontbreekt.

De Vroedt wil er een soort schuimtaart van maken: uitbundige gekostumeerd en bepruikt (ontwerp Lotte Goos) spelen de uitstekende acteurs vele dubbelrollen in een komisch, licht overspannen register; het decor (ontwerp Maze de Boer), met veel deuren – ook hoog in de zijmuren die in het luchtledige uitkomen – en een grote wenteltrap rondom een liftkoker neigt naar klucht (al vraagt het stuk niet om opkomsten en afgangen); de muziek (Florentijn Boddendijk en Remco de Jong) is vrolijk geïnspireerd op de yé-yé van Serge Gainsbourg.

Al snel valt op dat alle liefdeskoppels hetero zijn, op een paar flarden op de achtergrond na. Dat is nogal merkwaardig omdat juist het Nationale Theater de afgelopen jaren een voortrekkersrol neemt op het gebied van diversiteit. Zo wordt ook in deze voorstelling een van vijf zussen gespeeld door de zwarte actrice Genelva Krind zonder dat daar zelfs maar een knipoog bij wordt gemaakt. Waarom houdt die vanzelfsprekende diversiteit op bij kleur?

En in de loop van het stuk gaat ook opvallen dat veel van de scènes vanuit een mannenfantasie-perspectief zijn geschreven: de hoer die verliefd op je wordt, de vijf zussen met wie je allemaal gezoend hebt, de assistente die je verdenkt van aanranding maar dat eigenlijk helemaal niet erg lijkt te vinden. Er zit een soort oh-la-la oubolligheid in die in de loop van de voorstelling steeds meer gaat ergeren en de grappen die wél geslaagd zijn in de weg zit.

Er zijn een paar mooie scènes: Tamar van den Dop en Hein van der Heijden spelen een fijn schuchter verleidingsspel als twee buren die wachten op hun overduidelijk overspelige echtgenoten en Mark Rietman en Betty Schuurman zijn op hun charmantst als liefdevolle man en dementerende vrouw. Ook de lift wordt effectief gebruikt voor een aantal mooi vervreemdende tableaus.

Maar de misvatting lijkt toch vooral dat liefde een universeel onderwerp is. Maar juist liefde, relaties en seks lijken me te worden bepaald door lokale mores en de Franse zijn overduidelijk de Nederlandse niet. Als De Vroedt er zélf een stuk over geschreven had was het ongetwijfeld veel interessanter geweest.

De hereniging van de twee Korea’s van het Nationale Theater. Gezien 10/3/18 in de Koninklijke Schouwburg Den Haag. Hnt.nl

Volgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity