In memoriam: Kitty Courbois

In Memoriam,Parool — simber op 18 maart 2017 om 15:30 uur
tags:

De meest magische stem van het Nederlandse theater klinkt niet meer. Zaterdag is op 79-jarige leeftijd actrice Kitty Courbois overleden. Courbois was de beeldbepalende actrice van haar generatie met rollen in films als Het gangstermeisje, Leedvermaak en Op hoop van zegen. Als geen ander combineerde ze een aristocratische gratie aan aardse intensiteit.

Courbois werd in 1937 geboren in Nijmegen. Na de middelbare school kwam ze in een cabaretgroepje terecht met Ted de Braak, waar ze Franse chansons zong. Ze gaat naar de toneelschool in Arnhem, waar ze haar eerste man, schilder Rik van Bentum, ontmoette. Na haar afstuderen kan ze terecht bij de Nederlandse Comedie, het gezelschap dat dan de Stadsschouwburg Amsterdam bespeelt. Meteen in haar eerste jaar wordt ze genomineerd voor een Colombina voor haar rol in De getatoueerde roos.

In Amsterdam komt ze terecht in een artistieke vriendengroep rondom Ramses Shaffy en Joop Admiraal. Frans Weisz vraagt haar voor zijn eerste lange film Het gangstermeisje en daarna doet ze zeven films achter elkaar. “Ik kwam, zonder het in de gaten te hebben, met mijn rollen steeds meer terecht in de hoek van de wilde, emotionele Italiaanse types. Ik heb veel moeite gehad daar weer uit te raken”, zei ze daar later over in een interview.

Eind jaren ’60 verandert het toneel. Courbois wordt een van de weinigen die vrij moeiteloos de overgang weet te maken van het klassieke toneel van de ‘gouden jaren’ naar het artistieke, geëngageerde theater van de jaren ’70. Ze wordt een van de vaste actrices bij toneelgroep Baal van Leonard Frank, dat nieuwe auteurs speelde zoals Botho Strauss, Thomas Bernhard en Judith Herzberg.

De verandering van speelstijl ging overigens niet helemaal vanzelf: “Bij de Nederlandse Comedie was het altijd Stanislavski voor en achter: Waar Kom Je Vandaan? Waar Ga Je Naartoe? En opeens stond ik daar maar gewoon te brullen: Báháal!!!” Dat je de psychologie achter die rol moest loslaten, dat was voor mij zo’n stap.”

Nog bij de Nederlandse Comedie ontmoet ze de Vlaamse schrijver Hugo Claus, die in 1969 zijn eigen toneelstuk Vrijdag regisseert in Amsterdam. De twee krijgen een stormachtige affaire, die Claus later verwerkt in zijn boek Het jaar van de kreeft.

In 1987 wordt Courbois door Gerardjan Rijnders gevraagd voor het dan splinternieuwe Toneelgroep Amsterdam. Ze zal tot haar dood aan het gezelschap verbonden blijven. Ze speelde in de wild experimentele montagevoorstellingen van Rijnders zoals, Titus, geen Shakespeare en Count Your Blessings, maar ook in lichter repertoire als Mooi weer vandaag. Onder Ivo van Hove speelde ze in Zomertrilogie en in 2015 in Kings of War, haar laatste rol.

In 2010 stelde Toneelgroep Amsterdam ter gelegenheid van haar vijftigjarige jubileum een prijs in met haar naam: de Courbois-parel. Het is een doorgeefprijs voor actrices die zowel in het theater als in film en op televisie indruk maken bij een breed publiek. Courbois gaf de prijs in 2013 door aan Halina Reijn.

Courbois was als actrice altijd zoekend. Ze hield van repeteren, het zoeken naar de existentiële interpretatie van haar personage en ze genoot ervan als het misging op het toneel en ze dat moest oplossen. Als kunstenaar hoort ze bij de generatie van ’69, die het theater een beslissende vernieuwingsimpuls heeft gegeven.

Daarover zei ze in 2010: “We zijn bij Toneelgroep Amsterdam altijd met jonge mensen in de weer geweest, om ze te helpen, ze op hun gemak te stellen. Het ligt denk ik voor een belangrijk deel aan onze generatie toneelspelers dat de hiërarchie in het toneel en daarmee ook het isolement van de oudere acteur en actrice definitief zijn opgeheven. En daar ben ik wel trots op.”

Recensie ‘The Unpleasant Surprise’ van Davy Pieters/Theater Rotterdam

Het enige meubelstuk in de kamer (muren mintgroen en met tegeltjesbehang) is een televisie. Een man zit te kijken, popcorn onder handbereik. Hij zit met zijn rug naar ons toe. Op het scherm onscherpe close-ups van lichaamsdelen. De soundtrack maakt het plaatje: schreeuwende mensen, sirenes, zenuwachtige verslaggevers.

The Unpleasant Surprise, de eerste voorstelling van regisseur Davy Pieters bij Theater Rotterdam, is een woordeloze studie naar geweld en lijden. De rechterhand van de speler voor de tv lijkt een eigen wil te krijgen en pakt de linkerarm.

Pieters en haar spelers (Niels Kuiters, Rob Smorenberg en Klára Alexová) richten zich op de twee basistypes van de rampvideo: het lijdzame slachtoffer en de expressieve getuige – degene die het slachtoffer omhelst, op schoot neemt, de cameraploegen te woord staat. Razendsnel wisselen ze van rol – slappe armen grijpen ineens nekken, halfopen monden worden geluidloze schreeuwen. En dan playbacken ze weer een stukje van een getuigeninterview.

Maar het zijn geen mensen die je hier ziet. Althans ze bewegen niet als mensen, maar schokkerig en met versnelde bewegingen. Hun groteske mimiek voorkomt invoelbare emoties. Het zijn eerder aliens, die het leven op aarde proberen te begrijpen aan de hand van televisieuitzendingen. Zien zij geweld en lijden als voornaamste eigenschappen van de mens?

De beheersing van de spelers is fabelachtig knap en de doorlopende muziek van Jimi Zoet – geheel opgebouwd uit samples van de nieuwsvideo’s – is een ambitieuze poging om in een trip te komen.

Pieters werk heeft ‘virtualisering’ als centrale thema: de mediawerkelijkheid heeft de moderne mens van haar ankers geslagen. Het is niet voor het eerst dat ze een koele, schijnbaar objectiverende vorm gebruikt om moralisme te maskeren. Maar The Unpleasant Surprise veroordeelt, veel meer dan haar eerdere werk, de hedendaagse wereld. Die eenduidigheid is uiteindelijk een beetje saai.

The Unpleasant Surprise van Davy Pieters/Theater Rotterdam. Gezien 8/3 in Haarlem. Te zien in Amsterdam (Frascati) 16 t/m 18/3. Meer info op www.rotheater.nl

Recensie ‘Holy F’ van Waal en Wind en Rudolphi Producties

“Trump.” Zodra de naam is gevallen blijft het ijzig lang stil. Het was slechts één item in een lange opsomming met redenen waarom het belangrijk is om het nu over feminisme te hebben (naast onder meer de Keulse nieuwjaarsnacht, Beyoncé, bangalijsten en Sletvrees), maar vandaag heeft hij wat meer ruimte nodig.

Toneelspeelsters Eva Marie de Waal en Sophie van Winden (samen Toneelgroep Waal en Wind) vertrekken in Holy F bij hun eigen ervaringen met sexistische castings (“Kun je die scène wat meer SM doen?”). Ze verdiepen zich in het feminisme en na het begin – 2000 jaar onderdrukking – leggen ze keurig de eerste en tweede feministische golf uit, waarbij ze Aletta Jacobs, Virginia Woolf en Simone de Beauvoir spelen.

Aan de zijkant van het podium zit schrijfster en filosofe Simone van Saarloos achter een bureau met boeken en een laptop. Op een beeldscherm zien we de plaatjes die ze heeft uitgekozen, live commentaar en citaten en af en toe interumpeert ze, steeds vrij ongepolijst.

Het is een beetje schools en oppervlakkig, maar het spel is aanstekelijk, en de steeds wisselende kostuums van Miek Uittenhout zijn geweldig: pakken met enorme pofmouwen en hoepelrokken met slogans.

Goed is dat de voorstelling diepgravender wordt naarmate het onderwerp complexer wordt. De derde feministische golf bestaat uit discussies tussen een strenge Duitse feministe en Beyoncé en tussen Naomi Wolf en Sunny Bergman over het privilege van witte vrouwen – en dus ook van de speelsters zelf, die daar dan ook danig van in de war raken.

Die verwarring zélf moet het doel zijn van feminisme, lijkt de boodschap van Van Saarloos’ mooie, bijna dromerige eindmonoloog. Voorbij heldere beelden en bezitsrelaties ligt een nieuwe wereld.

Holy F is vooral educatief en drukt niet te hard op pijnpunten. Dat is niet per se kwalijk: een resumé van 150 jaar feminisme lijkt me nu behoorlijk nuttig. En gelukkig zorgt Van Saarloos dat het niet te glad wordt.

Holy F van Waal en Wind en Rudolphi Producties. Gezien 10/11/16 in Haarlem. Te zien in Amsterdam (Bellevue) 10 t/m 12/12. www.viarudolphi.nl

Recensie ‘(Not) my paradise’ van Sachli Gholamalizad/KVS

Parool,recensies — simber op 15 oktober 2016 om 15:19 uur
tags: ,

‘Hier heerst de wet van de grond: aan uw grond zult u kleven.’ Videobeelden tonen vervallen gebouwen aan een smal strand. Het zou Sicilië kunnen zijn, of de Poolse Oostzeekust, maar het is Anzali in Iran, aan de Kaspische zee. Deze lap grond is van de familie van de Vlaams-Iraanse theatermaker Sachli Gholamalizad.

Ooit stond er een vermaakspaleis van haar opa, een restaurant en dancing waar regionale beroemdheden kwamen om opium te roken. Na zijn dood ontstond onduidelijkheid over het eigendom van de grond en een conflict over de erfenis. Gewapend met een camera trekt Gholamalizad langs een aantal familieleden in Iran om er meer over te horen.

De hele geschiedenis is op een prettige manier on-exotisch (het deed mijn in ieder geval denken aan de generaties omspannende ruzies over land in mijn Zeeuwse familie), de ooms, tantes en oma lijken keurige middenklasselevens te leiden in Anzali en Teheran. Het conflict is ook behoorlijk onbegrijpelijk, en dat geeft ruimte om stil te staan bij de details. Zo heeft Gholamalizads moeder een kleiner deel grond omdat in Iran dochters slechts de helft krijgen van wat zonen erven. En schitterend is het contrast tussen de intimiteit tussen vrouwen binnenshuis (we zien Gholamalizad haar oma wassen) en de uitgebreide aankleding en voorbereiding voordat ze naar buiten kunnen.

De voorstelling bestaat grotendeels uit filmbeelden. Tussendoor beeldt Gholamalizad in hokjes achter de projectieschermen haar fantasie uit over het leven in de wereldse club van haar grootvader: ze ligt op een satijnen bed, zit voor de kleedkamerspiegel, danst wulps. Pas helemaal aan het eind komt ze naar het publiek toe en zingt ze een lied over het lot van de migrant: kiezen voor vrijheid, maar altijd met heimwee.

Gholamalizads werk sluit aan bij Nederlandse generatiegenoten die hun migratiegeschiedenis als thema nemen, zoals Sadettin Kirmiziyüz of Daria Bukvić, maar (Not) my paradise is zachter, particulierder en vertelt meer tussen de regels door. Daarbij heeft Gholamalizad een sterke podiumaanwezigheid. Daar had ik in deze voorstelling nog wel meer van willen zien.

(Not) my paradise van Sachli Gholamalizad/KVS. Gezien 13/10/16 in De Brakke Grond. Aldaar nog 14/10. Meer info www.kvs.be

Recensie ‘Hamlet’ van ZEP

‘Hoe de hell heeft dit kunnen gebeuren!/Ze willen mij opbeuren en zeggen mij dan te zeuren?/Waarom heeft de Almachtige mijn vaders dood niet voorkomen?/Deze wereld maakt nare nachtmerrie van al mijn dromen!’ Zo klinkt de eerste tekst van Hamlet in de nieuwe versie van jongerentheatergroep ZEP, vertaald door nederrapper Brainpower.

Die ritmische, schijnbaar geïmproviseerde, soms krukkige maar even vaak verrassend poëtische vertaling is maar een van de vele opvallende ingrediënten in Peter Pluymakers regie van Shakespeares überklassieker. Zo ziet Gürkan Kücüksentürk als Claudius – die Hamlets vader vermoordt en met zijn moeder trouwt, wat om wraak schreeuwt – eruit als Gaddafi of een andere arabische dictator, is de geest van Hamlets vader vervangen door een videoboodschap van hackersgroep Anonymous en is de troupe toneelspelers een streetdance crew.

De eerste helft levert het fris en spannend toneel op, vooral door de innemende hoofdrolspeler Tarikh Janssen, die slim het publiek betrekt bij zijn plannetje om de gek uit te hangen.

Maar ergens in de tweede helft loopt het stuk met de spelers weg. Deze Hamlet lijkt nauwelijks te twijfelen, maar waarom drijft hij dan zo af van zijn wraakvoornemen? De schermwedstrijd aan het eind lijkt nu geen logisch verband te houden met het voorafgaande.

ZEP brengt nu al een paar jaar Shakespeare-bewerkingen voor (VMBO-)jongeren. Dat is natuurlijk te prijzen, maar de vraag is welk doel er nu precies mee wordt gediend. Gaat het om het overdragen van erfgoed? Dan is de verhipping onnodig. Gaat het erom te laten zien dat Shakespeare nog steeds over nu gaat? Dan moet je niet alleen de uiterlijkheden aanpassen maar van Hamlet echt een jongere van nu maken. Dat kan, maar deze voorstelling schiet daarin tekort.

De grote waarde van deze Hamlet zit hem nu vooral in de vrijwel volledig multiculturele cast (alleen Nanette Edens als een lekker heftige Gertrude is wit). De onnadrukkelijkheid daarvan is hopelijk een voorproefje van nog heel veel meer Shakespeares.

Hamlet van ZEP. Gezien 30/9/16 in Bellevue. Tournee t/m 22/12. www.zep.nu

Recensie ‘Kogelvis’ van Toneelgroep Oostpool en Bellevue Lunchtheater

Twee spelers, in spijkerbroek met ontbloot bovenlijf, zijn dader en slachtoffer. Het slachtoffer wordt aangepakt als een pop. De dader kneedt zijn huid, lijkt zijn handen diep in de buik van de ander te begraven, pakt hem achter zijn schouderblad, tilt hem op aan de huid van zijn rug. Het is een lichamelijke scène, waarbij je in je eigen lijf de plekken voelt die worden aangepakt, maar waarin je ook steeds zorg en liefde blijft zien.

Kogelvis (een toneelstuk van de debuterende toneelschrijver Nick Bruckman) heeft een vrij akelig onderwerp, namelijk serial killer Jeffrey Dahmer die in de jaren ’80 zeventien jongens vermoordde, seks had met hun lijken en ze vervolgens deels opat. Na zijn arrestatie en proces kreeg hij een soort cult-status.

Bruckman vertelt het verhaal vanuit drie perspectieven, naast dader en slachtoffer staat ook de zus van een van de slachtoffers op toneel. Het is een tekst die banale koffietafelpraat afwisselt met de gruwelijkste details over verminking en necrofilie.

In de regie van Marcus Azzini is de moordenaar verdubbeld en de zus wordt gespeeld door een man. De vier spelers Sebas Berman, Thomas Cammaert, Abe Dijkman en Jurriën Remkes hebben vaak een onderkoelde, bijna levenloze blik, maar bij de verleidingsscènes – Dahlmer pikte jongens op in de buurt van homoclubs en nodigde ze uit bij hem thuis om te drinken en te blowen – komt erotische spanning naar boven.

Dahlmer lijkt in de visie van de makers met name een jongen die, omdat hij zijn homoseksualiteit onderdrukt, te ver gaat in een perverse zoektocht naar liefde en heelwording. Daarmee wordt hij een klein beetje herkenbaar – is liefde niet altijd minstens een béétje grensoverschrijdend? De zus vertegenwoordigt het tegenbeeld: zij negeert haar eigen lust, omdat de bevrediging daarvan toch nooit compleet kan zijn.

Het is de verdienste van de makers dat ze de afschuw zodanig doseren dat je als toeschouwer niet afhaakt. En dat je samen met weerzin ook jongensachtige levenslust proeft.

Kogelvis door Toneelgroep Oostpool en Bellevue Lunchtheater. Gezien 24/9/16 in Bellevue. Aldaar t/m 15/10. Meer info op theaterbellevue.nl

Presentatie: Sterrenstof 2016

overig — simber op 8 september 2016 om 11:37 uur
tags:

Gisteren hield ik in de Stadsschouwburg tijdens het debat Kritiek op Kritiek een presentatie over sterren bij theaterrecensies. Het is een update van de presentatie die ik twee jaar geleden hield in De Balie. Op basis van data van Theaterkrant heb ik onderzocht hoe de verdeling van de sterren is per krant en in hoeverre kranten en recensenten afwijken van het gemiddelde.

Opmerkelijkheden:

  • Het aantal theaterrecensies groeit. Hoera!
  • De overgrote meerderheid (rond de 80%) van de recensies heeft 3 of 4 sterren. Dat aandeel stijgt.
  • De oordelen in recensies groeien naar elkaar toe. Recensenten zijn het vaker eens.
  • De Volkskrant is de strengste krant, de Telegraaf de mildste, en dat ligt niet aan selection bias.

Download/bekijk de presentatie in PDF (4 MB)

 

 

Amsterdamprijs: interview Sadettin Kırmızıyüz

interviews,Parool — simber op 15 augustus 2016 om 11:44 uur
tags: ,

Op 25 augustus wordt de Amsterdamprijs voor de Kunst uitgereikt. In deze serie komen de negen genomineerden aan het woord. Aflevering 7: Sadettin Kırmızıyüz

 De Amsterdamse theatermaker Sadettin Kırmızıyüz (34) werkt sinds een aantal jaar aan een serie persoonlijke, toegankelijke voorstellingen over multiculturele thema’s. Vorig jaar maakte hij met De radicalisering van Sadettin K. een bozer, harder statement. “Naast zijn hoge mate van vakmanschap vindt de jury zijn durf om een andere wegen in te slaan prijzenswaardig.”

Wat kenmerkt uw werk?

“Het gaat bij mij altijd om hete hangijzers in de samenleving rondom multiculturele thema’s: migratie, integratie, dubbele identiteit. Maar ik probeer wel altijd het perspectief te draaien. Ik maak van mezelf een personage: een atheïstische, verkaasde Nederturk uit Zutphen, die er gaandeweg achter is gekomen dat hij onderdeel uitmaakt van een grotere geschiedenis: de arbeidsmigrantenstroom.

De uiterwaarden van de IJssel in Gelderland, dát is mijn land. Ik ben door mijn ouders opgevoed om zo Nederlands mogelijk te worden. Ik moest hier meedoen. Terwijl mijn ouders conservatief zijn – Erdogan-stemmers. Van Gogh werd vermoord toen ik op de toneelschool in Maastricht zat. Toen pas merkte ik dat ik door mijn achtergrond dingen anders zie. En vanaf toen moest ik er wat mee in mijn werk.

Mijn voorstellingen zijn persoonlijk. Ik schrijf zelf en ik sta zelf op het toneel. Vanuit mijn persoonlijke verhaal zoek ik het universele. Ik vind het belangrijk dat mijn werk toegankelijk is en dat je erom kunt lachen. De radicalisering van Sadettin K. is misschien minder grappig; ik vond dat ik met de zelfspot en ironie uit mijn eerdere voorstellingen ook heikele dingen uit de weg ging. Ik wilde een voorstelling maken waarin de pijnlijkheid gewoon uitgesproken werd. Het maakte me geen hol uit of de voorstelling goed werd, alles wat ik zeg moest wáár zijn. Er zit wel degelijk humor in, maar het is wranger.

In iedere voorstelling zit een Star Wars-citaat. Ik ben ook een kind van de jaren tachtig en The Empire Strikes Back is voor mij een ijkpunt. En ik probeer altijd om een stuk geschiedenis te vertellen, om de huidige problemen in perspectief te plaatsen. In De radicalisering… vertel ik over de veroveringen van het Ottomaanse Rijk in de Middeleeuwen met een kaart van zand; dan zie je ineens dat het van alle tijden is dat mensen met elkaar in botsing komen.”

Hoe manifesteert u zich in Amsterdam? Wat voor raakvlakken heeft uw kunst met Amsterdam?

“In 2009 ben ik vanuit Maastricht naar Amsterdam verhuisd. Ik heb vanaf dag één na mijn afstuderen gewerkt als acteur, vervolgens als maker bij een productiehuis, en nu zelfstandig met mijn eigen stichting Trouble Man. Het is een volle weg geweest, en zeker het afgelopen jaar heb ik veel waardering gekregen, maar juist nominatie voor de Amsterdamprijs doet me veel. Ik heb bij de bekendmaking van de nominaties, toen [AFK-directeur] Clayde Menso ons ‘negen iconen van de stad’ noemde, wel even met mijn zakelijk leider een sigaartje gerookt in de tuin van de burgemeester.

Ik gebruik natuurlijk veel uit mijn persoonlijke leven in mijn werk, en mijn persoonlijke leven speelt zich af in Amsterdam. Ik reageer op wat ik hier meemaak en wat ik hier hoor. En ik heb een zoon van twee, hij is een Belgisch-Turkse-Amsterdammer. Dat is een wandelende contradictie, het begin van een goede mop.

Wat doet u om uw kunst onder de mensen te krijgen?

Ik vind het steeds belangrijker dat kunst echt iets teweeg brengt, los van hoeveel mensen er komen kijken. We hebben door subsidieprogramma The Art of Impact een speciaal programma kunnen maken voor middelbare scholen: een website – hoeradicaalbenjij.nl – waarmee docenten in de klas kunnen praten over de thema’s die ik wil aansnijden. Dat gaat verder dan alleen voorbereiden van het bezoek aan de voorstelling. Ook nu de voorstelling is uitgespeeld krijg ik mails van scholen die de site nog gebruiken. We hebben hiervoor een samengewerkt met een ‘impact producer’, iemand die met documentairemakers werkt om na het uitkomen van een film daadwerkelijk iets te veranderen. Met haar wil ik blijven werken.

Wat zijn uw plannen?

De komende tijd ga ik vooral spelen en lesgeven. Ik blijf naast mijn eigen voorstellingen werken als acteur. Mijn volgende project is pas eind 2017, dan ga ik samen met Marjolijn van Heemstra en Jetse Batelaan Kruistocht in Spijkerbroek bewerken voor toneel. Er zijn drie Kinderkruistochten geweest en ik wil die route nareizen met mijn zoontje op de achterbank. Er werden echt zuigelingen meegegeven – de muren van Jeruzalem zouden vallen bij de aanblik van het kinderleger.

Als u zelf niet wint, wie moet er dan winnen, en waarom?

Ik gun het iedereen. Voor mijn part wint iedereen ‘m en verdelen we de pot. Het is serieus een grote eer om genomineerd te zijn.

De Radicalisering van Sadettin K. is nog te zien op 8 september in de Stadsschouwburg – www.tf.nl.
Kırmızıyüz speelt mee in Romeo en Julia van Theater het Amsterdamse Bos, t/m 3 september – www.bostheater.nl

 

 

Recensie ‘The Future of Sex’ van Wunderbaum en Arnon Grunberg

Parool,recensies — simber op 20 juni 2016 om 11:39 uur
tags: , ,

De gladde, ronde capsule staat op bolvormige pootjes. Van buiten is hij zwart, door een rond raampje kijk je naar de helwitte binnenkant. Daar zit Arnon Grunberg. Actrice Maartje Remmers stelt hem vragen: “Ben je er klaar voor?” “Ben jij te vertrouwen?” “Wat heb je liever: een grote pik of een smal kutje?”

The Future of Sex is een theatertekst van Arnon Grunberg, op basis van improvisaties van acteursgroep Wunderbaum. Johan Simons regisseert. De toekomst van seks volgens Grunberg & Co is – niet geheel onverwacht – niet bijster hoopvol. In de zoektocht naar ultiem genot delft intimiteit het onderspit.

De acteurs spelen scènes waarin steeds één idee wordt uitgewerkt. De scènes zijn bijna een soort columns – to the point en vaak heel geestig. Marleen Scholten speelt een vrouw met een seksrobot, Remmers en Matijs Jansen spelen een stel dat al jaren geen seks meer heeft, Walter Bart speelt een bankier die graag als baby verzorgd wordt – inclusief poep eten – en daarna moet meedoen aan een klanttevredenheidsonderzoek. De beelden zijn van een gecontroleerde perversie, neigend naar performance art.

Vanuit zijn capsule kijkt Grunberg toe. Soms buigt hij zich uit het raam om het schouwspel beter te kunnen zien. Het vraag-antwoord-spel waarmee de voorstelling begint komt nog twee keer terug – met steeds geïmproviseerde, afstandelijke, niet-sociaal-wenselijke antwoorden van de schrijver – en af en toe komt een van de personages hem om raad vragen. Je zou de capsule kunnen zien als een tijdmachine, waarmee Grunberg het toekomstige seksuele landschap bezoekt.

Intrigerend is de scène waarin Matijs Jansen een pedoseksueel speelt met een robot in de vorm van een 11-jarige jongen. Een dergelijk idee is al vaker geopperd, maar de onbevangenheid waarmee Jansen speelt, en de manier waarop de jongen (Mayu Ayala Koeman) herhaalt dat alles “juridisch afgedekt” is, maakt het morele dilemma pijnlijk duidelijk.

Een andere scène gaat over virtuele seks tussen partners in verschillende werelddelen, maar de techniek die dat mogelijk maakt, kun je ook gebruiken voor seks met een jongere versie van je partner. Of met een digitale versie van jezelf. “Ik weet toch zelf het beste wat ik lekker vind?” zegt een van de personages, en dat lijkt me de kern van het probleem. Ook hier is de vorm sterk: de spelers praten niet met elkaar, maar tegen willekeurige punten iets hoger in de ruimte; het geeft ze iets wezenloos, maar ook zoekends.

Uiteindelijk gaat de voorstelling opvallend weinig over lust, maar vooral over de cerebrale gesprekken eromheen: over afspraken, vertrouwen en ethiek. En hoewel intimiteit bij toekomstseks geen rol lijkt te spelen is de zorg van de vier Wunderbaum-spelers voor de meespelende schrijver juist erg liefdevol. Het zijn dit soort tegenstellingen die de voorstelling intrigerend maken.

Aan het eind komt de tijdscapsule weer terug, met passagiers: vier “sletten van de toekomst” – wezens die de ketenen van de intimiteit hebben afgeworpen. “Ik denk dat de seks van de toekomst lijkt op de seks van het verleden,” antwoord Grunberg op een van de vragen van Remmers. Na deze dystopische voorstelling hoop je dat dat waar is.

Holland Festival: The Future of Sex van Wunderbaum en Arnon Grunberg. Gezien 18/6/16 in Muziekgebouw aan het IJ. Meer info op www.hollandfestival.nl

Beschouwing: ‘The New Forest’ van Wunderbaum

beschouwingen,Parool — simber op 6 juni 2016 om 11:17 uur
tags: , ,

Vier jaar werkte theatergroep Wunderbaum aan hun project The New Forest, waarin ze als kunstenaars een nieuwe samenleving wilden opbouwen. In het Holland Festival zijn een aantal van de daaruit voortgekomen voorstellingen te zien, plus de afsluitende film Stop Acting Now. Maar heeft het collectief het wel overleefd?

‘Wat heb ik te bieden aan de werkelijkheid?’, vraagt actrice Marleen Scholten zich vertwijfeld af. Het is tegen het einde van de film Stop Acting Now en de vijf toneelspelers van acteursgroep Wunderbaum merken dat ze zich in hun laatste project verslikt hebben.

Wunderbaum is een theatergroep die bestaat sinds 2001, toen de leden samen afstudeerden aan de toneelschool Maastricht. Johan Simons nam ze onder zijn hoede en maakte met hen prachtige, zwaarmoedige voorstellingen als Platform (naar Houellebecq) en Tien Geboden (naar Kieslowski).

In hun eigen werk pakten ze even serieuze thema’s lichtvoetiger aan. Ze maakten voorstellingen over Engelse lads in Oekraïne (Beer Tourist), over populisme (Venlo), armoede in Rotterdam Zuid (Natives) en kunst in de openbare ruimte (Looking for Paul). De voorstellingen speelden altijd met fictie en werkelijkheid, maar probeerden het wel altijd expliciet te hebben over de werkelijkheid buiten de deur.

In 2013 kondigde de groep een grootschalig nieuw project aan: The New Forest. Niet een nieuwe voorstelling , maar een geheel nieuwe samenleving was het doel. Een utopie, waarin alle facetten van de maatschappij opnieuw zouden worden uitgevonden. Het project verwarde volgers van de groep en critici (ook mij). Was het nou een plek waar ze daadwerkelijk gingen wonen? Of was het een heel uitgebreid fictief spel? Of was het iets waar de makers zelf in moesten geloven om een nieuwe vorm van kunst uit te vinden?

Feit was dat uit de The New Forest wel voorstellingen voortkwamen, zoals het erg geslaagde De komst van Xia, dat speciaal voor het Holland Festival wordt hernomen. In een speciaal door ZUS Architecten ontworpen tribune filosoferen de acteurs over de ideale samenleving. Maar hoe zou je moeten beginnen met een nieuwe maatschappij. Het antwoord dat de groep geeft is: met cultuur en rituelen. Op spectaculaire wijze wordt het Chinese meisje Xia binnengehaald als leider van de nieuwe samenleving.

Maar het interessantste deel van het project is uiteindelijk de film Stop Acting Now geworden, die Wunderbaum maakte in samenwerking met regisseur Mijke de Jong. De film laat zien hoe de groep de uiteindelijke consequentie trekt van het idealisme waarmee ze hun voorstellingen maken: ze gaan stoppen met acteren en ingrijpen in de werkelijkheid.

Wine Dierickx blijft grotendeels buiten beeld: zij kreeg in het jaar waarin de film gemaakt werd een kind, en ziet dat als haar bijdrage aan een betere wereld. De andere vier hebben ieder een eigen project: de melancholieke Marleen Scholten begint een ‘tranenbar’, een café voor weltschmerz; de cholerische Maartje Remmers gaat een arm gezin helpen bij de schuldhulpsanering; de sanguine Walter Bart start een serie theatraal activistische performances (verkleed als bankier geld uitdelen en dergelijke); en de flegmatieke Matijs Jansen ontwikkelt een app voor stadstuinieren.

De film volgt de ups en downs van de verschillende projecten, die al snel net iets te absurd worden – de documentaire volgt uiteindelijk het vaste stramien van veel Wunderbaum-voorstellingen: als acteurs beginnen met een geloofwaardige situatie en van daaruit steeds verder improviseren. De vorm van een mockumentary geeft de makers echter de mogelijkheid om de projecten verder uit te spinnen dan op het toneel mogelijk zou zijn. We zien Scholten doodongelukkig als een combinatie van psychiater en barvrouw rondlopen in haar veel te succesvolle bar en Remmers in de rechtszaal nadat ze een gemeenteambtenaar heeft geslagen.

Maar ondanks de speels fictieve vorm is de film eigenlijk heel openhartig. Het gaat over kunstenaars die heel oprecht zijn in een zoektocht naar manieren om de wereld te verbeteren en die er gaandeweg achter komen dat juist kunst maken hún manier is. De bezuinigingen van vijf jaar geleden hebben bijna alle kunstenaars uit het lood geslagen, juist omdat in het debat het nut van kunstenaars voor de samenleving geheel werd ontkend: kunst zou los staan van de rest van de samenleving en alleen maar luxe zijn.

In de speelse vorm en de serieuze inhoud toont Wunderbaum in Stop Acting Now, zoals in haar beste theatervoorstellingen dat zij de werkelijkheid iets essentieels te bieden heeft: verbeelding.

Stop Acting Now is nog te zien op 26/6 in Eye
De komst van Xia is te zien van 22 t/m 25/6 op locatie Kop Java-eiland
www.hollandfestival.nl

Volgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity