Recensie: ‘De Eurocommissaris’ van Mugmetdegoudentand

Parool,recensies — simber op 22 april 2018 om 19:53 uur
tags: , , ,

“De Europese Unie is natuurlijk totaal onbegrijpelijk en als insider weet ik daar automatisch veel meer van dan degene die me verzonnen heeft.” Charlotte Hajenius is een verzonnen personage, maar dat weet deze Eurocommissaris regelgeving – met een echt bestaande Facebookpagina – donders goed.

Mugmetdegoudentand werkt vaker met dit soort mystificaties (ik herinner me ‘Max’ van Marcel Musters die opdook in HEMA-folders en een top-40-hit had) en het begin van de voorstelling De Eurocommissaris is veelbelovend. Schrijfster/actrice Joan Nederlof maakte Hajenius om de EU te kunnen aanpakken en daarbovenop maakte ze van haar een goedlachse VVD-tut, die ze de carrière van Frans Timmermans (de echte Eurocommissaris regelgeving, maar dan wel een PvdA’er) meegeeft.

Dat is spannend: op die manier moet je als kunstenaar in gesprek met iemand die je tegelijkertijd bewonderd en met wiens ideeën je het grondig oneens bent. Maar De Eurocommissaris, een solo van Nederlof die drie jaar geleden werd ontwikkeld als lunchpauzevoorstelling bij Bellevue en nu in een uitgebreide versie op tournee gaat, blijft hangen in een wel heel simplistisch beeld over Europese politiek.

In een decor (ontwerp Christiaan Klasema) met drie grote videoschermen waarop Nederlof alsof het iPads zijn beelden heen en weer swipet, gaan de pruik en de parelketting van Hajenius al gauw af en neemt Nederlof zelf het woord, als Brandpuntjournaliste (inclusief heel geestige parodie op in en uit beeld schuivende televisiepresentator) die Hajenius’ jeugd uit de doeken doet en haar lastige vragen begint te stellen.

Maar het probleem is dat Nederlof haar schepping helemaal niet serieus lijkt te willen nemen. Hajenius wordt steeds meer een oppervlakkig, clichés spuiend onmens en Nederlof verliest zich in een niet bijster interessante uitwijding over wie de macht heeft in de EU.

Ze eindigt met filmbeelden over vluchtelingen – waarin Nederlof op toneel zichzelf slim in videobeelden ensceneert van Griekse boten of Hongaarse vluchtelingenkampen. Tenslotte pleegt ze een coup en organiseert ze een Europese republiek (naar het boek van Ulrike Guérot). Nu is het vluchtelingenvraagstuk een van de meest prangende problemen voor de Europese politiek, maar wat zíj zouden opschieten met een door de regio’s bestuurd Europa zoals hier wordt voorgesteld is me een raadsel.

Er zitten hier en daar prikkelende ideeën in De Eurocommissaris, maar ik begrijp werkelijk niet waarom het vrolijk complexe spel met fictie en werkelijkheid in de vorm moet samengaan met zo’n onnozel inhoudelijk statement.

De Eurocommissaris van Mugmetdegoudentand. Gezien 14/4/18 in Amstelveen. Op tournee t/m 31/5. In Amsterdam (Bellevue) 22 t/m 26/5. Mugmetdegoudentand.nl

Recensie: ‘Battlefield’ van Peter Brook (Brandhaarden)

“De vernietiging komt nooit met het wapen in de hand. Het komt heimelijk, op kousevoeten, toont je het goede in het kwaad en het kwaad in het goede.” In Battlefield geven de goden – in dit geval Krishna – raad aan de mensen. Maar in de eerste plaats zijn het de mensen op het toneel die spelen die ons bezweren.

Klein en kwetsbaar zit Peter Brook op zijn stoel op rij 8. De theaterlegende, die vandaag zijn 93ste verjaardag viert in Amsterdam zit gewoon in de zaal bij de eerste voorstelling in het Brandhaarden festival in de Stadsschouwburg, waar vijf voorstellingen van ‘zijn’ Théâtre des Bouffes du Nord te zien zijn. Zijn geest is nog fit, maar zijn lichaam is broos.

Brook is een van de grotere theatervernieuwers van de twintigste eeuw, die voortbouwde op het werk van Antonin Artaud en Bertolt Brecht. Zijn boek De lege ruimte is een klassiek geworden pleidooi voor eenvoud en kernachtigheid in het theater. Na een lange carrière in Londen, waar hij onder meer de Royal Shakespeare Company opschudde streek hij in 1978 neer in een vervallen theater in Parijs: Bouffes du Nord.

Een van de eerste projecten die hij daar onder handen nam, samen met schrijver Jean-Claude Carrière, is een toneelbewerking van het Indiase epos Mahabharata. De elf uur durende voorstelling zou uiteindelijk pas in 1985 in première gaan en werd in 1989 verfilmd (en in Nederland uitgezonden door de VPRO).

Battlefield is eigenlijk een vijf kwartier durend extract uit die voorstelling. Brook nam één episode uit de serie en ensceneerde die opnieuw, in het engels, met vier toneelspelers. Het gaat over de periode ná een grote oorlog tussen twee verwante families, waarin de overwinnaar en de verliezer in het reine moeten komen met de vernietiging en met elkaar. Maar de Mahabharata volgt geen recht spoor en ook in Battlefield is er ruimte voor een groot aantal filosofische verhandelingen en parabels over haviken, duiven en wormen.

De stijl van Brooks voorstellingen is een grappige combinatie van uitvindingen die hij gedaan heeft die volkomen gemeengoed zijn geworden – de flexibele inzet van een beperkt aantal requisieten; het verhalende spelen waarbij de acteur in de rol schiet die hij vertelt – en elementen die ouderwets zijn geworden – met name de gedragen toneeltoon waarmee gesproken wordt. Ook de vormgeving, met bamboestokken en linnen doeken is zijn eigen cliché geworden.

De spelers zijn erg goed, Karen Aldridge en Edwin Lee Gibson met name. Maar wat de voorstelling levend houdt is de onmiskenbare universalistische aspiratie van de hele onderneming. In Battlefield komen een Indiaas epos, een Engelse regisseur, een overwegend zwarte cast en een japanse drummer (Toshi Tsuchitori) op een afrikaanse trommel samen om iets essentieel menselijks te laten zien. Hier wordt toneel gemaakt voor de Mensheid. De grootste thema’s – wraak en vergeving, verantwoordelijkheid en twijfel – worden hier vanzelfsprekend, bedaard en met gracieuze eenvoud op het toneel gezet.

In de huidige identiteitspolitiek is dat soort universeel denken op dit moment niet in de mode. En het het intersectionele denken zet terecht vraagtekens bij het essentialisme van het interculturele project. Maar voor deze avond vond ik het weldadig onhip.

Battlefield van Théâtre des Bouffes du Nord / Peter Brook & Marie-Hélène Estienne. Gezien in de Stadsschouwburg tijdens Brandhaarden, 20/3/18. Aldaar t/m 23/3. Meer info op www.ssba.nl

Recensie: ‘De hereniging van de twee Korea’s’ van Het Nationale Theater

De nieuwste voorstelling van het Nationale Theater positioneert zich ongegeneerd als theater-romcom – tot de de ijverig van Alles is liefde gekopieerde poster aan toe. Maar De hereniging van de twee Korea’s neemt veel te veel de (heteroseksuele) normen van het genre over, en wat eraan wordt toegevoegd is zwak.

Schrijver en regisseur Eric de Vroedt maakte naam met expliciet maatschappelijk geëngageerd theater, eerst in de serie MightySociety, vorig jaar met het megaproject The Nation, waarmee hij zijn artistiek leiderschap bij het Nationale Theater aanving.

Nu maakt hij iets luchtigers: een mozaïekstuk van de Franse theatermaker Joël Pommerat uit 2013. In korte scènes worden verschillende liefdessituaties getoond; een vrouw die weggaat bij haar man omdat er geen liefde meer is, een vrouw die bezocht wordt door een overleden geliefde van vroeger, een meisje dat met haar moeder ruziet over een abortus. Personages komen in verschillende scènes terug, soms lijken er weirde tijdssprongen te worden gemaakt.

Oppervlakkig lijkt het op de verschillende verhaallijnen in films als Love, Actually of Crash, maar Pommerats stuk heeft meer te maken met fragmentarische toneelwerk van de Duitse schrijfster Dea Loher. Een grootse, samenbindende finale ontbreekt.

De Vroedt wil er een soort schuimtaart van maken: uitbundige gekostumeerd en bepruikt (ontwerp Lotte Goos) spelen de uitstekende acteurs vele dubbelrollen in een komisch, licht overspannen register; het decor (ontwerp Maze de Boer), met veel deuren – ook hoog in de zijmuren die in het luchtledige uitkomen – en een grote wenteltrap rondom een liftkoker neigt naar klucht (al vraagt het stuk niet om opkomsten en afgangen); de muziek (Florentijn Boddendijk en Remco de Jong) is vrolijk geïnspireerd op de yé-yé van Serge Gainsbourg.

Al snel valt op dat alle liefdeskoppels hetero zijn, op een paar flarden op de achtergrond na. Dat is nogal merkwaardig omdat juist het Nationale Theater de afgelopen jaren een voortrekkersrol neemt op het gebied van diversiteit. Zo wordt ook in deze voorstelling een van vijf zussen gespeeld door de zwarte actrice Genelva Krind zonder dat daar zelfs maar een knipoog bij wordt gemaakt. Waarom houdt die vanzelfsprekende diversiteit op bij kleur?

En in de loop van het stuk gaat ook opvallen dat veel van de scènes vanuit een mannenfantasie-perspectief zijn geschreven: de hoer die verliefd op je wordt, de vijf zussen met wie je allemaal gezoend hebt, de assistente die je verdenkt van aanranding maar dat eigenlijk helemaal niet erg lijkt te vinden. Er zit een soort oh-la-la oubolligheid in die in de loop van de voorstelling steeds meer gaat ergeren en de grappen die wél geslaagd zijn in de weg zit.

Er zijn een paar mooie scènes: Tamar van den Dop en Hein van der Heijden spelen een fijn schuchter verleidingsspel als twee buren die wachten op hun overduidelijk overspelige echtgenoten en Mark Rietman en Betty Schuurman zijn op hun charmantst als liefdevolle man en dementerende vrouw. Ook de lift wordt effectief gebruikt voor een aantal mooi vervreemdende tableaus.

Maar de misvatting lijkt toch vooral dat liefde een universeel onderwerp is. Maar juist liefde, relaties en seks lijken me te worden bepaald door lokale mores en de Franse zijn overduidelijk de Nederlandse niet. Als De Vroedt er zélf een stuk over geschreven had was het ongetwijfeld veel interessanter geweest.

De hereniging van de twee Korea’s van het Nationale Theater. Gezien 10/3/18 in de Koninklijke Schouwburg Den Haag. Hnt.nl

Recensie: ‘Moskou op sterk water’ van De Warme Winkel

Parool,recensies — simber op 26 februari 2018 om 11:47 uur
tags: , , , ,

Toneel maken óver literatuur, dat deden ze bij De Warme Winkel al vaker, bijvoorbeeld over de oeuvres van Thomas Bernhard, Rilke of Boris Ryzhy. Maar een enkel boek bewerken is voor de groep iets nieuws. Of bewerken: dat doen ze natuurlijk niet. Vincent Rietveld leest de drankroman Moskou op sterk water van Venedikt Jerofejev gewoon helemaal voor.

Waarschuwing vooraf: het vooraf met enige geheimzinnigheid omgeven project is een fenomenale, maar ook curieuze theateronderneming, heel duidelijk voor een specifiek publiek dat houdt van De Warme Winkel, Russische literatuur én sterke drank – in een geheim, piepklein zaaltje in het centrum van Amsterdam.

De voorstelling begint als literaire avond from hell, waarin Rietveld, als met een helse kater en met voelbare weerzin het boekje aanvat en prevelend, mompelend, grotendeels onverstaanbaar en met absurd lange pauzes tussen de zinnen voorleest. Het volume en het tempo verbeteren gaandeweg een tikkeltje, naarmate hij een paar glaasjes wodka nuttigt, maar het blijft een twee-uur-durende, tergende indommelmachine. Daarna is het pauze, met wodka voor de getroffenen.

Het boek van Jerofejev gaat over de constant beschonken Venja, die toeterzat door Moskou struint op zoek naar het Kremlin en nog een paar grammetjes wodka, maar altijd uitkomt bij het Koerskstation. Daar neemt hij iedere vrijdag de trein naar Petoesjki in de provincie om zijn meisje en zijn zoontje te zien.

Jerofejev had genoeg ervaring met alcoholisme toen hij in 1969 zijn ‘proza-gedicht’ schreef. Het mocht van het Sovjet regime niet worden uitgegeven; het immorele gedrag van de hoofdpersoon was niet eens het grootste probleem, dat was Jerofejevs sceptische houding ten opzichte van de machthebbers.

Na de pauze wordt het levendiger, met publieksparticipatie, geestverschijningen en nog heel veel meer drank. Hoe minder je daarover tevoren weet, hoe beter. De Warme Winkel volgt op die manier de dramaturgie van het delirium: van de diepe ontgoocheling van de kater naar de toppen van de roes.

Eerder maakte Rietveld samen met Ward Weemhoff de kleine, anarchistische voorstellingen Luitenantenduetten en het legendarische Achterkant (achter/om/tegelijk met/over de Toneelgroep Amsterdam-voorstelling Lange dagreis naar het einde van de nacht). Moskou op sterk water is een vreemde eend in die reeks. Niet alleen om dat Weemhoff als cholerische pendant van Rietvelds melancholie maar een heel kleine rol heeft, maar ook omdat deze voorstelling meer een gemoedstoestand is dan een intellectuele oefening.

In het boek heeft een van de personages een theorie over alcohol: dat de hoogte van de geestrijke opwinding precies even groot is als de diepte van de kater erna en dat het netto effect van drinken dus nul is. Dat is een leep, sceptisch idee dat ook op kunst van toepassing is en iedere bezoeker moet maar uitmaken of het voor deze voorstelling klopt.

Moskou op sterk water van De Warme Winkel. Gezien 24/2/18. Onregelmatig t/m 10/3 (en wellicht langer) Meer info dewarmewinkel.nl, reserveren via 06-51568450

Recensie: ‘Eet je bord leeg’ van de Toneelmakerij

Het grappige van kleutertheater is dat het publiek absurde situaties en onlogische overgangen voor volkomen normaal aanneemt, maar dat basale theaterconventies – zoals een pow!-geluidseffectje bij een vechtbeweging – enorme vragen oproepen.

Eet je bord leeg is een 4+ voorstelling van De Toneelmakerij, bedacht en geregisseerd door Paul Knieriem. Anders dan de titel doet vermoeden is het geen opvoedkundig theater voor moeilijke eters, maar een dwaze komedie waarin het eten tot leven komt.

Denise Aznam, Ian Bok en Anil Jagdewsing spelen een (prettig etnisch- en gender-ambigu) gezinnetje, met Aznam als de eet-onwillige kleuter Jipski die ieder nieuw bord dat wordt opgediend afwijst en op het hoofd van een van de ouders deponeert. De drie praten een raar eigen taaltje dat heel grappig is, omdat je het nog net een beetje kunt volgen. Decorontwerper Sasha Zwiers maakte prachtig nep-eten – rode pepers, steaks, komkommers en peren – dat tegelijk aantrekkelijk en afstotend is. (De worstjes werden door het publiek duidelijk veel appetijtelijker gevonden dan de groenten.)

De scènes aan tafel worden steeds afgewisseld met cartooneske nummers met K-pop zingende pepers, een pasta-rasta en een komkommer die vieze geluiden maakt. Jipski heeft in haar fantastie blijkbaar krachten waarmee ze het eten wél aankan.

Het is, kortom, leuk anarchistisch theater met acteurs die zichzelf vol overgave voor paal zetten. Maar het is jammer dat halverwege de focus van het verhaal verschuift naar de radeloze ouders, die blijkbaar een slechte relatie hebben en ook heel zielig zijn. Er volgen een paar grotemensengrapjes en de ouders gaan ineens Engels praten.

Dan blijkt meteen hoe genadeloos de kleuterdoelgroep is: de concentratie verslapt, er wordt gedraaid op de banken en de ouders moeten ineens talloze vragen beantwoorden. De mooie scène met een uit elkaar vallende taart en spekkies op het eind valt daardoor ook een beetje in het water.

Eet je bord leeg van de Toneelmakerij. Gezien 18/2/18 in De Krakeling. Tournee t/m 22/4
Meer info op www.toneelmakerij.nl

Interview Abdelkarim El-Fassi

interviews,Parool — simber op 4 november 2017 om 11:44 uur
tags: , , ,

Voor de tweede keer trekt de Rotterdamse filmmaker Abdelkarim El-Fassi het theater in. Na het succes van Mijn vader, de expat, twee jaar geleden, maakt hij nu Toen ma naar Mars vertrok, een mengeling van theater, muziek, spoken word en film over moeders. “Ik wil niet vervallen in karikaturen.”

De zaal van het Nieuwe Luxor theater in Rotterdam stroomt langzaam vol. De toeschouwers zijn jong, goed gekleed en voor een groot deel met een migratieachtergrond. Dit was het publiek dat El-Fassi voor ogen had toen hij een paar jaar geleden besloot om een theateravond te gaan maken. ‘Nasrdin Dchar nam mij een keer mee naar een voorstelling waarin hij speelde, Branden van het Ro Theater. “Ik vond de vorm heel tof, maar ik zag een publiek in de zaal dat ik helemaal niet herkende van de stad waar ik woonde: alleen maar witte mensen.”

Toen El-Fassi de film over de migratie van zijn vader vanuit Marokko naar Nederland – Mijn vader, de expat – wilde vertonen in een bioscoop, besloot hij de avond aan te kleden met een paar monologen van vrienden over hún vader. “Dat was charmant, maar technisch nogal knullig. Samen met Nasrdin hebben we dat gladgestreken en hij voegde zijn voorstelling Oumi erbij, en samen hebben we dertig voorstellingen gespeeld.”

De nieuwe voorstelling moest gaan over moeders. Op toneel vertelt een bonte groep spelers – onder wie een Kaapverdiaanse huismoeder, een Turkse leraar, de Palestijnse spoken word artiest Stryder, over hun moeder. Het zijn soms verdrietige of melancholieke verhalen, maar de liefde overheerst. Voor hen ligt het paradijs nog steeds onder de voeten van hun moeder.

“De groep is heel organisch ontstaan”, vertelt El-Fassi een paar weken na de première aan de telefoon. “Het zijn mijn vrienden, die hun eigen verhaal hebben geschreven. Het is een mooie combinatie van een paar professionele acteurs (Abdelkarim El Baz) en muzikanten en amateurspelers. Het is ook een vorm van community art. Ik wil waken voor pretentie, het moet begrijpelijk en toegankelijk zijn.”

Hoogtepunt van de avond is de documentaire die El-Fassi over zijn eigen moeder maakte die na de pauze wordt vertoond. Alhoewel: net als bij Mijn vader, de expat is het eigenlijk vader Ali El-Fassi die de show steelt. Hij zoekt zijn dochter Zoulikha op in Hongkong, terwijl Abdelkarim op bezoek gaat bij zijn moeder Noha in zijn ouderlijk huis, in het Zeeuwse Oost-Souburg.

“Het was een moeizaam proces om mijn moeder ervan te overtuigen om mee te doen aan dit project. Ze vind niet dat haar verhaal ertoe doet. Ze leeft in de schaduw van haar gezin, heeft niet de behoefte om een hoofdrol te spelen. De vrouwen in haar omgeving zijn net zo: bang voor wat de mensen erover zullen zeggen, bang dat ze zelf iets raars zal zeggen. Het hoort ook bij die generatie: wij groeien op met smartphone, zij heeft amper foto’s van zichzelf.”

Uiteindelijk vertrouwde Noha erop dat haar zoon geen rare dingen zou gaan doen en begon El-Fassi met het maken van geluidsopnames en filmde hij haar tijdens het koken. “Ze is zeer zelfverzekerd over haar kookkunst. Mijn moeder leest niet voor, zingt geen liedjes voor je, geeft geen knuffels. Zij kookt. Daar zit alle liefde en genegenheid in.”

Liefde en genegenheid is ook het centrale thema van de theateravond. “We hebben ervoor gekozen om niet het generatieconflict centraal te stellen. Dat is er soms wel, maar conflicten en problemen zijn maar een klein deel van de verhalen van mij en de spelers. Ik vind dat er ook nogal obsessief mee om wordt gegaan in Nederland – in migrantengezinnen móet wel iets fout zitten. Maar in mijn jeugd was er in ons gezin vooral heel veel liefde. Dat willen wij centraal zetten. En tussen de regels door laat ik in de film zien dat mijn moeder triest is omdat haar dochter een ander leven leidt dan ze van haar verwachtte: alleenstaand en ver weg in Hongkong. Die tragiek probeer ik te verwerken.”

Maar het grote thema van de avond is toch vooral de enorme impact van migratie op zo veel levens. “Voor mij is dit nu het verhaal van Nederland. En voor de generaties na mij wil ik een punt zetten: dit is waar het verhaal begint.” De voorstelling wordt nu vooral bezocht door kinderen van migranten. “En vaak komen ze nóg een keer om hun ouders mee te nemen.”

Toen ma naar Mars vertrok speelt op 10/11, 25/11, 15/12 en 24/12 in De Meervaart
www.toenmanaarmarsvertrok.nl

Recensie: ‘Neelie!’ van Theatergroep Suburbia

‘Een mens is gemaakt om te vechten.’ Een fictieve biografie kan helpen om de mens achter het imago te laten zien, maar bij Suburbia is en blijft Neelie Kroes een bijzonder harde tante. In een drukke voorstelling die switcht tussen Kopspijkers-cabaret en larmoyant privédrama blijft de mens ‘Neel’ ontstellend onzichtbaar.

Het stuk, dat Léon van der Sanden baseerde op biografiën en interviews, speelt op de avond voordat Kroes de beslissing hoort over haar Eurocommissariaat. Ze aast op de functie, maar ze heeft nog een paar lijken in de kast. Ze spreekt af met haar kapper/tarotlegger Simon Suiker, die vindt dat ze zich mentaal moet ontdoen van haar verleden. Dat biedt gelegenheid om haar levensverhaal te vertellen, waarbij iedere episode wordt afgesloten met een fotoalbum dat in de op het toneel staande vuilcontainer wordt gemieterd.

In korte scènes op diverse locaties (wat veel gesjouw met meubels oplevert) worden leven en werken van Neelie (Smit-)Kroes uit de doeken gedaan, van haar jeugd als dochter van een harde Rotterdamse zakenman via het corps en de Kamer van Koophandel naar het ministerschap. Steeds is titelrolspeelster Carine Crutzen omringd door een roedel van zes mannen die steeds wisselen van scherp getypeerde rollen. Dat is een aardige metafoor voor de mannenbastions van het zakenleven en de politiek waarin Kroes zich een groot deel van haar leven heeft bewogen.

Verfrissend is de vrijzinnige omgang van Neelie met seks. Ze sluit een verstandshuwelijk met een vriendelijke marineman en schept zo ruimte voor een langdurige affaire met Frans Swarttouw – goed Rotterdams bot gespeeld door Thomas de Bres – maar daartegenover staat de nogal drakerige manier waarop ze als afwezige moeder voor haar zoon Ivo wordt geportretteerd.

Maar wat uiteindelijk wringt toch dat schrijver Van der Sanden en regisseur Julia Bless hun personage niet voor het blok hebben durven zetten: Kroes heeft hoogstwaarschijnlijk laakbaar gehandeld door haar macht te gebruiken om gemeenschapsgeld aan bevriende zakenmannen te geven (in de voorstelling gaat het vooral over de miljoenen die het rijk in Swarttouws Fokker pompte, maar ook de TCR affaire komt ter sprake), maar die keuze krijgen we niet te zien en een moment van vereffening al helemaal niet. Ergens in de voorstelling duikt ook Pim Fortuyn nog even op (opnieuw De Bres), die als een ziener waarschuwt voor de wraak van het volk op het machtsmisbruik van Kroes en co.

Daardoor wordt Neelie! en-toen-en-toen-en-toen-toneel over een vrouw die houdt van macht en niet reflecteert. Haar politieke opvattingen worden gereduceerd tot kretologie en hoe ze van asfalt-Neelie tot milieukampioen werd, blijft een raadsel. Crutzen, die als actrice harde pinnigheid kan combineren met warme menselijkheid krijgt voor dat laatste nauwelijks ruimte.

Een paar momenten vallen positief op: in de opbloeiende liefde tussen Neelie en Bram Peper (een melancholieke Dic van Duin) wordt ineens een vruchtbare contrast tussen twee levensvisies zichtbaar; en helemaal aan het eind halen de spelers de coulissen weg en gaat het werklicht aan. Even is ze hier en nu, maar haar eindmonoloog is niet meer dan een verzameling oubollige oneliners.

Maar misschien zit daar de boodschap van deze voorstelling: aan de huidige VVD-heerschappij gaan al decennia van leegte vooraf.

Neelie! van Theatergroep Suburbia. Gezien 14/10/17 in Almere. Te zien in Amsterdam (DeLaMar) 5/6/7 december. Theatergroepsuburbia.nl

Recensie: ‘Welterusten, Kleine Beer’ van Theater Terra

Het is een onverbiddelijke voorleesklassieker voor kleuters: Welterusten, Kleine Beer van de Britse schrijver Martin Waddel en tekenares Barbara Firth. Het verhaal, en een paar vervolgen die het duo nog schreef, worden nu door Theater Terra een tikje onevenwichtig, maar charmant in het theater gebracht.

Hun versie begint in het bed van Masja (Linda Korevaar) die nog niet wil slapen en samen met haar beer gaat ze verhalen verzinnen die vervolgens gespeeld worden rondom de grote boom op het toneel. De uiterst knuffelbare poppen van grote beer en kleine beer (gemaakt door Kathelijne Monnens) worden soms door één, soms door twee spelers bediend. Wesley de Ridder staat met zijn voeten in het pak van de grote, en Robin Hissink klautert met de kleine beer overal tegenop.

Het zijn de liedjes (van Dick Feld en Fons Merkies – tevens regie) die de voorstelling scheef trekken: een jazz standard (inclusief tapdans) contrasteert met een trippy droomscène met drie dezelfde acrobatische poppen. Goed gezongen wordt er wel, maar tijdens de complexere dansscènes begint op te vallen dat het poppenspel nogal lomp is.

Voor de jongste bezoekers voor wie de voorstelling bedoeld is werkt de magie volledig. Zij zien een voorstelling over angsten (bang in het donker, enge geluiden) en leren dat de dingen waarvoor je bang bent meestal alleen maar in je hoofd bestaan, en dat je met een lief knuffelbeest de wereld aan kunt.

Opvallend is in dat licht wel dat er in de voorstelling eigenlijk niets griezeligs zit. Kleine beer is bang voor ploffers, sijpelaars en sloffers, maar eer je erachter bent wat hij bedoelt, is al duidelijk dat er niks aan de hand is. Nu hoef je kleuters natuurlijk niet te intimideren in het theater, maar een voorstelling met een iets rafeliger randje – en meer interactie tussen spelers en publiek – had zeker meer indruk achtergelaten.

Welterusten, Kleine Beer (4+) van Theater Terra. Gezien 24/9/17 in De Meervaart. Op tournee t/m 21/3/18. Theaterterra.nl

Recensie: ‘Phobiarama’ van Dries Verhoeven (HF)

Parool,recensies — simber op 19 juni 2017 om 14:09 uur
tags: , ,

Een beetje zenuwachtig staan we met twintig mensen in rijen van twee te wachten tot we naar binnen in de enorme en enorm zwarte tent op het Mercatorplein, waar de nieuwste installatievoorstelling van Dries Verhoeven speelt. Ooit maakte Verhoeven poezelig ervaringstheater, waarin zachte stemmen je poëtische woordjes influisterden en geruststellende handen je instopten in bed. Nu hangt de stad vol met enge clowns met grote geweren en heet zijn nieuwste voorstelling Phobiarama.

Phobiarama is een spookhuis, waarin je met z’n tweeën in een karretje wordt rondgereden door een kale, unheimische ruimte. Televisies flikkeren en spuien op onaangenaam volume toespraken en commentaren, soms herkenbaar (Wilders over islamisering, Trump over hoe slecht het gaat in Amerika), dan weer hintend naar terreur of klimaat. En dan staat er ineens een beer naast je karretje.

Hoe bevattelijk je bent voor wat volgt zal van bezoeker tot bezoeker sterk verschillen, maar ik vond het opvallend te merken hoe zeer mijn eigen schrikgedrag is vastgelegd: de neiging tot ineenduiken als iemand naar je toe beweegt, of de drang om niet weg te kijken van een intimiderende blik.

In een spookhuis is angst vermaak. Met uiteindelijk vrij simpele middelen laat Dries Verhoeven je reflecteren op een onaangename waarheid: ook ‘echte’ angsten – terrorisme, klimaatverandering, maatschappelijke ontwrichting – bevredigen een behoefte. Ergens is het griezelen om het nieuws, de apocalyptische commentaren van politici en op internet lékker.

Maar, en daar zit het mooie venijn van deze installatie, die angstkermis is niet onschuldig: het tekent onze blik op de werkelijkheid. Er doen tien grote, vervaarlijk uitziende mannen mee. Sommigen zijn zwart, sommigen Noordafrikaans, één is uitbundig getatoeëerd. In deze tent zijn het geen engerds, ze spelen engerds in een kunstproject. Maar kun je ze buiten de tent, in het wereld-angsttheater nog net zo onschuldig bekijken?

Holland Festival: Phobiarama van Dries Verhoeven. Gezien 13/6/17 op het Mercatorplein. Aldaar t/m 20/6. Meer info op hollandfestival.nl

Recensie: ‘My Country: a Work in Progress’ van The National Theatre (HF)

Parool,recensies — simber op 11 juni 2017 om 20:23 uur
tags: , , ,

De vaderlandse inspectie is een trending theatergenre. Maandag ging The Nation van het Nationale Toneel in première op het Holland Festival, gisteren bracht haar Britse naamgenoot de voorstelling My Country – documentair theater naar aanleiding van Brexit.

Op het toneel staan zeven tafels met microfoons, die door een vrouw worden opgesteld. Uit haar onopvallende tas haalt ze een enorme gouden helm met rood-wit-blauwe veren. Wat hier gaat gebeuren houdt het midden tussen een commissievergadering en een religieus ritueel.

De vrouw (Penny Layden) blijkt Britannia, de godin van het eilandenrijk. Samen met de zes verschillende regio’s (van Noord Ierland tot de East Midlands, allegorisch gespeeld door acteurs met toepasselijk accent) gaan ze het ‘sacrement van het luisteren’ uitvoeren. De bevolking moet namelijk binnenkort stemmen in een belangrijk referendum.

Direct na het Brexit-referendum, bijna een jaar geleden, besloot het National Theatre een luisterproject te doen, waarbij interviewers in het hele land met ‘gewone mensen’ spraken. Dergelijke nationale soul-searching gebeurde op diverse plekken in Groot Britannië, net als in de VS na de verkiezing van Trump en ook in Nederland waren in de aanloop naar de verkiezingen diverse media op zoek naar ‘de’ PVV-stemmer.

In My Country worden delen van die interviews woordelijk nagespeeld door de acteurs. Dat doen ze met liefdevolle zorg – de zeer diverse groep Britten wordt niet gereduceerd tot typetjes. Maar vertrouwd klinkt het na een jaar uit-je-bubbel-kijken wel: net als in Amerika en Nederland zijn de Britten ontgoocheld en angstig over de ontrafeling van wat we vroeger ‘de gemeenschap’ noemden.

Maar het nadeel van de vrij ongepolijste manier waarop het interviewmateriaal tot voorstelling is gemaakt is dat de kracht van theater om gemeenschappen te máken er bekaaid vanaf komt. Buiten de interviews bestaat de voorstelling uit een paar tamelijk grappige scènes over de onhebbelijkheden van de verschillende regio’s, hun verschillende smaken in eten en muziek, hun beroemde zoons. De onderlinge kift en de humor waarmee ze die uitventen is voor de buitenstaander inderdaad typisch Brits.

Ik weet niet of het de taak is van het theater om te luisteren. Misschien wel, maar dan moet het gehoorde wel worden omgezet in een nieuw voorstel. Daarin schiet My Country tekort.

Holland Festival: My Country: a Work in Progress van The National Theatre. Gezien 7/6 in de Stadsschouwburg, aldaar 8/6. Meer info: hollandfestival.nl

Volgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2018 Simber | powered by WordPress with Barecity